Mooi blauw is niet lelijk

Foto: Gijsbert van der Bent – Katwijk, juli 2019

Wie op dit moment mooie bloeiende Wilde cichorei wil zien moet eens over de dijk lopen langs de Westerbaan, aan de kant van de woonwijk. De Wilde cichorei doet zijn bijnaam ‘Wegenwachter’ eer aan, want de stevige plant met de opvallende, hemelsblauwe bloemen staat in rijen langs de paden. Na augustus is het over met het blauwe feest.

Oudere Katwijkers kennen de Wilde cichorei misschien nog uit de oorlogsjaren. Van de wortels van de plant, waarin veel bitterstoffen zitten, werd surrogaatkoffie gemaakt. Waarschijnlijk niet te drinken, maar in tijden van gebrek aan echte koffie waarschijnlijk beter dan niks. De cichorei is familie van de witlof en de andijvie; ook al van die bittere planten.

En masse en van heel ver

Foto: Truus van Duijvenboden – Katwijk, juni 2019

Het is een bijzonder fenomeen: de aankomst van de Distelvlinder in Nederland in deze tijd van het jaar. Soms zijn ze met enkele, soms met letterlijk honderdduizenden. Het zijn grote en makkelijk te herkennen vlinders; bleek oranje en met zwart en wit in de vleugelpunten. Vliegen kunnen ze als de beste. Dat moet ook wel, want de meeste Distelvlinders die we hier zien komen uit Afrika, en het merendeel daarvan zelfs van gebieden ten zuiden van de Sahara. Net uit de pop gekropen gaan ze op trek, en geholpen door gunstige meewinden in hogere luchtstromen doen ze er een tot twee weken over om in onze streken te geraken. Ze kunnen zelfs IJsland bereiken! Eenmaal gearriveerd bij ons gaan ze op zoek naar geschikte planten om eitjes op te leggen, meestal distels of brandnetels, en die hebben we hier genoeg. In juli, augustus en september kunnen we dan Distelvlinders zien die hier geboren zijn. Overwinteren kunnen ze hier niet. Waarschijnlijk gaan de meeste vlinders dood en weet maar een enkeling het warmere zuiden te bereiken. Elke Distelvlinder die we hier nu (jnui) zien is dus afkomstig uit het (heel) verre zuiden.

 

Hotel Panbos

Foto: Gijsbert van der Bent – Katwijk, mei 2019

Behalve enkele woonhuizen en een goed restaurant herbergt Panbos sinds kort ook een hotel! Schrik niet, het is een bijenhotel, compleet met een bord met uitleg, op de zogenoemde Grote Weide van dit mooie binnenduinrandbos van Berkheide..

Dergelijke ‘hotels’ voor bijen en andere insecten mogen zich vandaag de dag verheugen in een grote populariteit, ingegeven door de oprechte zorg die er is voor het lot van onze wilde bijen. Bijen en andere bestuivende insecten zijn belangrijk voor de natuur en zeker ook voor de mensheid. Onze gewassen moeten immers bestoven worden.

Een hotel is mooi, maar laten we hopen dat er ook een goed restaurant bij zit voor de insecten, in de vorm van bloeiende nectarplanten en waardplanten.

Oranje boven!

Foto: Truus van Duijvenboden – Katwijk, april 2019

Koningsdag (en voorheen Koninginnedag) hebben voor vogelaars en vlinderaars een aparte betekenis. Eind april, en meestal op Koningsdag zelf, als iedereen vrij is, zien vogelaars meestal hun eerste Gierzwaluwen van het jaar. En het Oranjetipje laat zich, hoe toepasselijk, ook meestal voor het eerst zien rond de oranjefeesten. Het Oranjetipje is in en rond Katwijk zeker geen algemene vlinder. Het voorkomen is op z’n best grillig te noemen; zo zie je er op een plekje tien op een dag en zo zie je ze jaren niet meer. De laatste jaren lijkt de vlinder in het westen van Nederland en ook bij ons in Katwijk toe te nemen. Je moet ze zoeken waar de waardplanten staan: Look zonder Look of Pinksterbloem. Ze houden van warmte, en bosranden in de zon zijn dan ook favoriet. Het Panbos is momenteel bij ons de beste plek om ze te zien, maar je moet snel zijn, want de vlinders leven maar heel kort!

De eerste Oranjetipjes komen eind april tevoorschijn. Het mannetje is onmiskenbaar, maar het vrouwtje lijkt meer op een gewoon koolwitje. Totdat je de mooie groen gemarmerde onderkant ziet natuurlijk. Eind mei zie je ze al niet meer. Voor de vlinders is het werk dan gedaan. De mannetjes hebben de vrouwtjes bevrucht, en de vrouwtjes hebben eitjes gelegd op de waardplanten. De rupsen eten daarvan, verpoppen zich en brengen zo, stevig ingebakerd als pop, het lange winterseizoen door. Totdat het oranjezonnetje ze wakker maakt.

Beflijsters; je kunt er de kalender op gelijk stellen

Foto: Johnny van der Zwaag - Katwijk, april 2019

De maand april betekent op de Katwijkse vogelkalender: doortrek van Beflijsters. Deze lijstersoort lijkt op onze gewone Merel, maar is wat stoerder in z'n bewegingen, heeft een lichte zweem over de gesloten vleugel, een gelere snavel, een snellere vlucht, een hardere droge roep en natuurlijk....we zouden het bijna vergeten....een grote halvemaanvormige lichte vlek op de borst waaraan de vogel zijn naam ontleent.

De Beflijster broedt in de bergen van Midden-Europa en ook in de wat hogere gebieden in Schotland en Scandinavie. Overwinteren doen ze rond de Middellandse Zee, en dan met name in Noordwest-Afrika (Marokko en Algerije). Begin april worden rond Katwijk de eerste Beflijsters gemeld, meestal in de duinvalleien van Berkheide en de Coepelduynen. Ze hebben zo hun favoriete plekjes: de Vrieze Wei bijvoorbeeld (waar bijgaande foto ook genomen is). De Beflijsters die we in Katwijk zien zijn hoogstwaarschijnlijk op weg naar Schotland en Scandinavie. Het gaat soms om tientallen vogels in de directe omgeving van Katwijk. Het gaat overigens niet zo goed in de Britse broedgebieden met deze soort. Begin mei (soms tot eind mei) zijn de laatste Beflijsters doorgetrokken. In het najaar zien we ze veel minder; waarschijnlijk nemen ze dan een andere route naar het zuiden.

Ontluikende natuur

Foto: Maarten Langbroek – Katwijk, maart 2019

De ontluikende natuur kan niemand ontgaan zijn. Het wordt lente! De narcissen, krokussen en sneeuwklokjes zijn bijna uitgebloeid, en binnenkort zullen deze zogenoemde stinzeplanten weer plaatsmaken voor de inheemse flora. Ook de insecten komen tijdens deze zonnige dagen weer uit hun winterslaap. Er moet dan natuurlijk wel iets voor ze te halen zijn. Daar heeft de natuur over nagedacht: de eerste bloeiende bomen en struiken zijn verschillende kers- (Prunussen) en wilgensoorten (Salicaceae), die vanaf half maart beginnen te bloeien. In de gemeente Katwijk kan men nu her en der de witte bloesem van de Sleedoorn zien en in de duinen, langs de meertjes, in Rijnsoever of langs de Cantineweg vindt men bloeiende wilgenstruiken.

De bloesem van de Sleedoorn en de bloeiende katjes van de wilgen hebben een grote aantrekkingskracht op veel soorten bijen, hommels, zweefvliegen en bromvliegen, waardoor het er soms een gezoem van jewelste kan zijn. Er zijn ook al enkele dagvlinders waargenomen, waaronder de Atalanta, de Citroenvlinder, de Dagpauwoog en de Kleine Vos. Houd bij zonnig weer de bloeiende planten en struiken in uw tuin in de gaten houden; grote kans dat het ook daar een waar feestmaal is!

Mossen op hun mooist

Foto: Gerrit van Ommering – Katwijk, januari 2019

 In Berkheide is altijd wat te doen. Ook nu is het er groen, want de winter is de tijd dat de mossen er op hun mooist bijstaan. Mossen zijn heel kleine mini-plantjes, met hechtworteltjes, stengeltjes en blaadjes. Zoals de naam al suggereert dienen de hechtworteltjes alleen voor de aanhechting aan het oppervlak (bodem, hout of steen). Ze kunnen geen voedsel opnemen. Voor hun voedsel zijn mossen daarom afhankelijk van water. Dat is meestal hemelwater, in de vorm van regen, mist of dauw, en soms oppervlaktewater. Het water wordt opgenomen door de blaadjes, die dus niet alleen functioneren als échte blaadjes (fotosynthese), maar ook als wortels zoals we die bij hogere planten aantreffen.

Mossen groeien het beste in vochtige omstandigheden. Op beschaduwde plaatsen kunnen we ze het hele jaar in volle glorie zien, maar in het open duin zijn ze op hun groenst in het winterhalfjaar. Nu dus! Ga dus eens kijken, en neem een loep mee (of je telefoontje met loep-app) om ze goed te bekijken. Want ook al vormen mossen grote pollen of plakkaten, de individuele plantjes zijn echt heel klein. Op de foto zien we het Duinsterretje, het bekendste duinmos.

Sneeuwgorzen op de Buitensluis

Foto: Johnny van der Zwaag - Katwijk, november 2018

Van alle zangvogels op de wereld broedt de Sneeuwgors (en ja, ook de IJsgors) het meest noordelijk, het dichtst bij de Noordpool. Als daar de winter aanbreekt zakken ze af naar het noorden. Vroeger vaker, maar ook nu nog doen ze in de wintermaanden ook wel eens Katwijk aan. Waar ze zich ophouden doet altijd denken aan hun kale, boomloze en kille broedgebieden. Meestal zien we ze op het strand of in het open duin, waar ze zaden zoeken in schrale begroeiing, met snelle en rusteloze bewegingen. Ze hebben mooie, melodieuze roepjes. Het talud van de Buitensluis in Katwijk aan Zee is een gekende plek voor de Sneeuwgors. Eind november werden hier wel tien van deze mooie vogeltjes bij elkaar gezien. De Sneeuwgors is ongeveer zo groot als een Huismus, maar iets slanker. In het verenkleed zit veel wit, bij de mannetjes meer dan bij de vrouwtjes. Vooral als ze opvliegen is het wit in de vleugels goed te zien. Sneeuwgorzen worden dan ook wel eens vliegende sneeuwvlokjes genoemd. 

Sperwers over de telpost

Foto: Rob Floor – Katwijk, oktober 2018

De Sperwer broedt maar met een enkel paartje in onze streek. In de broedtijd zijn ze meestal nog heel stiekem ook. Een grotere kans om een Sperwer in beeld te krijgen heb je deze weken op de Katwijkse trektelposten, zoals De Puinhoop. Vanaf september tot in november trekken bij ons Sperwers door die in de noordelijkste delen van Europa broeden en zuidelijker in Europa overwinteren. Sperwers zijn vrij makkelijk te herkennen roofvogels: vrij klein formaat (wel is het vrouwtje een stuk forser dan het mannetje!), vrij korte en afgeronde vleugels en een vrij lange staart. Allemaal goed te zien op bijgaande foto. De vlucht is heel kenmerkend: een reeks snelle vleugelslagen afgewisseld met een glijvlucht.

Een ochtendje met goede vogeltrek levert in deze tijd van het jaar altijd wel een handvol Sperwers op, en op topdagen wel tientallen. Soms krijgen ze onderweg honger en kan men de Sperwer in doldrieste actie achter een vogel aan zien gaan. Het dieet van Sperwers bestaat voor 99,9 procent uit vogels, die in de vlucht overmeesterd worden. De kleine mannetjes slaan vooral mezen en vinken, de grotere vrouwtjes vogels tot de grootte van een Turkse Tortel. Sperwers schuwen de bebouwde kom niet. Dat roofvogeltje met die felle gele ogen die in uw achtertuin een arme mees of duif aan het plukken is; dat is een Sperwer.

Zanglijsters op trek

Foto: Leendert van der Bent – Katwijk, oktober 2018

De Zanglijster is een van de algemeenste vogels van Europa. Op dit moment, de maand oktober, zoeken letterlijk miljoenen Zanglijsters uit noord- en noordoost-Europa met de komst van de winter een beter heenkomen in het zuiden van Europa en Noord-Afrika. In Nederland en zeker ook Katwijk werden de eerste week van oktober duizenden Zanglijsters op trek waargenomen. De trek gaat ook ’s nachts door. De vogel op de foto is in de nacht of vroege ochtend waarschijnlijk uitgeput van over zee aan komen vliegen, en per ongeluk tegen een vensterruit gevlogen. Na te zijn bijgekomen van de klap is deze Zanglijster een uurtje later weer weggevlogen.

Vliegkunstenaars op voormalig vliegveld

Foto: Theo Westra – Katwijk, september 2018

De uittocht naar Afrika is al lang en breed begonnen en de komende weken zullen de laatste Boerenzwaluwen ons land verlaten. Weg uit de kou, lekker naar de warmte. Wel zo prettig voor een vogel die uitsluitend leeft van in de lucht gevangen insecten. Ook rond Katwijk hebben dit jaar weer Boerenzwaluwen gebroed. We vinden ze vooral in menselijke opstallen in de zuidoosthoek van de gemeente Katwijk, en zeker ook rond het voormalige Vliegkamp Valkenburg. De frêle Boerenzwaluwen maken jaarlijks trektochten van tienduizenden kilometers. Het zijn dus echt vliegkunstenaars. Wat is er dan mooier dan opgroeien op een voormalig vliegveld, zoals de twee zwaluwen op deze foto die nog gevoerd worden door een oudervogel.

Ook de vlinders hebben dorst

Foto: Gijsbert van der Bent - Katwijk, augustus 2018

Vlinders houden van warmte. In Zuid- en Midden-Europese landen zie je ook altijd meer vlinders dan bij ons. Die heerlijke zomer van 2018 moet dan ook wel heerlijk zijn voor vlinders. Zou je denken. Maar het kan ook te warm en vooral te droog zijn. Er zijn in en rond Katwijk op dit moment aardig wat vlinders te zien, maar door de droogte zijn veel planten waar de vlinders hun nectar uit halen verdord. Geef die vlinderstruik in de tuin een beetje extra water. Wie weet komt er wel een Gehakkelde Aurelia op zitten!

 

Libellen bij de vleet

Foto: Casper Zuyderduyn – Katwijk, juli 2018

Deze zomermaanden zijn de maanden bij uitstek voor het waarnemen van libellen. En daarvoor zit je in Katwijk en omstreken goed. Onze duingebieden Berkheide en de Coepelduynen en het nieuwe natuurgebied Lentevreugd behoren tot de beste-libellengebieden van Nederland. Rond Katwijk zijn bijna 40 verschillende soorten libellen waar te nemen, van hele algemene, zoals de Grote Keizerlibel, tot hele zeldzame, zoals de Vuurlibel en de Zuidelijke Glazenmaker. Op de foto een van de meer algemene soorten: de Paardenbijter. Deze libel is met name in de maanden juli en augustus aan te treffen in bijvoorbeeld het Panbos. Een goed kenmerk is dat ze jagen in grote groepen rond de bomen.

De Kleine Mantelmeeuwen zijn weer terug

Foto: Maart van der Bent - Katwijk

Meeuwen horen bij Katwijk, de strand en de zee. Sinds het broeden in de duinen vooral door de komst van de Vos in de jaren zeventig niet meer mogelijk is, hebben de meeuwen het hogerop gezocht. Zilvermeeuw en Kleine Mantelmeeuw broeden nu op daken in het zeedorp. De Zilvermeeuw (zilvergrijs dek) is een vogel die het hele jaar in Nederland te zien is. De Kleine Mantelmeeuw (zwartachtig dek) is een zomergast. In de winter verblijven ze in zuidelijke Europa en Noord-Afrika. In de loop van maart komen ze weer terug naar Nederland om hier te broeden. Hoewel de meeste Kleine Mantelmeeuwen dicht bij elkaar in grote kolonies op uitgestrekte daken broeden, zitten er over Katwijk verspreid ook meerdere solitaire paartjes op schoorstenen, dakkapellen, daken en dergelijke.

Nu en Toen in de Natuur

Het strand ligt vol verrassingen. Er is altijd wel wat te vinden. Op een maandagmorgen liep Arie Twigt op het strand voor Katwijk, zoals zo vaak, op zoek naar aanspoelsel. Op de hoogwaterlijn vond hij een groot bot, van 13 centimeter in doorsnee, dat hem niet bekend voorkwam. Nieuwsgierig als hij is ging hij bij specialisten te rade. Er kwam al snel een reactie van Dick Mol, specialist in mammoeten en andere dieren uit de IJstijd: Het bot blijkt een naviculare, een van de botten in de poot van een mammoet. De Noordzee ligt vol met overblijfselen van mammoeten, die hier tot in de laatste IJstijd algemeen voorkwamen.

Het voorjaar in de kop

Foto: Gerrit van Ommering - Katwijk, januari 2018

Januari is nog niet eens voorbij en nu hebben sommige vogels het voorjaar flink in de kop. Aalscholvers zijn in de winter helemaal zwart, maar zodra de kortste dag voorbij is gaan ze langzamerhand hun bruidskleed krijgen. De kop wordt wittig en op de flanken krijgen de vogels een opvallende witte dijvlek. In Berkheide hebben een aantal Aalscholvers zelf al nestplatformpjes gemaakt. Het zal niet lang meer duren voordat de eerste eieren gelegd worden. Februari en ook begin maart kunnen best nog strenge vorst te zien geven. Of de eieren en eventuele jongen dat overleven is dan nog maar de vraag. Honger hoeven de oudervogels in ieder geval niet te lijden. De meeste van onze Aalscholvers vissen tegenwoordig op zee. En eer die dichtvriest.....

Verstopt in hout of veen

boormossel foto arie twigt natuurcentrumkatwijk

Foto: Arie Twigt – Katwijk, december 2018

Vorige maand vond Arie Twigt op het strand tussen Katwijk en Noordwijk een Kleine boormossel Barnea parva. Daar was hij erg blij mee, want het is een schaarse soort op het Hollandse strand en hij had deze nog niet in zijn verzameling.

Deze Kleine boormossel leeft niet zoals bijvoorbeeld de kokkel in het zand, maar zit verstopt in hout en veen. Op de schelp zitten ruwe tandjes waarmee het schelpdiertje een hol voor zichzelf uitschraapt. Als de schelp groeit boort hij zich steeds een stukje verder in het hout of veen. De kleine boormossel is niet de enige boormossel die je kunt vinden op het Katwijkse strand. Ook de Witte, de Amerikaanse en de Ruwe boormossel zijn vaak te vinden op het strand. Zoek maar eens een plaatje op het internet, of kom ze bekijken als het Natuurcentrum Katwijk weer op het strand staat! Dat zal medio april 2018 zijn.

Laatbloeiers in de war?

katwijk-zeeraket-gerritvanommering-natuurcentrum.jpg

Foto: Gerrit van Ommering – Katwijk, november 2017

Hoewel het hoogtepunt van de bloei natuurlijk al weer lang achter ons ligt, zijn er opvallend veel plantensoorten die tot laat in de herfst bloeien. Niet zo uitbundig als in de zomer, maar als je een beetje gericht zoekt in bijvoorbeeld duingebied Berkheide kun je nog aardig wat bloemen vinden. Bijvoorbeeld de Zeeraket (zie foto), die ook veel voorkomt in de nieuwe zeereep voor de Katwijkse Boulevard.

Zijn die planten in de war? Nee, deze uitzonderingen horen bij de natuurlijke variatie binnen de soorten. Zo zijn de soorten voorbereid op veranderingen in hun leefgebied. De huidige laatbloeiers zullen voorlopers blijken te zijn als de opwarming van de aarde doorzet... Eind oktober kon je nog zo'n 70 soorten planten bloeiend in Berkheide vinden. Je kon er bijna een voorjaarsgevoel van krijgen! Hoeveel zouden het er nu nog zijn? Ga het duin in om het te ontdekken. Wel goed zoeken hoor!

Zeldzame schelp, gewoon op strand

schelp-sleutelgathoren-katwijk-marjaboekkooi-2017.jpg

Foto: Marja Boekkooi – Katwijk, oktober 2017

Regelmatig worden er hele leuk vondsten gedaan op het strand van Katwijk. Soms ook hele zeldzame. Vorige maand vond Marja Boekkooi op het strand van Katwijk bij Skuytevaert een Sleutelgathoren (wetenschappelijke naam: Diodora graeca). Deze horen heeft een opvallende vorm. Hij is niet, zoals bijvoorbeeld het Wenteltrapje, gewonden maar lijkt eerder op een omgekeerd schaaltje. De soort is verder te herkennen aan het sleutelgat in het midden van de schelp; vandaar de naam uiteraard. In Zeeland worden ze wat vaker gevonden, maar op de Zuid-Hollandse kust zijn ze heel zeldzaam. Mooi is ook dat de door Marja gevonden horen nog helemaal puntgaaf is. De meeste Sleutelgathorens die gevonden worden zijn beschadigd. Kortom; een zeldzame vondst kan gewoon op het Katwijkse strand. Kom ook zoeken!

Hartvormig met knobbels

geknobbelde-hartschelp-katwijk-henkvanduijn-2017.jpg

Geknobbelde hartschelp

Foto: Henk van Duijn – Katwijk, september 2017

Ook op stormachtige dagen kan het heerlijk zijn om een strandwandeling te maken. Een van de schelpensoorten die je regelmatig aantreft op het Katwijkse strand is de Geknobbelde hartschelp. Wetenschappelijke naam: Acanthocardia tuberculata. Let op de stevige bouw, driehoekige vorm, de brede ribbels en de knobbeltjes daarop. Ze kunnen tot 9 centimeter lang worden, maar zijn meestal veel kleiner.

De soort komt levend vooral voor in de Atlantische Oceaan tot in Het Kanaal en in de Middellandse Zee. Wat we hier op strand vinden zijn fossielen, en de kleppen zijn door het eeuwenlang verblijf onder het zand vrijwel altijd grijs-wit verkleurd. Let op: je hebt ook nog de Gedoorne hartschelp en de Grote hartschelp!

Een bijzondere eigenschap van hartschelpen is dat ze over het zand kunnen rollen zonder te beschadigen; erg handig op plekken waar veel stroming staat.

Instagram @natuurcentrumkatwijk