De Oranje Zandoogjes komen er aan!

Foto: Truus van Duijvenboden, Katwijk - juli 2020

Jarenlang hebben we het wat zandoogjes betreft moeten doen met het algemene Bruin Zandoogje en het bijna net zo algemene Hooibeestje. In de jaren negentig kwam het Bont Zandoogje opzetten, en wel zodanig dat het nu een van de meest talrijke en meest verspreide dagvlinders is bij ons. Als er maar een begroeid en zonnig hoekje is. De laatste jaren komt er nog een zandoogje opzetten: het Oranje Zandoogje. Net even wat sprekender getekend, met vooral meer oranje op de bovenkant van de vleugels, dan het saaie Bruin Zandoogje en wat minder agressief dan het Bont Zandoogje.

Ze komen letterlijk vanuit het zuiden opzetten. De eerste waarnemingen van blijvers kwamen enkele jaren geleden uit het zuiden van Berkheide, en nu hebben ze Katwijk al bereikt en zitten ze ook in de bebouwde kom. Let er maar op!

 

 

Rietorchis in bloei

Foto's: Gijsbert van der Bent/Truus van Duijvenboden, Katwijk – juni 2020

Nu in bloei: de Rietorchis. De familie der orchideeën mag zich vanouds verheugen in een grote belangstelling. Als typische planten van natte duinvalleien worden ze ook nauwgezet gevolgd door duinbeheerders. Pogingen om door middel van ‘regeneratie’ de natuurlijke situatie in de duinen terug te krijgen, dus met veel natte duinvalleien, zijn immers niet geslaagd als er geen orchideeën (terug)komen. Wat dat betreft gaat het goed met deze familie. Kwamen er twintig jaar geleden nog maar twee soorten orchideeën voor in onze omgeving, inmiddels zijn dat er wel twaalf. Veel soorten die verdwenen waren zijn weer terug.

De Rietorchis is een van de algemeenste soorten, en kan soms massaal de kop opsteken in uitgestrekte natte duinvalleien. Maar ook elders waar gunstige omstandigheden zijn (zonnig, vochtig, niet al te voedselrijk maar liefst wel kalkrijk) kan men deze soort aantreffen. Zoek ze vooral in de overgangssituaties van water naar land in lichtglooiende oevers.

truus 1

De jonge Spreeuwen vliegen bijna uit

Foto: Arnold Meijer, Katwijk - mei 2020

Het is een bekend gezicht. Ga op de Rijnmond staan of langs de Tjalmaweg, en je ziet veel Spreeuwen vanuit het dorp naar de omliggende weilanden en velden vliegen en weer terug komen. In die kenmerkende rechtlijnige vlucht, waar de meeste andere kleine vogels golvend vliegen. Ze vertrekken met een lege snavel en komen terug met een volle snavel voer voor de jongen in het nest. Bijna alle Spreeuwen broeden in dezelfde periode, bijna allemaal hebben ze nu jongen in het nest, die straks over een week massaal uitvliegen. Die klitten bij elkaar, waardoor er vroeg in de zomer al grote groepen ontstaan die zich klaarmaken voor de trek.

De meeste Spreeuwen broeden in gaten en nissen in bebouwing, vaak onder de pannen. Maar soms worden ook natuurlijke holen gebruikt. Zie de foto! Het gaat niet zo best met de Spreeuw in heel Europa. Wie de Spreeuwen zo heen en weer ziet vliegen begrijpt hoe belangrijk de omliggende graslanden zijn voor deze soort. Maar iedereen weet ook dat in onze reeds dichtbevolkte duin- en bollenstreek geen enkel groen gebied veilig is voor de huizenhonger.....

Toen (in 2018) in de Natuur

In april is het themanummer van Holland’s Duinen verschenen met daarin de resultaten van het in het Nationaal park Hollandse Duinen gehouden 5000-soortenjaar. In dit  bijna 100 pagina's dikke nummer staan artikelen over vaatplanten, mossen, zeedieren, wantsen, bijen, bodemfauna en nog veel meer. Iedereen die in 2018 waarnemingen heeft verzameld in de Hollandse Duinen (de duinen van Hoek van Holland tot en met Noordwijk) kan dit nummer gratis  krijgen door zijn of haar adres achter te laten (adres achterlaten) via deze link:

 https://m9.mailplus.nl/genericservice/code/servlet/React?wpEncId=5wUhRUtKpt&wpMessageId=1165&userId=3900485&command=viewPage

Lok de bijen naar je tuin

Op zaterdag 18 en zondag 19 april is het nationale bijentelling, waarbij overigens ook hommels, zweefvliegen en wespen geteld worden. Zie: https://www.nationalebijentelling.nl

Het is natuurlijk leuk als er in je eigen tuin vanuit je eigen huis wat te tellen valt. Hoe lok je die bijen naar de tuin? Wat heb je daarvoor nodig? Plantjes natuurlijk! Hierbij enkele tips van Esther Schonenberg.

Wilde bijen hebben een klein leefgebied, van enkele tientallen meters tot maximaal zo’n 100 meter. Ze moeten dus dicht bij huis kunnen eten. In dorpen en steden is dat goed te organiseren door bijvoorbeeld het aanbrengen van gevelgroen en door het beplanten van boomspiegels. Je helpt daar de wilde bijen enorm mee, omdat ze dan kunnen hoppen van het ene tuintje naar het andere tuintje.
Bedenk wel dat een geveltuin en een boomspiegel meestal nogal droog zijn. Het is dan ook handig om planten te gebruiken die daar goed tegen kunnen. Een bij-vriendelijke beplanting van een geveltuin in de zon met een lange bloeiperiode is bijvoorbeeld met muurbloem, stokroos, slangenkruid, wolfsmelk, hemelsleutel, spoorbloem en distel, en voorjaarsbollen zoals sterhyacint, krokus en narcis.
Op een schaduwrijke plek moet je denken aan klokjesbloem, bosanemoon, akelei, narcis, maarts viooltje, loodkruid, silene, salomonszegel, adderwortel, wolfsmelk.

Belangrijk is dat je een beplanting samenstelt met een lange bloeiperiode, zodat er van het vroege voorjaar (bolletjes) tot in het late najaar wat te eten valt.
Heel veel mooie planten voor in de tuin zijn aantrekkelijk voor bijen. Een handige stelregel is dat bij een plant met een open bloem de nectar gemakkelijker te halen valt dan bij een plant met een gevulde bloem.

Op www.drachtplanten.nl kun je meer lezen over de favoriete planten van bijen.

Lekker nog in het zonnetje

Foto: Gijsbert van der Bent, Katwijk - april 2020

Wat is dat leuke gele plantje daar? Speenkruid. En die daar? Ook Speenkruid. En dat dan? Ja, dat is ook Speenkruid. Waarmee maar gezegd is dat het in deze tijd van het jaar een heel gewoon plantje is bij ons in de buurt. Door al dat gepraat over vroege lente zou je denken dat het in de natuur al een bloemenzee van jewelste is. Nou, dat valt tegen. Duinen en bossen zijn nog vooral kaal! Des te meer vallen die grote plakken Speenkruid op de bosbodem op.

Het spreenkruid bloeit als de bodem en struiken nog zonder bladeren zitten en het zonlicht nog tot de bosbodem doordringt. Het is dan ook een van de vroegst bloeiende planten. Bij regenachtig weer blijven de bloemen gesloten en bij zonnig weer gaan ze open. Met zoveel zonlicht als we de laatste weken hebben kan het niet anders of het Speenkruid heeft het best naar z’n zin.

Speenkruid in Panbos dichtbij kleiner formaat

Sleedoorn is een vroege bloeier

Foto: Gijsbert van der Bent, Katwijk/Noordwijk - maart 2020

Tussen de nog kale loofbomen en struiken vallen de struiken die al vroeg bloeien op. Een van de vroegste bloeiers is de Sleedoorn, met zijn mooie en welriekende witte bloemetjes. Deze struik is op verschillende plaatsen langs de binnenduinrand en ook in de zeereep te vinden. In Nederland komt de Sleedoornpage voor, die geheel afhankelijk is van deze struik. Helaas komt deze mooie vlindersoort alleen in het oosten van het land voor (maar we blijven wel opletten...).

Bloei Zwarte Pad overzicht klein

Drieteenstrandlopers schuilen voor de storm

Foto's: Nel Vlieland, Katwijk - februari 2020

De eerste echte winterstorm van het seizoen is een feit. Dat betekent voor veel Katwijkers uitwaaien op het strand of de Boulevard, en daarna gauw weer lekker aan de koffie, de soep of een ander hartversterkertje. Kust- en zeevogels moeten de storm gewoon uitzitten; ver op zee, binnenheen op de weilanden of gewoon op strand.

Voor de Drieteenstrandloper wordt het dribbelen langs de waterlijn met windkracht 9 en harder een beetje problematisch. Ze schuilen bij elkaar op de stenen van de buitenwatering en binnenwatering, en proberen iets in de luwte te blijven, zoals te zien is op de fraaie foto van Nel Vlieland. Wachten tot de storm overwaait. 

Drieteentes schuilen Uitwatering Foto Nel Vlieland

Grote Tepelhoorn tussen het aanspoelsel

Foto: Esther Schonenberg, Katwijk – januari 2020

Er zijn heel wat mensen die (vrijwel) dagelijks het Katwijkse strand afstruinen, met gebogen hoofd speurend in het aanspoelsel. Dat kan bijzondere vondsten opleveren. Het huisje van de Grote Tepelhoorn is niet echt zeldzaam, maar wel heel mooi. De Grote Tepelhoorn is een zogenoemde marine huisjesslak. Ze zijn een beetje gelig, met roodbruine vlekjes op de windingen. Het gaat hier om een roofslak, die leeft van tweekleppige schelpdieren. De slak boort daar met zijn rasptong een gaatje in en zuigt dan als het ware zijn slachtoffer leeg. Op ons strand spoelen meestal alleen de lege horentjes van de Grote Tepelhoorn aan en zelden levende dieren. Vaak wordt zo’n leeg tepelhoorn-huisje bewoond door een Heremietkreeftje (rechts op de foto net nog te zien). Dit kreeftje heeft een week achterlijf, dat het beschermt door te gaan wonen in een verlaten hoorntje.

In de achtertuin...

Foto:Gijsbert van der Bent -  Katwijk, december 2019

Doordat veel ruige overhoekjes in de gemeente worden opgeruimd, het bomen- en het struikbestand in Katwijk overal ernstig wordt gedund en de verstening van voor- en achtertuinen nog steeds doorwoekert, kan het zomaar gebeuren dat je kleine maar groene achtertuin een steeds aantrekkelijkere plek wordt voor vogels. Hou de verrekijker bij de hand, want daar kunnen ook wel eens zeldzame vogels tussen zitten. Zoals het geval was deze maand in een achtertuin in de wijk De Zanderij. Hier bleek opeens een Dwerggors te zitten! Deze vogelsoort broedt op de taiga, vanaf het uiterste noordoosten van Europa tot in Siberie. In tegenstelling tot vogels als de Koperwiek en de Barmsijs trekt de Dwerggors in de wintermaanden naar zuidoostelijker streken. Ze horen hier in de winter dus helemaal niet te zitten, maar ergens in Zuid-Azie. Desondanks is de Dwerggors een zeldzame, maar wel jaarlijkse gast in Nederland. Ook in Katwijk zijn ze al vaker gezien. Maar nog nooit in een achtertuin. Dus mensen: hou het groen!  

Huismus in de buurt

Foto: Gijsbert van der Bent - Katwijk, november 2019

Moeten we dat voortuintje van het Natuurcentrum Katwijk niet eens een beetje opknappen? Ja hoor, dat kan (is inmiddels ook gebeurd), als we die stekelstruik en dat zand maar zo laten. En dat is gelukkig ook gebeurd. Die stekelstruik is niets meer maar ook niets minder dan de Duindoorn; in de Katwijkse duinen heel algemeen maar elders in Nederland helemaal niet zo gewoon. En dat kale zand is natuurlijk puur natuur. We zitten op de Boulevard! Maar dat niet alleen. Het kale zand is ook het bad van de Huismussen in de buurt. Ook als het druk is in het centrum zitten er vaak zo'n twintig Huismussen boven in de struik. Dreigt er gevaar, een Sperwer bijvoorbeeld, dan kunnen ze de stekels induiken. Het zand wordt druk gebruik als bad. Waarschijnlijk zijn die Huismussen ooit volgers van woestijnnomaden geweest, en zijn ze hun voorliefde voor lekker mul zand niet verloren. Overigens nemen veel vogel een stof- of zandbad; schijnt goed te zijn tegen ongediertje dat de huid en het verenpak van de vogels belaagt.

Huismus neemt een bad kleiner

We moeten zuinig zijn op de Huismus, die het in onze dorpen, waar alle gaten en kiertjes zo dicht mogelijk gestopt worden, niet makkelijk heeft. Het overdadig isoleren van huizen en alom dichte dakpannen kosten de Huismussen hun nestplaats. Het opruimen van struiken en onkruidhoekjes hun voedsel en schuilplaatsen.

 

 

Sijzen op trek

Foto: Rene van Rossum - Katwijk, oktober 2019

Op dit moment kunnen we genieten van een bijzonder fenomeen: heel veel Sijzen op trek. Nu worden er in Katwijk altijd wel groepjes Sijzen op doortrek gezien, maar de getelde aantallen in de eerste helft van deze oktober zijn wel heel bijzonder. Tijdens Euro Birdwatch op zaterdag 5 oktober stond de Sijs in Katwijk al in de Top 3 van die dag, met 3.686 getelde Sijzen. Alleen van de Vink werden er die dag meer geteld, maar dat is normaal.

Sijzen zijn kleine, sierlijk en mooi geel-groen gekleurde vink-achtigen. Het zijn levendige en luidruchtige vogels, met hoge roepen. Ze broeden niet in Nederland. In het winterhalfjaar zijn Elzen en Berken de beste bomen voor hongerige Sijzen die naar ons land afzakken. Af en toe zijn er dan groepjes ook in Katwijk en omstreken te zien. Eens in de zoveel jaar gaan Sijzen uit noord- en oost-Europa massaal op pad. We spreken dan van een invastie, zoals we dat ook wel eens hebben met Vlaamse Gaaien, mezen, Grote Bonte Specht en zeldzamer Pestvogels en nog zeldzamer Notenkrakers. Voedsel zal daar mee te maken hebben. Dit najaar is er sprake van een echte Sijs-invastie. Een kleine 10.000 Sijzen overtrekkend, zoals op 12 oktober, zien we hier echt niet vaak!

Fotogenieke Rosse Woelmuis

Foto: Ed Schouten – Katwijk, september 2019

Wel eens een Rosse Woelmuis gezien? Probeer het eens in het Panbos! Dit jaar schijnt een goed muizenjaar te zijn. Dat blijkt ook wel uit de aantallen jagende Buizerds en Torenvalken op het voormalig vliegveld Valkenburg. Ook voor de Rosse Woelmuis lijkt het een goed jaar. Ze zijn niet echt schuw en laten zich het hele jaar zien. Dat valt nog niet altijd mee; let op geritsel in de strooisellaag! Ze maken gebruik van vaste routes. Handig voor de waarnemer ook! Zoals de naam al aangeeft heeft de Rosse Woelmuis een mooie roodbruine zweem over nek en rug. Het diertje heeft duidelijk zichtbare ogen en oren (maar niet zulke flaporen als de Bosmuis) en een redelijk lange staart (maar ook niet zo lang als die van de Bosmuis). Ze eten allerlei plantaardig materiaal, waarvan ze ook voorraden aanleggen, en in de zomer ook insecten. Rosse Woelmuizen kunnen zich razendsnel voortplanten, maar vormen zelf een belangrijk voedsel voor roofvogels en roofdieren. Dus zo druk zal het niet worden met die muizen in Panbos.

Piektijd voor de Parnassia

Foto: Gerrit van Ommering – Katwijk, augustus 2019

Terwijl in het droge duin al veel planten zijn uitgebloeid, laten de vochtige duinvalleien nog een zee van bloemen zien. Althans, waar die niet zijn opgegeten door de grote grazers, die wel weten waar de meest sappige hapjes zijn te halen.

Blikvanger is de Parnassia, met zijn vijftallige witte bloemen. Het is een echte nazomerbloeier, die tot in september bloeit. Met de bloemen is van alles aan de hand, maar de ruimte hier is te kort om dat te beschrijven. Bekijk in het veld maar eens een aantal bloemen van dichtbij, dan vallen je vanzelf een heleboel dingen op. De beste plekken om Parnassia te zien bevinden zich in onze eigen ‘Kalahari’, in het zuiden van Berkheide. Vanaf de voormalige koffietent loopt het laarzenpad naar noord en zuid dwars door diverse vochtige valleien met dit mooie plantje.

Mooi blauw is niet lelijk

Foto: Gijsbert van der Bent – Katwijk, juli 2019

Wie op dit moment mooie bloeiende Wilde cichorei wil zien moet eens over de dijk lopen langs de Westerbaan, aan de kant van de woonwijk. De Wilde cichorei doet zijn bijnaam ‘Wegenwachter’ eer aan, want de stevige plant met de opvallende, hemelsblauwe bloemen staat in rijen langs de paden. Na augustus is het over met het blauwe feest.

Oudere Katwijkers kennen de Wilde cichorei misschien nog uit de oorlogsjaren. Van de wortels van de plant, waarin veel bitterstoffen zitten, werd surrogaatkoffie gemaakt. Waarschijnlijk niet te drinken, maar in tijden van gebrek aan echte koffie waarschijnlijk beter dan niks. De cichorei is familie van de witlof en de andijvie; ook al van die bittere planten.

En masse en van heel ver

Foto: Truus van Duijvenboden – Katwijk, juni 2019

Het is een bijzonder fenomeen: de aankomst van de Distelvlinder in Nederland in deze tijd van het jaar. Soms zijn ze met enkele, soms met letterlijk honderdduizenden. Het zijn grote en makkelijk te herkennen vlinders; bleek oranje en met zwart en wit in de vleugelpunten. Vliegen kunnen ze als de beste. Dat moet ook wel, want de meeste Distelvlinders die we hier zien komen uit Afrika, en het merendeel daarvan zelfs van gebieden ten zuiden van de Sahara. Net uit de pop gekropen gaan ze op trek, en geholpen door gunstige meewinden in hogere luchtstromen doen ze er een tot twee weken over om in onze streken te geraken. Ze kunnen zelfs IJsland bereiken! Eenmaal gearriveerd bij ons gaan ze op zoek naar geschikte planten om eitjes op te leggen, meestal distels of brandnetels, en die hebben we hier genoeg. In juli, augustus en september kunnen we dan Distelvlinders zien die hier geboren zijn. Overwinteren kunnen ze hier niet. Waarschijnlijk gaan de meeste vlinders dood en weet maar een enkeling het warmere zuiden te bereiken. Elke Distelvlinder die we hier nu (juni) zien is dus afkomstig uit het (heel) verre zuiden.

 

Hotel Panbos

Foto: Gijsbert van der Bent – Katwijk, mei 2019

Behalve enkele woonhuizen en een goed restaurant herbergt Panbos sinds kort ook een hotel! Schrik niet, het is een bijenhotel, compleet met een bord met uitleg, op de zogenoemde Grote Weide van dit mooie binnenduinrandbos van Berkheide..

Dergelijke ‘hotels’ voor bijen en andere insecten mogen zich vandaag de dag verheugen in een grote populariteit, ingegeven door de oprechte zorg die er is voor het lot van onze wilde bijen. Bijen en andere bestuivende insecten zijn belangrijk voor de natuur en zeker ook voor de mensheid. Onze gewassen moeten immers bestoven worden.

Een hotel is mooi, maar laten we hopen dat er ook een goed restaurant bij zit voor de insecten, in de vorm van bloeiende nectarplanten en waardplanten.

Oranje boven!

Foto: Truus van Duijvenboden – Katwijk, april 2019

Koningsdag (en voorheen Koninginnedag) hebben voor vogelaars en vlinderaars een aparte betekenis. Eind april, en meestal op Koningsdag zelf, als iedereen vrij is, zien vogelaars meestal hun eerste Gierzwaluwen van het jaar. En het Oranjetipje laat zich, hoe toepasselijk, ook meestal voor het eerst zien rond de oranjefeesten. Het Oranjetipje is in en rond Katwijk zeker geen algemene vlinder. Het voorkomen is op z’n best grillig te noemen; zo zie je er op een plekje tien op een dag en zo zie je ze jaren niet meer. De laatste jaren lijkt de vlinder in het westen van Nederland en ook bij ons in Katwijk toe te nemen. Je moet ze zoeken waar de waardplanten staan: Look zonder Look of Pinksterbloem. Ze houden van warmte, en bosranden in de zon zijn dan ook favoriet. Het Panbos is momenteel bij ons de beste plek om ze te zien, maar je moet snel zijn, want de vlinders leven maar heel kort!

De eerste Oranjetipjes komen eind april tevoorschijn. Het mannetje is onmiskenbaar, maar het vrouwtje lijkt meer op een gewoon koolwitje. Totdat je de mooie groen gemarmerde onderkant ziet natuurlijk. Eind mei zie je ze al niet meer. Voor de vlinders is het werk dan gedaan. De mannetjes hebben de vrouwtjes bevrucht, en de vrouwtjes hebben eitjes gelegd op de waardplanten. De rupsen eten daarvan, verpoppen zich en brengen zo, stevig ingebakerd als pop, het lange winterseizoen door. Totdat het oranjezonnetje ze wakker maakt.

Beflijsters; je kunt er de kalender op gelijk stellen

Foto: Johnny van der Zwaag - Katwijk, april 2019

De maand april betekent op de Katwijkse vogelkalender: doortrek van Beflijsters. Deze lijstersoort lijkt op onze gewone Merel, maar is wat stoerder in z'n bewegingen, heeft een lichte zweem over de gesloten vleugel, een gelere snavel, een snellere vlucht, een hardere droge roep en natuurlijk....we zouden het bijna vergeten....een grote halvemaanvormige lichte vlek op de borst waaraan de vogel zijn naam ontleent.

De Beflijster broedt in de bergen van Midden-Europa en ook in de wat hogere gebieden in Schotland en Scandinavie. Overwinteren doen ze rond de Middellandse Zee, en dan met name in Noordwest-Afrika (Marokko en Algerije). Begin april worden rond Katwijk de eerste Beflijsters gemeld, meestal in de duinvalleien van Berkheide en de Coepelduynen. Ze hebben zo hun favoriete plekjes: de Vrieze Wei bijvoorbeeld (waar bijgaande foto ook genomen is). De Beflijsters die we in Katwijk zien zijn hoogstwaarschijnlijk op weg naar Schotland en Scandinavie. Het gaat soms om tientallen vogels in de directe omgeving van Katwijk. Het gaat overigens niet zo goed in de Britse broedgebieden met deze soort. Begin mei (soms tot eind mei) zijn de laatste Beflijsters doorgetrokken. In het najaar zien we ze veel minder; waarschijnlijk nemen ze dan een andere route naar het zuiden.

Ontluikende natuur

Foto: Maarten Langbroek – Katwijk, maart 2019

De ontluikende natuur kan niemand ontgaan zijn. Het wordt lente! De narcissen, krokussen en sneeuwklokjes zijn bijna uitgebloeid, en binnenkort zullen deze zogenoemde stinzeplanten weer plaatsmaken voor de inheemse flora. Ook de insecten komen tijdens deze zonnige dagen weer uit hun winterslaap. Er moet dan natuurlijk wel iets voor ze te halen zijn. Daar heeft de natuur over nagedacht: de eerste bloeiende bomen en struiken zijn verschillende kers- (Prunussen) en wilgensoorten (Salicaceae), die vanaf half maart beginnen te bloeien. In de gemeente Katwijk kan men nu her en der de witte bloesem van de Sleedoorn zien en in de duinen, langs de meertjes, in Rijnsoever of langs de Cantineweg vindt men bloeiende wilgenstruiken.

De bloesem van de Sleedoorn en de bloeiende katjes van de wilgen hebben een grote aantrekkingskracht op veel soorten bijen, hommels, zweefvliegen en bromvliegen, waardoor het er soms een gezoem van jewelste kan zijn. Er zijn ook al enkele dagvlinders waargenomen, waaronder de Atalanta, de Citroenvlinder, de Dagpauwoog en de Kleine Vos. Houd bij zonnig weer de bloeiende planten en struiken in uw tuin in de gaten houden; grote kans dat het ook daar een waar feestmaal is!

natuurcentrumkatwijk vos kop

Instagram @natuurcentrumkatwijk