Volop bloei in de kou

Foto: Gerrit van Ommering, Wassenaar/Katwijk, april 2021

Het is lente! Oftewel de tijd van sneeuw, hagel, kou, donder en bliksem, regen en veel wind. De afgelopen weken tenminste. Maar het is ook de tijd dat de duinen volop in bloei staan. Het valt niet direct op, maar toch staan ze er massaal, vooral op zandige plekken: kleine plantjes met kleine witte bloemetjes. Die hebben het prima naar hun zin met dit weer, want hitte en droogte zijn hun grootste vijanden. Daarom voltooien ze hun levenscyclus, van zaad tot zaad, in het winterhalfjaar. Ze kiemen in het late najaar, brengen de winter door als klein plantje, gaan bloeien in het vroege voorjaar en nog voor de zomer hebben ze zaad gezet en sterven ze af.

Van een afstandje lijken ze erg op elkaar, maar als je goed kijkt (een loep kan helpen) zijn de verschillen in de bloemen toch wel duidelijk. Zo heeft de Vroegeling vier kroonblaadjes die diep gespleten zijn, de Zandhoornbloem heeft vijf kroonblaadjes die aan de top onregelmatig zijn uitgerand en zijn broertje de Scheve Hoornbloem is viertallig, met kroonblaadjes die ondiep zijn ingesneden. Er zijn en komen nog veel andere soorten met witte bloemetjes in bloei, waaronder Kleine Veldkers, Kandelaartjes, Zandmuur en Zandraket. Zoek de verschillen! En hoe klein ze ook zijn, de meeste verspreiden een fijn geurtje. Probeer maar eens. En als je niet meteen iets ruikt hoef je niet direct te vrezen dat je corona hebt, want kleine bloemetjes verspreiden maar kleine geurtjes.

Op de foto's staat een van deze dappere kleine plantjes, de Vroegeling.

Vroegeling overzicht kleiner

Zeepaardjes gestrand

Foto: Arie Twigt, Katwijk, april 2021

Het onstuimige weer in de eerste week van april heeft de Noordzee en de zeebodem flink beroerd. Als gevolg daarvan lag ons strand vol met aangespoelde schelpdieren en andere zeedieren. Bijzonder waren de tientallen zeepaardjes die op het strand tussen Wassenaar en Katwijk zijn gevonden. Zeepaardjes zijn eigenlijk een soort zeenaalden, maar met een zodanig bijzondere vorm dat ze altijd erg tot de verbeelding spreken. Bij de vondsten ging het om het Kortsnuitzeepaardje, de enige soort zeepaard die in de Nederlandse Noordzee voorkomt. De laatste jaren lijken ze algemener te worden in de Nederlandse wateren. Zeepaardjes leven graag tussen het wier. Ze worden maximaal maar 15 centimeter. Het zijn slechte zwemmers, en waarschijnlijk zijn ze door de harde wind zijn aangespoeld op het strand.

Gelukkig hebben heel veel zeepaardjes de storm wel overleeft; vissers zien er soms honderden in de Waddenzee. Op de foto rechts een volwassen Kortsnuitzeepaardje en links jongere dieren.

 

De Bosuil is een bikkel

Foto: Truus van Duijvenboden, maart 2021

De superkoude week in februari zullen veel vogels zich nog wel even heugen (of niet...), maar een aantal soorten stoort zich blijkbaar nergens aan. Van de Bosuil is bekend dat ze al heel vroeg beginnen met paarvorming en het denken en vervolgens ook doen aan nageslacht. Het grobbekuiken op de foto moet al lang voordat de plotselinge koude zich aandiende uit het ei zijn gekropen. Het jong zat lekker met z'n broertjes en zusjes in het nesthol, maar de oudervogels moesten er wel op uit om eten te halen, vorst of niet. Uilen verlaten het nest voordat ze kunnen vliegen, zoals dit jong. De zachte periode die zich direct na de vorst aandiende maakte het mogelijk even lekker in het zonnetje op te warmen.  

De Houtsnip heeft het moeilijk

Foto: Hans Groen, Katwijk, februari 2021

Fantastisch natuurlijk, dat mooie winterweer voor een weekje of wat. Voor veel vogels is het echter op de valreep nog een bittere pil. Vogels die afhankelijk zijn van ondiep open water en slikrandjes, zoals IJsvogel, Watersnip, Bokje en Waterral, hebben het nu erg moeilijk.

De Houtsnip zoekt zijn voedsel op de droge bosgrond, maar dan moet daar natuurlijk geen meter sneeuw liggen. Momenteel vliegen er erg veel Houtsnippen rond, wanhopig op zoek naar een open plekje om te kunnen foerageren. Ze zijn makkelijk te herkennen: grootte als een duif, bruin verenkleed, snelle vlucht op ronde vleugels en natuurlijk die lange snippensnavel. Onhandig zijn ze ook, en regelmatig vliegen ze zich dood tegen ruiten en andere obstakels.

De Houtsnip broedt ook in Nederland, maar de meeste Houtsnippen die we nu zien zullen afkomstig zijn uit streken waar het (altijd) nog veel kouder is: noord- en noordoost-Europa. Door hun verborgen leefwijze in bossen krijg je ze niet vaak te zien. De hevige sneeuwval en de felle kou zorgen ervoor dat er de laatste dagen overal Houtsnippen worden gezien.

Ree in de kijker

Foto: Leontine van der Plas, Katwijk, februari 2021

In onze duinen is de Ree niet zeldzaam. In deze tijd van het jaar zijn ze nog in groepjes te zien. Als ze zich veilig wanen laten ze zich mooi bekijken, zoals het mannetje op deze foto. Te zien is dat de viltige bast nog om het nieuwe gewei zit. Die bast gaat er pas in april-maart af, waarna een paar scherpe puntjes tevoorschijn komen. 's Ochtens heel vroeg kun je ook wel eens een of meer van deze ranke beestjes door het dorp zien lopen, maar in de duinen passen ze toch beter.

Kleurrijk, levendig en vocaal

Foto: Hans Groen, Katwijk, januari 2021

Zeker in deze nog wat sombere, donkere tijd van het jaar is de Boomklever een opvallende verschijning in onze binnenduinrandbossen. Boomklevers zijn mooi om te zien, met hun blauwige bovenkant, oranjeachtige onderzijde en leuk zwart maskertje. Ze zijn levendig, en kunnen als een van de weinige vogelsoorten niet alleen op de boomstam naar boven klimmen maar ook (met de kop omlaag) naar beneden gaan. En daarbij zijn ze ook nog eens erg vocaal. Vrijwel alle welluidende fluittonen die klinken in een januari-bos komen van de Boomklever. De Boomklever is een echte standvogel, maar komt met z'n gevarieerde dieet van zaden, noten en insecten de meeste winters wel door. Het is ook een echte bosvogel; in het open veld zul je geen Boomklevers aantreffen. Panbos is bij ons de allerbeste locatie, al worden er ook wel eens Boomklevers gezien in het park bij het gemeentehuis.

Boomklever van Hans effe kleiner   

Sperwers buiten en binnen de bebouwde kom

Foto: Truus van Duijvenboden, Katwijk, december 2020

De laatste weken zijn er opvallend veel meldingen van Sperwers. Veel van die waarnemingen hebben betrekking op Sperwers die ongegeneerd met hun maaltijd bezig zijn, in de tuin of gewoon op straat. Die maaltijd is dan altijd een mees, Vink, Spreeuw, Turkse Tortel of andere vogelsoort van die grootte. Sperwers eten eigenlijk allleen maar vogels, die ze vangen door een complete overrompeling of na een heel korte en onstuimige achtervolging.

Er broeden maar een of twee paartjes in en rond Katwijk. In de trektijd zijn ze algemener; in oktober gaan er soms tientallen per dag over de telposten. Als overwinteraar is de Sperwer ook niet zeldzaam, en in dit jaargetijde zitten ze zowel binnen als buiten de bebouwde kom.

Bij geen enkele Nederlandse vogelsoort is het verschil in grootte tussen mannetjes en vrouwtjes zo groot al bij de Sperwer (en de Havik). De mannetjes (foto) zijn maar net groter dan een Merel, terwijl de vrouwtjes veel groter zijn. Mannetjes hebben een mooie rose gloed op de onderzijde, die vrouwtjes missen.

Een influx van de brubo!

Foto: Joost van der Sluijs. Cantineweg, Katwijk, december 2020

De afgelopen twee maanden was er in Nederland en zeker ook in Katwijk iets bijzonders aan de gang: een influx van brubo’s. Influx? Brubo’s? Influx staat voor het plotseling opvallend veel voorkomen van een vogelsoort, en brubo is vogelaarsjargon voor Bruine Boszanger. Nu gaat het bij deze vogelsoort ook bij een influx niet om heel veel vogels. Het blijft een bijzonder vogeltje, waarvan de eerste voor Nederland pas zo recent als in 1978 werd gezien, op Terschelling. Veel vogelaars zagen hun eerste pas in oktober 1987, op Texel.

De Bruine Boszanger is familie van de bekende Tjiftjaf en ongeveer net zo klein. De naam dekt de lading: het vogeltje is geheel bruin en houdt zich op, of liever gezegd schuil(!), in bosschages. De soort broedt in Siberië en overwintert normaliter in Noord-India en Zuidoost-Azië, en hoort hier dus helemaal niet te zijn. Maar op de najaarstrek willen ze nog wel eens afdwalen, en dat noemen we dan dwaalgasten. De laatste twintig jaar is het aantal waarnemingen, vrijwel altijd in oktober en november, echter zo sterk toegenomen dat we de Bruine Boszanger meer een regelmatige schaarse najaarsgast kunnen noemen. Het zijn ontzettend stiekeme vogeltjes, en ze vallen vaak als eerste op door hun zachte, smakkende roepjes.

Dit jaar was echt een topjaar, met over heel Nederland een honderdtal waarnemingen, waarvan een twintigtal in Katwijk, dat zich dus met recht een hotspot mag noemen. De laatste in ons gebied zat tot begin december langs de Westerbaan/Cantineweg. Joost van der Sluijs wist deze Brubo op de gevoelige plaat vast te leggen. De foto geeft een goede indruk van het kruip-door-sluip-door-vogeltje. Let op het wenkbrauwstreepje! Het is de vraag hoe lang het de koude dagen en nachten hier kan verdragen.

Laat maar gewoon staan!

Foto: Gijsbert van der Bent, Coepelduynen, november 2020

Het is nu dé tijd voor paddestoelen! In onze duinen komen vele honderden soorten voor, van heel algemeen tot heel zeldzaam, van generalist tot specialist en…..van eetbaar tot (zeer) giftig. Tot de meest algemene soorten behoren de drie soorten zwavelkopjes: Gewone zwavelkop, Dennenzwavelkop en Rode zwavelkop. Van deze drie is alleen de Dennenzwavelkop eetbaar, en de andere twee zijn giftig. Maar omdat ze zoveel op elkaar lijken kun je ze maar beter gewoon laten staan (bij twijfel niet inhalen!). Alle drie de soorten groeien in bundeltjes op rottend hout, zoals goed te zien is op bijgaande foto van de Gewone zwavelkop.

Kijk niet zo zielig/chagrijnig!

Foto: Gijsbert van der Bent, aan de Noordzeekust, oktober

Kijkt-ie nou zo zielig, of juist chagrijnig, of smachtend misschien? Hoe dan ook, het Goudhaantje heeft een bijzonder expressieve gezichtsuitdrukking, door het grote rond koppie, die neerhangende lijntjes bij de snavel en natuurlijk ook door die prachtige grote donkere ogen. Oktober is de maand waarin veel Goudhaantjes op trek zijn. We kunnen ze dan op allerlei plaatsen aantreffen; op de Boulevard, in struikjes in de zeereep, midden in het dorp. Dat is niet hun natuurlijke habitat. Ze houden vooral van dennenbossen. Die proberen ze natuurlijk zo snel mogelijk te vinden nadat ze hier vermoeid van een lange reis vanuit noordelijker streken zijn neergestreken. Het Goudhaantje is met z’n lengte van 9 centimeter het kleinste vogeltje van Europa. Zeldzaam zijn ze niet. Zoals gezegd: zoek ze in dennenbossen. Ze zitten vaak tussen groepjes mezen, en speuren met die grote kooloogjes de hele dag door naar allerlei kleine insecten. Dat zal niet altijd meevallen in de winter....

Trekvogeltjes aan boord!

Foto: Koos de Visser, Noordzee - september 2020

Het is weer de tijd van de vogeltrek. Ook de vissers op de Noordzee merken dat. De trekvogels die in deze tijd aan boord komen zijn meestal de soorten die wij in Katwijk nu ook uit het noorden zien binnenkomen. Het gaat dan vooral om Graspiepers, Goudhaantjes, Roodborsten, Zanglijsters en ook af en toe een Sperwer of Torenvalk. Garnalenvisser Koos de Visser van de GO 58, die vaak vlak voor de kust Katwijk vist, kreeg deze week onder meer een Graspieper aan boord. Hij schrijft: 'Een gevleugelde vriend kwam even uitrusten in het stuurhuis, en heeft me nog een half uurtje vergezeld. Thumbs up voor ze vertrok'. De Graspieper is bij ons een van de talrijkste doortrekkers in de trektijd, zeker in het voorjaar maar ook in het najaar. NU dus! .

 

De Grote Vriendelijke Stadsreus

Foto: Ed Schouten, Katwijk - augustus 2020

Kijk uit, wat een grote enge wesp! Bij nader inzien blijkt het zwart met gele insect toch geen enge wesp, maar een onschuldige zweefvlieg. Wel een hele grote, want dit insect, die ook wel passend Hoornaarzweefvlieg wordt genoemd maar tegenwoordig beter bekend staat onder de naam Stadreus, kan wel 2,5 centimeter lang worden.

De Stadreus kwam oorspronkelijk vooral voor in zuidelijk en centraal Europa. Met het warmer worden van onze zomers wordt de Stadsreus echter steeds vaker gezien in Nederland. Deze soort heeft een opvallend voorkeur voor het stedelijk gebied, vandaar de naam. Afgelopen dagen werden er diverse Stadsreuzen gezien op de Zanderij, onder meer bij de imker.

De Oranje Zandoogjes komen er aan!

Foto: Truus van Duijvenboden, Katwijk - juli 2020

Jarenlang hebben we het wat zandoogjes betreft moeten doen met het algemene Bruin Zandoogje en het bijna net zo algemene Hooibeestje. In de jaren negentig kwam het Bont Zandoogje opzetten, en wel zodanig dat het nu een van de meest talrijke en meest verspreide dagvlinders is bij ons. Als er maar een begroeid en zonnig hoekje is. De laatste jaren komt er nog een zandoogje opzetten: het Oranje Zandoogje. Net even wat sprekender getekend, met vooral meer oranje op de bovenkant van de vleugels, dan het saaie Bruin Zandoogje en wat minder agressief dan het Bont Zandoogje.

Ze komen letterlijk vanuit het zuiden opzetten. De eerste waarnemingen van blijvers kwamen enkele jaren geleden uit het zuiden van Berkheide, en nu hebben ze Katwijk al bereikt en zitten ze ook in de bebouwde kom. Let er maar op!

 

 

Rietorchis in bloei

Foto's: Gijsbert van der Bent/Truus van Duijvenboden, Katwijk – juni 2020

Nu in bloei: de Rietorchis. De familie der orchideeën mag zich vanouds verheugen in een grote belangstelling. Als typische planten van natte duinvalleien worden ze ook nauwgezet gevolgd door duinbeheerders. Pogingen om door middel van ‘regeneratie’ de natuurlijke situatie in de duinen terug te krijgen, dus met veel natte duinvalleien, zijn immers niet geslaagd als er geen orchideeën (terug)komen. Wat dat betreft gaat het goed met deze familie. Kwamen er twintig jaar geleden nog maar twee soorten orchideeën voor in onze omgeving, inmiddels zijn dat er wel twaalf. Veel soorten die verdwenen waren zijn weer terug.

De Rietorchis is een van de algemeenste soorten, en kan soms massaal de kop opsteken in uitgestrekte natte duinvalleien. Maar ook elders waar gunstige omstandigheden zijn (zonnig, vochtig, niet al te voedselrijk maar liefst wel kalkrijk) kan men deze soort aantreffen. Zoek ze vooral in de overgangssituaties van water naar land in lichtglooiende oevers.

truus 1

De jonge Spreeuwen vliegen bijna uit

Foto: Arnold Meijer, Katwijk - mei 2020

Het is een bekend gezicht. Ga op de Rijnmond staan of langs de Tjalmaweg, en je ziet veel Spreeuwen vanuit het dorp naar de omliggende weilanden en velden vliegen en weer terug komen. In die kenmerkende rechtlijnige vlucht, waar de meeste andere kleine vogels golvend vliegen. Ze vertrekken met een lege snavel en komen terug met een volle snavel voer voor de jongen in het nest. Bijna alle Spreeuwen broeden in dezelfde periode, bijna allemaal hebben ze nu jongen in het nest, die straks over een week massaal uitvliegen. Die klitten bij elkaar, waardoor er vroeg in de zomer al grote groepen ontstaan die zich klaarmaken voor de trek.

De meeste Spreeuwen broeden in gaten en nissen in bebouwing, vaak onder de pannen. Maar soms worden ook natuurlijke holen gebruikt. Zie de foto! Het gaat niet zo best met de Spreeuw in heel Europa. Wie de Spreeuwen zo heen en weer ziet vliegen begrijpt hoe belangrijk de omliggende graslanden zijn voor deze soort. Maar iedereen weet ook dat in onze reeds dichtbevolkte duin- en bollenstreek geen enkel groen gebied veilig is voor de huizenhonger.....

Toen (in 2018) in de Natuur

In april is het themanummer van Holland’s Duinen verschenen met daarin de resultaten van het in het Nationaal park Hollandse Duinen gehouden 5000-soortenjaar. In dit  bijna 100 pagina's dikke nummer staan artikelen over vaatplanten, mossen, zeedieren, wantsen, bijen, bodemfauna en nog veel meer. Iedereen die in 2018 waarnemingen heeft verzameld in de Hollandse Duinen (de duinen van Hoek van Holland tot en met Noordwijk) kan dit nummer gratis  krijgen door zijn of haar adres achter te laten (adres achterlaten) via deze link:

 https://m9.mailplus.nl/genericservice/code/servlet/React?wpEncId=5wUhRUtKpt&wpMessageId=1165&userId=3900485&command=viewPage

Lok de bijen naar je tuin

Op zaterdag 18 en zondag 19 april is het nationale bijentelling, waarbij overigens ook hommels, zweefvliegen en wespen geteld worden. Zie: https://www.nationalebijentelling.nl

Het is natuurlijk leuk als er in je eigen tuin vanuit je eigen huis wat te tellen valt. Hoe lok je die bijen naar de tuin? Wat heb je daarvoor nodig? Plantjes natuurlijk! Hierbij enkele tips van Esther Schonenberg.

Wilde bijen hebben een klein leefgebied, van enkele tientallen meters tot maximaal zo’n 100 meter. Ze moeten dus dicht bij huis kunnen eten. In dorpen en steden is dat goed te organiseren door bijvoorbeeld het aanbrengen van gevelgroen en door het beplanten van boomspiegels. Je helpt daar de wilde bijen enorm mee, omdat ze dan kunnen hoppen van het ene tuintje naar het andere tuintje.
Bedenk wel dat een geveltuin en een boomspiegel meestal nogal droog zijn. Het is dan ook handig om planten te gebruiken die daar goed tegen kunnen. Een bij-vriendelijke beplanting van een geveltuin in de zon met een lange bloeiperiode is bijvoorbeeld met muurbloem, stokroos, slangenkruid, wolfsmelk, hemelsleutel, spoorbloem en distel, en voorjaarsbollen zoals sterhyacint, krokus en narcis.
Op een schaduwrijke plek moet je denken aan klokjesbloem, bosanemoon, akelei, narcis, maarts viooltje, loodkruid, silene, salomonszegel, adderwortel, wolfsmelk.

Belangrijk is dat je een beplanting samenstelt met een lange bloeiperiode, zodat er van het vroege voorjaar (bolletjes) tot in het late najaar wat te eten valt.
Heel veel mooie planten voor in de tuin zijn aantrekkelijk voor bijen. Een handige stelregel is dat bij een plant met een open bloem de nectar gemakkelijker te halen valt dan bij een plant met een gevulde bloem.

Op www.drachtplanten.nl kun je meer lezen over de favoriete planten van bijen.

Lekker nog in het zonnetje

Foto: Gijsbert van der Bent, Katwijk - april 2020

Wat is dat leuke gele plantje daar? Speenkruid. En die daar? Ook Speenkruid. En dat dan? Ja, dat is ook Speenkruid. Waarmee maar gezegd is dat het in deze tijd van het jaar een heel gewoon plantje is bij ons in de buurt. Door al dat gepraat over vroege lente zou je denken dat het in de natuur al een bloemenzee van jewelste is. Nou, dat valt tegen. Duinen en bossen zijn nog vooral kaal! Des te meer vallen die grote plakken Speenkruid op de bosbodem op.

Het spreenkruid bloeit als de bodem en struiken nog zonder bladeren zitten en het zonlicht nog tot de bosbodem doordringt. Het is dan ook een van de vroegst bloeiende planten. Bij regenachtig weer blijven de bloemen gesloten en bij zonnig weer gaan ze open. Met zoveel zonlicht als we de laatste weken hebben kan het niet anders of het Speenkruid heeft het best naar z’n zin.

Speenkruid in Panbos dichtbij kleiner formaat

Sleedoorn is een vroege bloeier

Foto: Gijsbert van der Bent, Katwijk/Noordwijk - maart 2020

Tussen de nog kale loofbomen en struiken vallen de struiken die al vroeg bloeien op. Een van de vroegste bloeiers is de Sleedoorn, met zijn mooie en welriekende witte bloemetjes. Deze struik is op verschillende plaatsen langs de binnenduinrand en ook in de zeereep te vinden. In Nederland komt de Sleedoornpage voor, die geheel afhankelijk is van deze struik. Helaas komt deze mooie vlindersoort alleen in het oosten van het land voor (maar we blijven wel opletten...).

Bloei Zwarte Pad overzicht klein

Drieteenstrandlopers schuilen voor de storm

Foto's: Nel Vlieland, Katwijk - februari 2020

De eerste echte winterstorm van het seizoen is een feit. Dat betekent voor veel Katwijkers uitwaaien op het strand of de Boulevard, en daarna gauw weer lekker aan de koffie, de soep of een ander hartversterkertje. Kust- en zeevogels moeten de storm gewoon uitzitten; ver op zee, binnenheen op de weilanden of gewoon op strand.

Voor de Drieteenstrandloper wordt het dribbelen langs de waterlijn met windkracht 9 en harder een beetje problematisch. Ze schuilen bij elkaar op de stenen van de buitenwatering en binnenwatering, en proberen iets in de luwte te blijven, zoals te zien is op de fraaie foto van Nel Vlieland. Wachten tot de storm overwaait. 

Drieteentes schuilen Uitwatering Foto Nel Vlieland

natuurcentrumkatwijk vos kop

Instagram @natuurcentrumkatwijk