Dankzij de Romeinen?

cichorei natuurcentrumkatwijk

Foto: Gerrit van Ommering – Katwijk, juli 2017

De Wilde Cichorei is een prachtige en forse plant, met hemelsblauwe bloemen. Ondanks het ‘wilde’ in de naam hoort de plant hier van nature niet thuis. Mogelijk is hij door de Romeinen hier gekomen, wat zou betekenen dat de Wilde Cichorei al 20 eeuwen voorkomt bij ons. Toch blijft het een beetje een randverschijnsel. In de duinen zelf staat niet zoveel Cichorei. Momenteel zijn ze vooral veel te zien in de Zanderij, op de dijk langs de Westerbaan. Opvallend: de mooie bloemen gaan in de loop van de middag dicht!

Een gekweekte variant van de Wilde Cichorei kennen we als witlof. Oudere Katwijkers kennen de plant wellicht omdat de Chicorei een bestanddeel was van de surrogaatkoffie die vanwege schaarste aan echte koffie in en kort na de Tweede Wereldoorlog werd gedronken. Naar verluidt was het brouwsel ‘niet te drinken’…

Gierzwaluw maakt ommetje

Gierzwaluw Rene van Rossum.jpg

Foto: René van Rossum – Katwijk, juni 2017

Vergeet die uilen, onze meest mysterieuze vogelsoort is de Gierzwaluw. Ze zijn nu in het land, maar ze zijn er nog maar net (begin mei) en gaan al bijna weer weg (in de loop van juli). In de tussentijd proberen ze onder onze dakpannen hun jongen groot te brengen. Gierzwaluwen eten uitsluitend insecten die ze in de vlucht vangen. Is het guur weer en vliegen er nauwelijks insecten, en dat gebeurt in de Nederlandse zomermaanden nogal eens, dan zijn deze vliegkunstenaars niet te beroerd om een ommetje van een paar honderd kilometer te maken naar plekken waar wel insecten vliegen.

Als de jonge Gierzwaluw vliegvlug is verlaat hij/zij het nest, meestal in de schemering. Moederziel alleen vangen ze de reis aan naar de overwinteringsgebieden in Afrika. In de twee of drie jaar dat het duurt voordat ze geslachtsrijp zijn blijven ze in Afrika en zijn ze continu in de lucht, ook ’s nachts! Als ze per ongeluk op de grond terecht komen kunnen ze vanwege hun extreem korte pootjes en lange, sikkelvormige vleugels niet eens zelf opvliegen. Dan moeten we ze als een vlieger opgooien.

Wespbij doet kunstje Koekoek na

natuurcentrumkatwijk-kortsprietwespbij-vrouwopzanderij-foto-edschouten.jpg

Foto: Ed Schouten – Katwijk, mei 2017

In onze duinen is op dit moment het onmiskenbare geluid van de Koekoek regelmatig te horen. Deze prachtige zomervogel is een zogenoemde broedparasiet: het vrouwtje legt haar eieren in de nesten van (veel kleinere) zangvogels en het uitgekomen Koekoeksjong flikkert alle eieren en jonkies van de pleegouders uit het nest en heeft daardoor al het aangedragen voedsel voor zich alleen. No problem!.

Er zijn meer dieren met dat nare trekje, zoals de wespbijen, waarvan in Nederland maar liefst 46 soorten bekend zijn. Ze lijken sprekend op een gewone wesp, maar in plaats van zelf een mooi nest te maken en de eigen jongen groot te brengen zoeken de wespbijen een kolonie van een andere bijensoort en leggen daar de eitjes in. De uitgekomen larven doen ze zich vervolgens te goed aan eieren, larven en voedselvoorraad van de gastkolonie. No problem! De foto is gemaakt op de Zanderij, en laat en Kortsprietwespbij zien bij een kolonie van Grasbijen.

De ene fuut is de andere niet

Roodhalsfuut Katwijk - René van Rossum

Foto: Rene van Rossum – Katwijk, april 2017

Het is ontegenzeglijk een fuut, maar toch klopt-ie niet helemaal. Inderdaad, dit is niet de Fuut die we hier het hele jaar kunnen zien op plassen, sloten en andere watertje. Deze heeft niet van die mooie bakkebaarden, maar weer wel een mooie rode hals. Het is een Roodhalsfuut. In de wintermaanden wordt deze soort in Katwijk af en toe gezien; meestal op zee en bijna altijd in het saaie grijs-witte winterkleed. De vogel die nu op het Valkenburgse Meer zit is echter helemaal in zomerkleed, en zo zien we ze hier bijna nooit. Broeden doen ze maar heel zelden in Nederland. In en om Katwijk kunnen vijf soorten futen worden waargenomen: Fuut en Dodaars (hele jaar door, zijn ook broedvogel) en Roodhalsfuut, geoorde Fuut en Kuifduiker (schaarse wintergasten en doortrekkers).

Ruig viooltje is er vroeg bij

natuurcentrum katwijk ruig viooltje maarten langbroek april 2017

Foto: Maarten Langbroek – Katwijk, april 2017

Het is een van de vroegst bloeiende plantensoorten van ons kalkrijke duin: het Ruig viooltje. In de duingraslanden van de duinen rond Katwijk komen drie soorten viooltjes voor: Duinviooltje, Hondsviooltje en dus het Ruig viooltje. Om het makkelijk te maken hebben ze allemaal paarsblauwe bloempjes. Het Ruig viooltje is echter de enige met behaarde blaadjes. Daarnaast heeft het Ruig viooltje stompe kelkblaadjes; de andere soorten hebben spitse kelkbladen.

Landelijk gezien is het Ruig viooltje best zeldzaam. De groeiplaatsen concentreren zich met name in de duinen tussen Goeree en Bergen aan Zee. De Ruig viooltjes vind je vaak op weinig belopen noordhellingen (de hellingen die de minste zon vangen), bijvoorbeeld bij de Vrieze wei of in het Vlaggenduin.

Zwammen uit je stronk

panbos zwam paddestoel gijsbertvanderbent

Foto: Gijsbert van der Bent – Katwijk, maart 2017

De Pan van Percijn oftewel het Panbos is in deze tijd van het jaar nog vooral kaal. Heel kaal. Op het vele dode hout in dit mooie binnenduinrandbos ten zuiden van Katwijk zijn echter wel veel zwammen te vinden, ook in deze tijd van het jaar. Een vrij gewone soort is de Witte bultzwam, die vooral te vinden is op dode stronken van beukenbomen. Door algen slaat de witte zwam een beetje groenig uit, wat mooi te zien is op de foto. Een goed kenmerk is ook de bobbel/bult bij de aanhechting aan het hout. Deze houtzwam verteert als het ware het dode hout, en is in die in een opruimer van het bos.

Burgemeesters op bezoek!

Meeuw burgermeester Katwijk

Foto: Menno van Duijn – Katwijk, januari 2016

Het is de goede tijd van het jaar, en er staat een stormachtige wind recht op de kust. Goede omstandigheden voor hoog bezoek uit het hoge noorden. Tijdens het barre weer op vrijdag 13 en zaterdag 14 januari werden op het Katwijkse strand rond de Uitwatering maar liefst drie Grote Burgemeesters en een Kleine Burgemeester gezien. Dit zijn meeuwen die rond de poolcirkel broeden en normaliter ook in de winter op hogere breedtes blijven. Beide soorten zijn te herkennen aan de lichte vleugelpunten (waar de meeste meeuwen meestal zwart hebben). Zoals de naam al zegt is de Grote groter dan de Kleine Burgemeester, met een opvallend tweekleurige, zwart met roze snavel. Op de foto staat de Grote vooraan, en rechtsachter deze vogel de Kleine Burgemeester te zien.

  

De geheimzinnig Waterral

Waterral Natuurcentrum Katwijk | Foto: Ed Schouten december 2016

Foto: Ed Schouten – Katwijk, december 2016

De Waterral is echt geen zeldzame broedvogel in Katwijk. In het duingebied Berkheide en op het nieuwe natuurgebied Lentevreugd zijn genoeg plekjes waar we de Waterral in het broedseizoen kunnen horen; een opvallend schril geluid, dat nog het meest wegheeft van een mager speenvarkentje. Zien is een heel ander verhaal. De Waterral blijft het liefst verborgen in de moerassige vegetatie. Gelukkig hebben we in de wintermaanden meer kans een glimp op te vangen van deze geheimzinnige, stijlvol getekende moerasvogel. Zeker als de vorst toeslaat en de Waterral vaker dan hem lief is de dichte begroeiing moet verlaten op zoek naar voedsel. Behalve in Berkheide en op Lentevreugd worden Waterallen in de wintermaanden ook regelmatig waargenomen op de Zanderij en langs het Zwarte Pad. Ze zijn kleiner en vooral veel slanker dan de verwante Waterhoen en Meerkoet, en vooral veel schuwer!

Topjaar voor de Kardinaalsmuts

Foto: Gijsbert van der Bent – Katwijk, november 2016

Dit jaar lijkt een heel goed jaar voor de Kardinaalsmuts. Tijdens een wandeling door duin en bos kun je momenteel niet om deze mooie struik met zijn prachtige vruchtjes heen. Die bessen hebben de vorm van een muts zoals kardinalen die dragen. Voor de mens is de hele plant heel giftig. Voor insecten, vogels en zoogdieren niet. De Stippelmot kan de struik letterlijk helemaal kaal vreten, en de schors is een lekkernij voor konijnen en herten. De Kardinaalsmuts lijkt het niet te deren. Ze komen er weer bovenop. En kijk maar eens hoe ze er nu allemaal bij staan! Vogels eten de giftige bessen, hoewel de struiken momenteel (nog) niet druk bezocht worden door vogels. Misschien moet eerst de vorst erover?

Grote uittocht van Lepelaars!

Foto: Rene van Rossum – Katwijk, oktober 2016

Het gaat goed met de Lepelaar in Nederland en elders in Noordwest-Europa. Ook de vogeltellers op de Katwijkse trektelposten merken dat. De Lepelaar is een trekvogel, en onze broedvogels overwinteren in Zuid-Afrika en Noord-Afrika. En als er meer broeden bij ons in Nederland en in de landen ten noorden van ons, dan is de kans groot dat we er hier ook meer voorbij zien komen. Maandag 26 oktober gaf een grote uittocht van Lepelaars te zien. Over Katwijk, over strand en zelfs ver over zee vlogen tussen 8.00 uur en 11.30 uur maar liefst 395 Lepelaar over, in groepen van 40 tot 100 exemplaren. Zoveel hebben we er nog nooit gezien op een dag!

Een saucijs op pootjes

Foto: René van Rossum- Katwijk, september 2016

Een Wezel is vooral heel erg klein. Ze wegen nog geen ons. Desondanks zijn het erg felle roofdiertjes, die vaak prooien pakken die groter zijn dan zijzelf. Jaarlijks worden er uit Katwijk niet meer dan een handvol Wezels gemeld, verspreid over het hele gebied. Daar zitten soms ook verkeersslachtoffers bij, en soms zelfs Wezels die door een kat zijn gegrepen. Ze houden van een beetje rommelige hoekjes. De laatste tijd neemt het aantal waarnemingen in en rond Katwijk weer wat toe. De Wezel op de foto werd betrapt door trekvogeltellers in de Noordduinen van Katwijk bij de achtervolging van zijn prooi, ongetwijfeld een muis.

De Putter heeft distels nodig

Foto: René van Rossum- Katwijk, augustus 2016

Opvallend mooie vogeltjes zijn het, met een prettig kwetterende zang en een kenmerkend drukke, bijna vrolijke roep. Al sinds de Gouden Eeuw zijn Putters bekende kooivogels, en ze zijn ook als zodanig geportretteerd door bekende grootmeesters in de schilderkunst. Maar wij zien ze natuurlijk het liefst in de vrije natuur. Dat kan ook in en rond Katwijk. Dan moeten er wel distels zijn, want de Putter heeft niet voor niets de bijnaam Distelvink. Ze zijn gek op de zaadjes van deze stekelige planten. Zoek de Putters dus op allerlei rommelige overhoekjes waar distels staan. Dat worden er in onze steeds sterieler wordende samenleving steeds minder, maar ze zijn er gelukkig nog wel. Bijvoorbeeld op de Zanderij. 

Geen wesp maar een wolbij

Foto: Ed Schouten – Katwijk, juli 2016

Het lijkt wel een wesp, maar dat is het niet. Het is een Grote Wolbij, een wilde bijensoort die bij ons in de zomermaanden vrij algemeen is. Wolbijen danken hun naam aan de gewoonte om haartjes van planten te verzamelen en daar broedcellen van te maken in een holletje in de grond of onder een steen. Het stoere mannetje is agressief tegen andere insectensoorten en weet zich misschien gesterkt door zijn gelijkenis met een wesp. Maar zoals alle mannelijke bijensoorten kan hij niet steken. De Kleine Wolbij (inzet) is een stuk zeldzamer, en komt bij ons alleen in de duinen voor.

Boomkikker neemt sterk toe

Foto: Ed Schouten – Katwijk, juni 2016

Wat zijn het toch een mooie beestjes! En wat zijn door het kleine formaat en de overwegend groene kleur moeilijk te zien te krijgen. Horen daarentegen moet geen probleem zijn. Wie tegenwoordig in Berkheide in de late avonduren op een duin gaat staan kan de luidruchtige concerten van de Boomkikker(s) niet missen. Met name langs de Wassenaarseslag en net onder Katwijk laten ze zich nog goed horen: een snelle opeenvolging van kwek’s (‘kwekwekwekwekwekwekwekwek…’’).  Dat zal nog enkele dagen doorgaan, maar dan zijn de eieren gelegd (in het water) en is het niet meer nodig zo’n kabaal te maken om een partner te lokken. Nadat de Boomkikker in Nederland in de vorige eeuw heel sterk is afgenomen, neemt de populatie de laatste 15 jaar weer sterk toe. Aan onze Boomkikkers zit echter een luchtje. Ze zijn mogelijk uitgezet… Boomkikkers zitten graag in grote braamstruiken. Niet meenemen, want de Boomkikker staat op de Rode Lijst en is heel erg beschermd!

Meidoorn belangrijk in de duinen

Foto: Maarten Plug – Katwijk, mei 2016

De maand mei is nog geen week oud, en alle meidoorns van heel Berkheide staan ineens in volle bloei. De duinen kleuren wit van de bloempjes aan de tot vorige maand nog zo onopvallende struiken, en de zwoele geur van de meidoornbloesems blijft hangen in de duinvalleien.

De meidoorn is heel belangrijk in het ecosysteem van onze duinen. Denk aan de relatief veilige nestgelegenheid die de doornige struiken bieden aan tal van vogelsoorten, de vele insecten die de Meidoorns aantrekken en de smakelijke bessen voor de vogels in het winterhalfjaar. Konijnen en reeën zijn weer gek op de bast van de meidoorns.

ozio_gallery_nano
Ozio Gallery made with ❤ by joomla.it

Kleinste varentje van Nederland

Foto: Maarten Langbroek – Katwijk, mei 2016

Wist u dat het kleinste varentje van Nederland in het Katwijkse duin voorkomt? Niet op verweerde muren van oude bunkers of iets dergelijks, maar gewoon op de grond, tussen de viooltjes en Vergeet-mij-nietjes. Dit zeldzame plantje, de Gelobde Maanvaren, groeit op duinhellingen die gericht zijn op het noorden, zoals we die rond Katwijk bijvoorbeeld vinden rond de Vrieze Wei of bij de Ichtuskerk.

Vanaf eind april komt het plantje boven de grond. Let bij het zoeken op rechtopstaande, frisgroene blaadjes. De Latijnse naam is Botrychium lunaria. Het eerste deel van de naam betekent zoiets als druivenrank, omdat de bloeiwijze in het begin op een trosje druiven lijkt. Het “lunaria” betekent maan en slaat op de halvemaanvormige blaadjes. Meestal worden ze tussen de drie en tien centimeter hoog.

De Nachtegaal laat zich horen

Foto: Jan Hendriks – Katwijk/Noordwijk, april 2016

Nergens in Nederland en misschien wel Europa komen zoveel Nachtegalen voor als tussen Katwijk/Noordwijk en Den Haag. In onze duinen vindt de Nachtegaal blijkbaar de perfecte biotoop: niet al te hoog geboomte en een lekker dichte ondergroei met brandnetels. Tussen die brandnetels wordt het nest gemaakt. De Nachtegaal is mooi maar zeer sober gekleurd, en laat zich ook nog eens lastig zien. Het is de zang waar hij eer mee inlegt. Vanaf begin april keren Nachtegalen terug uit de winterkwartieren in Afrika, en is hier de zeer luide en welluidende zang te horen. Het is zaak NU de duinen in te gaan voor de Nachtegaal, want in juli gaan ze al weer op weg naar Afrika.  

Exit winter met Sneeuwklokjes

Foto: Gerrit van Ommering – Katwijk/Wassenaar, maart 2016

Het Sneeuwklokje, met de prachtige wetenschappelijke naam Galanthus nivalis, kondigt het afscheid van de winter aan en het begin van het voorjaar. Als het Sneeuwklokje begint te bloeien is het voorjaar in aantocht. Een van de beste plekken in Katwijk om het Sneeuwklokje te zien is de Pan van Persijn (het Panbos). Bijvoorbeeld rondom het kleine huisje net voorbij het Theehuis/Restaurant Panbos. Ook de tuin van de Wilbert en het Ridderpark zijn goede plekken. Volgende maand (april) is het over met de bloei, en kunnen we ons opmaken voor het echte voorjaar.

Kan het wat zachter mijnheer de Zanglijster!?

Foto: Ed Schouten – Katwijk, maart 2016

Ze zijn al goed te horen in en rond Katwijk: zingende Zanglijsters. Voor het mannetje van de Zanglijster begint het voorjaar al in februari. Deze grijze muis onder de lijsters gooit dan alle schroom van zich af, zet zich in de top van een boom, met de borst vooruit en de snavel omhoog en zet het op een tetteren van jewelste. Een stroom van harde tonen, met die kenmerkende regelmatig herhalingen. Je zult er maar eentje in je tuin hebben…. Het gaat best goed met de Zanglijster als broedvogel in Katwijk. Ze lijken toe te nemen. Aan de randen van het dorp voelen ze zich het beste thuis. 

Het gaat goed met de Zeehond

Foto: Peter Duijndam – Katwijk, februari 2016

Een zondagmiddagwandeling naar de Zeehondjes. Het is tegenwoordig ook in Katwijk mogelijk. De smalle strandjes langs de Uitwatering zijn favoriete rustplaatsen. Het zijn jonge dieren. Aandoenlijk nog, maar volwassen mannetjes kunnen tot bijna twee meter lang worden en dan 130 kilo wegen. De vrouwtjes blijven wat kleiner.

Het gaat goed met de zeehond in Nederland. In de Waddenzee zwemmen zo’n 7.000 Zeehonden rond en ook nog ruim 3.000 Grijze Zeehonden, de iets grotere en gemiddeld twee keer zo zware neef/nicht van de ‘gewone’ Zeehond. In de Zeeuwse Delta leven ook nog een paar duizend van deze prachtige roofdieren.