De Kleine Mantelmeeuwen zijn weer terug

Foto: Maart van der Bent - Katwijk

Meeuwen horen bij Katwijk, de strand en de zee. Sinds het broeden in de duinen vooral door de komst van de Vos in de jaren zeventig niet meer mogelijk is, hebben de meeuwen het hogerop gezocht. Zilvermeeuw en Kleine Mantelmeeuw broeden nu op daken in het zeedorp. De Zilvermeeuw (zilvergrijs dek) is een vogel die het hele jaar in Nederland te zien is. De Kleine Mantelmeeuw (zwartachtig dek) is een zomergast. In de winter verblijven ze in zuidelijke Europa en Noord-Afrika. In de loop van maart komen ze weer terug naar Nederland om hier te broeden. Hoewel de meeste Kleine Mantelmeeuwen dicht bij elkaar in grote kolonies op uitgestrekte daken broeden, zitten er over Katwijk verspreid ook meerdere solitaire paartjes op schoorstenen, dakkapellen, daken en dergelijke.

Nu en Toen in de Natuur

Het strand ligt vol verrassingen. Er is altijd wel wat te vinden. Op een maandagmorgen liep Arie Twigt op het strand voor Katwijk, zoals zo vaak, op zoek naar aanspoelsel. Op de hoogwaterlijn vond hij een groot bot, van 13 centimeter in doorsnee, dat hem niet bekend voorkwam. Nieuwsgierig als hij is ging hij bij specialisten te rade. Er kwam al snel een reactie van Dick Mol, specialist in mammoeten en andere dieren uit de IJstijd: Het bot blijkt een naviculare, een van de botten in de poot van een mammoet. De Noordzee ligt vol met overblijfselen van mammoeten, die hier tot in de laatste IJstijd algemeen voorkwamen.

Het voorjaar in de kop

Foto: Gerrit van Ommering - Katwijk, januari 2018

Januari is nog niet eens voorbij en nu hebben sommige vogels het voorjaar flink in de kop. Aalscholvers zijn in de winter helemaal zwart, maar zodra de kortste dag voorbij is gaan ze langzamerhand hun bruidskleed krijgen. De kop wordt wittig en op de flanken krijgen de vogels een opvallende witte dijvlek. In Berkheide hebben een aantal Aalscholvers zelf al nestplatformpjes gemaakt. Het zal niet lang meer duren voordat de eerste eieren gelegd worden. Februari en ook begin maart kunnen best nog strenge vorst te zien geven. Of de eieren en eventuele jongen dat overleven is dan nog maar de vraag. Honger hoeven de oudervogels in ieder geval niet te lijden. De meeste van onze Aalscholvers vissen tegenwoordig op zee. En eer die dichtvriest.....

Verstopt in hout of veen

boormossel foto arie twigt natuurcentrumkatwijk

Foto: Arie Twigt – Katwijk, december 2018

Vorige maand vond Arie Twigt op het strand tussen Katwijk en Noordwijk een Kleine boormossel Barnea parva. Daar was hij erg blij mee, want het is een schaarse soort op het Hollandse strand en hij had deze nog niet in zijn verzameling.

Deze Kleine boormossel leeft niet zoals bijvoorbeeld de kokkel in het zand, maar zit verstopt in hout en veen. Op de schelp zitten ruwe tandjes waarmee het schelpdiertje een hol voor zichzelf uitschraapt. Als de schelp groeit boort hij zich steeds een stukje verder in het hout of veen. De kleine boormossel is niet de enige boormossel die je kunt vinden op het Katwijkse strand. Ook de Witte, de Amerikaanse en de Ruwe boormossel zijn vaak te vinden op het strand. Zoek maar eens een plaatje op het internet, of kom ze bekijken als het Natuurcentrum Katwijk weer op het strand staat! Dat zal medio april 2018 zijn.

Laatbloeiers in de war?

katwijk-zeeraket-gerritvanommering-natuurcentrum.jpg

Foto: Gerrit van Ommering – Katwijk, november 2017

Hoewel het hoogtepunt van de bloei natuurlijk al weer lang achter ons ligt, zijn er opvallend veel plantensoorten die tot laat in de herfst bloeien. Niet zo uitbundig als in de zomer, maar als je een beetje gericht zoekt in bijvoorbeeld duingebied Berkheide kun je nog aardig wat bloemen vinden. Bijvoorbeeld de Zeeraket (zie foto), die ook veel voorkomt in de nieuwe zeereep voor de Katwijkse Boulevard.

Zijn die planten in de war? Nee, deze uitzonderingen horen bij de natuurlijke variatie binnen de soorten. Zo zijn de soorten voorbereid op veranderingen in hun leefgebied. De huidige laatbloeiers zullen voorlopers blijken te zijn als de opwarming van de aarde doorzet... Eind oktober kon je nog zo'n 70 soorten planten bloeiend in Berkheide vinden. Je kon er bijna een voorjaarsgevoel van krijgen! Hoeveel zouden het er nu nog zijn? Ga het duin in om het te ontdekken. Wel goed zoeken hoor!

Zeldzame schelp, gewoon op strand

schelp-sleutelgathoren-katwijk-marjaboekkooi-2017.jpg

Foto: Marja Boekkooi – Katwijk, oktober 2017

Regelmatig worden er hele leuk vondsten gedaan op het strand van Katwijk. Soms ook hele zeldzame. Vorige maand vond Marja Boekkooi op het strand van Katwijk bij Skuytevaert een Sleutelgathoren (wetenschappelijke naam: Diodora graeca). Deze horen heeft een opvallende vorm. Hij is niet, zoals bijvoorbeeld het Wenteltrapje, gewonden maar lijkt eerder op een omgekeerd schaaltje. De soort is verder te herkennen aan het sleutelgat in het midden van de schelp; vandaar de naam uiteraard. In Zeeland worden ze wat vaker gevonden, maar op de Zuid-Hollandse kust zijn ze heel zeldzaam. Mooi is ook dat de door Marja gevonden horen nog helemaal puntgaaf is. De meeste Sleutelgathorens die gevonden worden zijn beschadigd. Kortom; een zeldzame vondst kan gewoon op het Katwijkse strand. Kom ook zoeken!

Hartvormig met knobbels

geknobbelde-hartschelp-katwijk-henkvanduijn-2017.jpg

Geknobbelde hartschelp

Foto: Henk van Duijn – Katwijk, september 2017

Ook op stormachtige dagen kan het heerlijk zijn om een strandwandeling te maken. Een van de schelpensoorten die je regelmatig aantreft op het Katwijkse strand is de Geknobbelde hartschelp. Wetenschappelijke naam: Acanthocardia tuberculata. Let op de stevige bouw, driehoekige vorm, de brede ribbels en de knobbeltjes daarop. Ze kunnen tot 9 centimeter lang worden, maar zijn meestal veel kleiner.

De soort komt levend vooral voor in de Atlantische Oceaan tot in Het Kanaal en in de Middellandse Zee. Wat we hier op strand vinden zijn fossielen, en de kleppen zijn door het eeuwenlang verblijf onder het zand vrijwel altijd grijs-wit verkleurd. Let op: je hebt ook nog de Gedoorne hartschelp en de Grote hartschelp!

Een bijzondere eigenschap van hartschelpen is dat ze over het zand kunnen rollen zonder te beschadigen; erg handig op plekken waar veel stroming staat.

Duindoorns dik van de bessen

duindoorn-natuurcentrum-katwijk-gijsbertvanderbent.jpg

Foto: Gijsbert van der Bent – Katwijk, september 2017

Het valt op. Dit jaar zitten de Duindoorns vol met bessen. Het nazomerse duin fleurt helemaal op van die mooie, zacht oranje bessen. Als de zon een beetje schijnt en je loopt langs zo’n vruchtdragende struik, dan kun je ze gewoon ruiken! Vanwege de akelige doorns is het plukken niet zo makkelijk als bramen plukken. Jammer, want de bessen schijnen tjokvol te zitten met vitamine C en andere gezonde stoffen. Ze zijn wel heel erg zuur.

In onze kalkrijke duinen is de Duindoorn heel algemeen; in de rest van Nederland een stuk minder. Als de Duindoorns ook in de winter nog vol bessen zitten is dat mooi voor trekvogels uit het hoge noorden als de Kramvogel, de Koperwiek en de Zanglijster. Die zijn gek op Duindoornbessen. Maar ook Merels, kraaiachtigen en zelfs Waterhoentjes!

Gierzwaluw maakt ommetje

Gierzwaluw Rene van Rossum.jpg

Foto: René van Rossum – Katwijk, juni 2017

Vergeet die uilen, onze meest mysterieuze vogelsoort is de Gierzwaluw. Ze zijn nu in het land, maar ze zijn er nog maar net (begin mei) en gaan al bijna weer weg (in de loop van juli). In de tussentijd proberen ze onder onze dakpannen hun jongen groot te brengen. Gierzwaluwen eten uitsluitend insecten die ze in de vlucht vangen. Is het guur weer en vliegen er nauwelijks insecten, en dat gebeurt in de Nederlandse zomermaanden nogal eens, dan zijn deze vliegkunstenaars niet te beroerd om een ommetje van een paar honderd kilometer te maken naar plekken waar wel insecten vliegen.

Als de jonge Gierzwaluw vliegvlug is verlaat hij/zij het nest, meestal in de schemering. Moederziel alleen vangen ze de reis aan naar de overwinteringsgebieden in Afrika. In de twee of drie jaar dat het duurt voordat ze geslachtsrijp zijn blijven ze in Afrika en zijn ze continu in de lucht, ook ’s nachts! Als ze per ongeluk op de grond terecht komen kunnen ze vanwege hun extreem korte pootjes en lange, sikkelvormige vleugels niet eens zelf opvliegen. Dan moeten we ze als een vlieger opgooien.

Wespbij doet kunstje Koekoek na

natuurcentrumkatwijk-kortsprietwespbij-vrouwopzanderij-foto-edschouten.jpg

Foto: Ed Schouten – Katwijk, mei 2017

In onze duinen is op dit moment het onmiskenbare geluid van de Koekoek regelmatig te horen. Deze prachtige zomervogel is een zogenoemde broedparasiet: het vrouwtje legt haar eieren in de nesten van (veel kleinere) zangvogels en het uitgekomen Koekoeksjong flikkert alle eieren en jonkies van de pleegouders uit het nest en heeft daardoor al het aangedragen voedsel voor zich alleen. No problem!.

Er zijn meer dieren met dat nare trekje, zoals de wespbijen, waarvan in Nederland maar liefst 46 soorten bekend zijn. Ze lijken sprekend op een gewone wesp, maar in plaats van zelf een mooi nest te maken en de eigen jongen groot te brengen zoeken de wespbijen een kolonie van een andere bijensoort en leggen daar de eitjes in. De uitgekomen larven doen ze zich vervolgens te goed aan eieren, larven en voedselvoorraad van de gastkolonie. No problem! De foto is gemaakt op de Zanderij, en laat en Kortsprietwespbij zien bij een kolonie van Grasbijen.

De ene fuut is de andere niet

Roodhalsfuut Katwijk - René van Rossum

Foto: Rene van Rossum – Katwijk, april 2017

Het is ontegenzeglijk een fuut, maar toch klopt-ie niet helemaal. Inderdaad, dit is niet de Fuut die we hier het hele jaar kunnen zien op plassen, sloten en andere watertje. Deze heeft niet van die mooie bakkebaarden, maar weer wel een mooie rode hals. Het is een Roodhalsfuut. In de wintermaanden wordt deze soort in Katwijk af en toe gezien; meestal op zee en bijna altijd in het saaie grijs-witte winterkleed. De vogel die nu op het Valkenburgse Meer zit is echter helemaal in zomerkleed, en zo zien we ze hier bijna nooit. Broeden doen ze maar heel zelden in Nederland. In en om Katwijk kunnen vijf soorten futen worden waargenomen: Fuut en Dodaars (hele jaar door, zijn ook broedvogel) en Roodhalsfuut, geoorde Fuut en Kuifduiker (schaarse wintergasten en doortrekkers).

Ruig viooltje is er vroeg bij

natuurcentrum katwijk ruig viooltje maarten langbroek april 2017

Foto: Maarten Langbroek – Katwijk, april 2017

Het is een van de vroegst bloeiende plantensoorten van ons kalkrijke duin: het Ruig viooltje. In de duingraslanden van de duinen rond Katwijk komen drie soorten viooltjes voor: Duinviooltje, Hondsviooltje en dus het Ruig viooltje. Om het makkelijk te maken hebben ze allemaal paarsblauwe bloempjes. Het Ruig viooltje is echter de enige met behaarde blaadjes. Daarnaast heeft het Ruig viooltje stompe kelkblaadjes; de andere soorten hebben spitse kelkbladen.

Landelijk gezien is het Ruig viooltje best zeldzaam. De groeiplaatsen concentreren zich met name in de duinen tussen Goeree en Bergen aan Zee. De Ruig viooltjes vind je vaak op weinig belopen noordhellingen (de hellingen die de minste zon vangen), bijvoorbeeld bij de Vrieze wei of in het Vlaggenduin.

Zwammen uit je stronk

panbos zwam paddestoel gijsbertvanderbent

Foto: Gijsbert van der Bent – Katwijk, maart 2017

De Pan van Percijn oftewel het Panbos is in deze tijd van het jaar nog vooral kaal. Heel kaal. Op het vele dode hout in dit mooie binnenduinrandbos ten zuiden van Katwijk zijn echter wel veel zwammen te vinden, ook in deze tijd van het jaar. Een vrij gewone soort is de Witte bultzwam, die vooral te vinden is op dode stronken van beukenbomen. Door algen slaat de witte zwam een beetje groenig uit, wat mooi te zien is op de foto. Een goed kenmerk is ook de bobbel/bult bij de aanhechting aan het hout. Deze houtzwam verteert als het ware het dode hout, en is in die in een opruimer van het bos.

Burgemeesters op bezoek!

Meeuw burgermeester Katwijk

Foto: Menno van Duijn – Katwijk, januari 2016

Het is de goede tijd van het jaar, en er staat een stormachtige wind recht op de kust. Goede omstandigheden voor hoog bezoek uit het hoge noorden. Tijdens het barre weer op vrijdag 13 en zaterdag 14 januari werden op het Katwijkse strand rond de Uitwatering maar liefst drie Grote Burgemeesters en een Kleine Burgemeester gezien. Dit zijn meeuwen die rond de poolcirkel broeden en normaliter ook in de winter op hogere breedtes blijven. Beide soorten zijn te herkennen aan de lichte vleugelpunten (waar de meeste meeuwen meestal zwart hebben). Zoals de naam al zegt is de Grote groter dan de Kleine Burgemeester, met een opvallend tweekleurige, zwart met roze snavel. Op de foto staat de Grote vooraan, en rechtsachter deze vogel de Kleine Burgemeester te zien.

  

De geheimzinnig Waterral

Waterral Natuurcentrum Katwijk | Foto: Ed Schouten december 2016

Foto: Ed Schouten – Katwijk, december 2016

De Waterral is echt geen zeldzame broedvogel in Katwijk. In het duingebied Berkheide en op het nieuwe natuurgebied Lentevreugd zijn genoeg plekjes waar we de Waterral in het broedseizoen kunnen horen; een opvallend schril geluid, dat nog het meest wegheeft van een mager speenvarkentje. Zien is een heel ander verhaal. De Waterral blijft het liefst verborgen in de moerassige vegetatie. Gelukkig hebben we in de wintermaanden meer kans een glimp op te vangen van deze geheimzinnige, stijlvol getekende moerasvogel. Zeker als de vorst toeslaat en de Waterral vaker dan hem lief is de dichte begroeiing moet verlaten op zoek naar voedsel. Behalve in Berkheide en op Lentevreugd worden Waterallen in de wintermaanden ook regelmatig waargenomen op de Zanderij en langs het Zwarte Pad. Ze zijn kleiner en vooral veel slanker dan de verwante Waterhoen en Meerkoet, en vooral veel schuwer!

Topjaar voor de Kardinaalsmuts

Foto: Gijsbert van der Bent – Katwijk, november 2016

Dit jaar lijkt een heel goed jaar voor de Kardinaalsmuts. Tijdens een wandeling door duin en bos kun je momenteel niet om deze mooie struik met zijn prachtige vruchtjes heen. Die bessen hebben de vorm van een muts zoals kardinalen die dragen. Voor de mens is de hele plant heel giftig. Voor insecten, vogels en zoogdieren niet. De Stippelmot kan de struik letterlijk helemaal kaal vreten, en de schors is een lekkernij voor konijnen en herten. De Kardinaalsmuts lijkt het niet te deren. Ze komen er weer bovenop. En kijk maar eens hoe ze er nu allemaal bij staan! Vogels eten de giftige bessen, hoewel de struiken momenteel (nog) niet druk bezocht worden door vogels. Misschien moet eerst de vorst erover?

Grote uittocht van Lepelaars!

Foto: Rene van Rossum – Katwijk, oktober 2016

Het gaat goed met de Lepelaar in Nederland en elders in Noordwest-Europa. Ook de vogeltellers op de Katwijkse trektelposten merken dat. De Lepelaar is een trekvogel, en onze broedvogels overwinteren in Zuid-Afrika en Noord-Afrika. En als er meer broeden bij ons in Nederland en in de landen ten noorden van ons, dan is de kans groot dat we er hier ook meer voorbij zien komen. Maandag 26 oktober gaf een grote uittocht van Lepelaars te zien. Over Katwijk, over strand en zelfs ver over zee vlogen tussen 8.00 uur en 11.30 uur maar liefst 395 Lepelaar over, in groepen van 40 tot 100 exemplaren. Zoveel hebben we er nog nooit gezien op een dag!

Een saucijs op pootjes

Foto: René van Rossum- Katwijk, september 2016

Een Wezel is vooral heel erg klein. Ze wegen nog geen ons. Desondanks zijn het erg felle roofdiertjes, die vaak prooien pakken die groter zijn dan zijzelf. Jaarlijks worden er uit Katwijk niet meer dan een handvol Wezels gemeld, verspreid over het hele gebied. Daar zitten soms ook verkeersslachtoffers bij, en soms zelfs Wezels die door een kat zijn gegrepen. Ze houden van een beetje rommelige hoekjes. De laatste tijd neemt het aantal waarnemingen in en rond Katwijk weer wat toe. De Wezel op de foto werd betrapt door trekvogeltellers in de Noordduinen van Katwijk bij de achtervolging van zijn prooi, ongetwijfeld een muis.

De Putter heeft distels nodig

Foto: René van Rossum- Katwijk, augustus 2016

Opvallend mooie vogeltjes zijn het, met een prettig kwetterende zang en een kenmerkend drukke, bijna vrolijke roep. Al sinds de Gouden Eeuw zijn Putters bekende kooivogels, en ze zijn ook als zodanig geportretteerd door bekende grootmeesters in de schilderkunst. Maar wij zien ze natuurlijk het liefst in de vrije natuur. Dat kan ook in en rond Katwijk. Dan moeten er wel distels zijn, want de Putter heeft niet voor niets de bijnaam Distelvink. Ze zijn gek op de zaadjes van deze stekelige planten. Zoek de Putters dus op allerlei rommelige overhoekjes waar distels staan. Dat worden er in onze steeds sterieler wordende samenleving steeds minder, maar ze zijn er gelukkig nog wel. Bijvoorbeeld op de Zanderij. 

Geen wesp maar een wolbij

Foto: Ed Schouten – Katwijk, juli 2016

Het lijkt wel een wesp, maar dat is het niet. Het is een Grote Wolbij, een wilde bijensoort die bij ons in de zomermaanden vrij algemeen is. Wolbijen danken hun naam aan de gewoonte om haartjes van planten te verzamelen en daar broedcellen van te maken in een holletje in de grond of onder een steen. Het stoere mannetje is agressief tegen andere insectensoorten en weet zich misschien gesterkt door zijn gelijkenis met een wesp. Maar zoals alle mannelijke bijensoorten kan hij niet steken. De Kleine Wolbij (inzet) is een stuk zeldzamer, en komt bij ons alleen in de duinen voor.