Lezen | Natuurcentrum Katwijk

Doe de hoortest!

,,Hoor jij de Sprinkhaanzanger nog?’’ ,,Ja, maar alleen als-ie heel dichtbij zit.’’ ,,En  het Goudhaantje?’’  ,,Nee, die hoor ik al jaren niet meer. En de Boompieper ook niet.’’ Een gesprek tussen vogelaars ‘op leeftijd’ dat regelmatig is op te vangen in het veld.

Vogelaars doen heel veel op het gehoor. Je hoeft dan niet elke beweeglijk vogeltje in het dichte bladerdak of hoog in de lucht in de verrekijker te pakken zien te krijgen om te weten wat voor vogelsoort het is. Zeker bij een boswandeling blijft de kijker soms helemaal ongebruikt. Klein detail; je moet natuurlijk wel de geluiden van al die vogels kennen! Maar dat is voor een beetje vogelaar geen probleem. Wat wel een probleem kan worden bij het ouder worden is het hóren van die geluiden.

Natuurcentrum Katwijk - Sprinkhaanzanger Ed.jpg

Foto: Ed Schouten

Genoemde Sprinkhaanzanger is een soort lakmoesproef. Het is familie van de Kleine Karekiet en de Rietzanger, maar anders dan deze uitbundig zingende vogels blijft de schuchtere Sprinkhaanzanger meestal laag in de onderbegroeiing. De zang is heel bijzonder: een langgerekte triller, inderdaad net als een insect. Het is onderzocht; het geluid bestaat uit 25 dubbele nootjes per second, van een toonhoogte van rond de 6.000 Hertz, en dat is een toonhoogte die voor veel vogelaars ouder dan 65 niet meer te horen is.

Ook in onze duinen komt de Sprinkhaanzanger voor, in lage, ruige begroeiing. Op het nog onbebouwde deel van de Zanderij zit ook nog een paartje. Ze komen in april terug uit de winterkwartieren in Afrika. De mannetjes zingen regelmatig, en durven daarbij soms zelf even bovenin een struikje te gaan zitten. Verder merk je niet veel de aanwezigheid van dit kleine, gestreepte zangvogeltje in ons land. En als je ze niet meer hoort merk je er echt helemáál niks van.

Natuurvrienden gezocht!

Een geweldige werkplek op het strand. Vriendelijke collega’s. Zeer flexibele werktijden. Lijkt u dat wat? Dan is vrijwilliger worden bij het Natuurcentrum Katwijk misschien iets voor u!

Het Natuurcentrum Katwijk zit ook dit jaar weer in de inmiddels welbekende portacabins op het strandvak voor de Oude Kerk, en zal eind april de deuren openen. Momenteel wordt hard gewerkt aan de tentoonstelling en verdere inrichting van de ruimte. Het streven is om tot eind oktober open te blijven, en dan met name op de woensdagen en in de weekenden. Daarvoor zijn echter veel vrijwilligers nodig.

natuurcentrum-katwijk-vissen.jpg

Voor versterking van het huidige team zoekt het Natuurcentrum Katwijk dan ook naar nog meer gastheren en gastdames, die in genoemde periode regelmatig enkele uurtjes willen ‘suppoosten’ en bezoekers te woord kunnen staan. Die uurtjes zullen vooral in het weekend zijn, maar de ‘werktijden’ zijn zeer flexibel en in overleg te bepalen. Ook als u maar heel beperkt inzetbaar bent kun u een waardevolle bijdrage leveren.

Uiteraard zoeken wij vrijwilligers met een warm hart voor de natuur, maar u hoeft echt geen afgestudeerd bioloog te zijn. De noodzakelijke kennis wordt u bijgebracht tijdens de introductieperiode. Reactie en contactgegevens kunt u sturen naar vrijwilliger@natuurcentrum.nl, waarna contact met u opgenomen zal worden.

Tellen met een doel

Vorige maand organiseerde Vogelbescherming Nederland de Nationale Tuinvogeltelling. Op 28 of 29 januari een haf uurtje aaneengesloten de vogels tellen in je tuin, vanuit je luie stoel met een bakje koffie bij de hand, en de resultaten doorgeven via de website van Vogelbescherming. Het leverde de landelijk Top 3 Huismus, Koolmees en Merel op. In de gemeente Katwijk is in zo’n 150 tuinen geteld, en daar kwam de Top 3 Huismus, Spreeuw en Kauw uit de bus.

Geboren Hagenaar Arjan Dwarshuis (30) heeft vorig jaar ook vogels geteld. Tussen 1 januari en 31 december 2016 zag hij maar liefst 6.841 verschillende vogelsoorten, ongeveer twee derde van het totale aantal vogelsoorten op de aarde. Hij reisde daarvoor naar 40 landen en kwam op alle continenten (behalve Antarctica). Vorige week vrijdag was hij te gast bij de Vogelclub Katwijk en vertelde de nieuwe ‘wereldkampioen vogelsoorten in 1 jaar’ voor een ademloos gehoor in De Roskam zijn geweldige verhaal.

Voor Arjan geen luie stoel en koffie bij de hand, maar vogelen van zonsopgang tot zonsondergang, letterlijk elke dag, en niet zelden ook ’s nachts. En soms acht dagen aaneen in de jungle in dezelfde kleren lopen en niet kunnen douchen. ,,Ik rook als een dooie rat….’’ Hij versloeg uiteindelijke de vorige wereldrecordhouder, de Amerikaan Noah Strycker, die in 2015 in totaal 6.042 vogelsoorten zag, met een zeer ruime marge.

Arjans wereldtour.jpg

Het tellen van de tuinvogels vanuit de luie stoel heeft een doel. Door al die Tuinvogeltellingen bij elkaar krijgen we toch mooi een indruk hoe het staat met de gewone vogelsoorten in Nederland. Ook Arjan Dwarshuis heeft een doel, een missie. Met zijn record, de publiciteit die hij daarmee genereert en het geld dat hij ophaalt (het streven is een ton) wil hij de aandacht vestigen op de bedreigingen voor de vogels wereldwijd. En dat zijn er heel veel.

Op de Filipijnen zag Arjan zijn meest gewilde vogelsoort: de machtige Filipijnse Apenarend. Maar hij zag ook dat deze vogel (waarvan er misschien nog maar zo’n honderd over zijn) gewond was door hagelkorrels uit een jachtgeweer. Hij zag hier ook het oerwoud letterlijk voor zijn ogen krimpen, met de hele dag het geluid van kettingzagen om hem heen. Het binnenkort uitsterven van tientallen vogelsoorten die alleen op deze eilandenarchipel leven is niet meer te voorkomen. Met onder meer zijn en onze steun aan de fundraising beschermingsprogramma’s van Vogelbescherming Nederland en het overkoepelende BirdLife International is het voor heel veel andere bedreigde vogelsoorten op de wereld mogelijk niet te laat.

Leve De Duinstag!

Vogelaars zoals we die nu kennen had je voor de Tweede Wereldoorlog niet in Katwijk. De vogelrijkdom werd voor kennisgeving aangenomen, eieren werden volop geraapt voor consumptie en af en toe kwamen notabelen van binnenheen jagen in onze duinen. Pas eind veertiger jaren zetten enkele Katwijkers de eerste wankele schreden op het vogelaarspad, gewapend met verrekijker, vogelgids en notitieboekje.

In 1975 werd de Werkgroep Berkheide opgericht, uit bezorgdheid over het wel heel erg door de waterwinning, defensie en recreatie getekende kostbare duingebied Berkheide. Nog steeds brengen de vogelaars in deze werkgroep elk jaar de vogelbevolking van het hele gebied in kaart. De gegevens worden overgedragen aan de terreinbeheerders en de landelijke vogelorganisatie Sovon.

In 1986 werd de Vogelclub Katwijk opgericht, meer gericht op bijzondere vogelsoorten, excursies, fotografie en vogeltrektellingen. Onder meer door het succes van deze vogelclub heeft de gemeente Katwijk nu relatief gezien de meeste (fanatieke) vogelaars van heel Nederland, en is het midden in de dichtbevolkte Randstad gelegen zeedorp een bekende ‘vogel hot spot’ voor vogelaars uit heel Nederland geworden.

DeDuinstag-2016-omslag.jpg

In het nog analoge tijdperk was het verenigingsblad De Duinstag ook heel succesvol, zelfs landelijk. Vier keer per jaar een papieren uitgave bleek echter niet vol te houden in het digitale tijdsgewricht. Veel info staat nu op www.birdclubkatwijk.nl. De Duinstag is dood. Maar…..leve De Duinstag! De laatste vier jaar verschijnt er aan het begin van het jaar een Jaaroverzicht. Een heuse vogelglossy, op groot formaat en tjokvol gegevens over alle waargenomen vogelsoorten in Katwijk in het voorgaande jaar, gelardeerd met schitterende foto’s.

En het is weer zo ver! Het Jaaroverzicht over 2016 is net van de drukker. Als je 10 euro overmaakt naar NL93RABO 0391844431 tnv Vogelclub Katwijk, dan kom je te weten welke vogelsoorten er in 2016 allemaal gezien zijn in Katwijk door al die honderden lokale en bezoekende vogelaars.

Wél in mijn achtertuin?

Februari 2017
Iedereen kent het gezegde ‘Not in my backyard’, in beleidstukken vaak afgekort tot NIMBY. Mooi die windmolens hoor, maar niet in mijn achtertuin! Als het aan de tien gemeenten (waaronder Katwijk) van het zogenaamde Hart van Holland ligt moet er een einde komen aan die automatische reflex dat oplossingen voor problemen liever niet in de eigen achtertuin maar ‘elders’ gerealiseerd moeten worden. We staan immers met z’n allen voor een enorme opgave: het vervangen van fossielen brandstoffen door duurzame alternatieven, om de opwarming van de aarde te beperken.

windmolens katwijk aan zee

Minister van Economische Zaken Henk Kamp raakt er niet over uitgepraat. Als het aan Kamp ligt zijn bijvoorbeeld over dertig jaar alle gasleidingen uit de straten verdwenen. Maar wat dan? We gebruiken met z’n allen heel veel energie. Een dikkere trui, de verwarming wat lager, goede isolatie en een zonnepaneeltje hier en daar; allemaal peanuts als het om complete energietransitie gaat. Alle daken, parkeerterreinen, wegen en bermen van snelwegen maximaal bedekken met zonnecollectoren, grote ‘zonneakkers’ realiseren in open gebieden en grote delen van de Noordzee en het land volbouwen met windparken; dat begint er op te lijken!

Niet voor de ruim 140 actiegroepen en belangenverenigingen in Nederland die zich tegen windmolens op land en zee verzetten. En hoe past het realiseren van al die windparken en zonneakkers binnen de huidige wet- en regelgeving die het landschap beschermt? De toekomst zal leren hoe onze achtertuin er uit komt te zien. Wordt vervolgd!

door Gijsbert van der Bent

Olie en gas onder vuur

Februari 2017
Het leeuwendeel van de energie die voor onze energieslurpende levenswijze nodig is wordt opgewekt door de verbranding van fossiele brandstoffen. De vanzelfsprekendheid daarvan komt steeds meer onder vuur te liggen, en aan pleidooien voor de overstap naar duurzame energiebronnen wordt steeds meer gehoor gegeven. De CO2 die vrijkomt bij de verbranding van olie en gas lijkt immers een belangrijke oorzaak van de wereldwijde temperatuurstijging en daarmee gepaarde gaande klimaatverandering.

Wie dit najaar in het Natuurcentrum Katwijk is geweest heeft daar het grote mammoetbot kunnen bewonderen dat is opgevist van de bodem van de Noordzee. Nog dagelijks worden dit soort botten opgevist. Ze herinneren aan de tijd, tot zo’n tienduizend jaar geleden, dat onze Noordzee een vruchtbare vlakte was vol met grote dieren, waaronder de wolharige mammoet. De arme dieren hebben nooit kunnen bevroeden dat hun grazige vlakte door opwarming, smelten van ijsmassa’s, zeespiegelrijzing en bodemdaling in no time zou veranderen in de Noordzee zoals we die nu kennen.

mammoetbot natuurcentrum katwijk 2016

Kunnen wij ons voorstellen dat het weer op korte termijn al ‘extremer’ wordt, met intense regenbuiten, droogtes en perioden waarbij het kwik overdag regelmatig boven de 40 graden uitkomt? Het zijn omstandigheden waar mensen in grote delen van de wereld altijd al mee te maken hebben, maar die ons hier rauw op ons dak zullen vallen. Volgens klimaat- en weerdeskundigen leven we nu al met het weer dat pas voor 2025 werd voorspeld, en daarmee lijkt de kans dat de nieuwe extreme klimaatscenario’s van het KNMI uit komen groter.

De klimaatverandering zet hoe dan ook door. We zien het hier in en rond Katwijk aan de vogelbevolking die verandert, de vegetatie, nieuwe insectensoorten die oprukken vanuit het zuiden. Kunnen we het proces stoppen? Waarschijnlijk niet, maar er wordt toch geprobeerd een belangrijke oorzaak voor de temperatuurstijging weg te nemen, door de overstap naar duurzame energie. Een enorme opgave!

Niet alleen in het klimaatakkoord van Parijs is afgesproken dat we alles op alles zullen zetten om de temperatuur op aarde niet te veel te laten stijgen. Tien gemeenten van onze regio (Kaag en Braassem, Oegstgeest, Katwijk, Teylingen, Leiden, Voorschoten, Leiderdorp, Wassenaar, Noordwijk en Zoeterwoude) zijn van plan samen op te gaan trekken bij het maken van plannen om af te komen van fossiele brandstoffen. De burgers zijn gewaarschuwd, want letterlijk alles moet dan op de schop. Wordt vervolgd!

door Gijsbert van der Bent

Liever geen IJsvogel

Januari 2017
Als er één vogel is met een bijzonder slecht gekozen naam, dan is het wel de IJsvogel. Uit Katwijk komen steeds meer meldingen van dit prachtig gekleurde vogeltje, waarvan we meestal alleen de azuurblauwe rug zijn als het zich pijlsnel en in rechte vlucht laag boven het water uit de voeten maakt. Nederland en heel Europa zijn met maar één soort slecht bedeeld met ijsvogels. Met name in de tropen komen tientallen ijsvogelsoorten voor; de een nog mooier dan de ander. Die zien echt nooit ijs, maar wij Nederlanders blijven ook deze gewoon ‘ijsvogels’ noemen. De Britten doen dat anders, want daar heten ze ‘kingfishers’.

IJsvogel Natuurcentrum Katwijk 2016

De toename van de IJsvogel in heel Nederland komt simpelweg door het ontbreken van streng winterweer de afgelopen jaren. IJsvogels leven van visjes, die gevangen worden door vanaf een uitkijkpost of vanuit ‘biddende’ positie (in de lucht blijven hangen met snelle vleugelslag, als een kolibrie) het water in de duiken. IJsvogels hebben dus liever geen ijs, want als al het favoriete viswater bevroren raakt kunnen ze niet meer bij hun prooi.

In strenge winters gaan bijna alle IJsvogels dood. De enkele overblijvers zorgen met soms drie broedsels achter elkaar dat de stand weer groeit, tot er een volgende horror winter voor de IJsvogel komt. Nu er geen winters meer zijn van waarde blijft de stand groeien, en verovert de IJsvogel, voorheen vooral een vogel van snelstromende beekjes in het oosten des lands, de hele rest van het land, en slaat daarbij ook steden en dorpen niet over. Groene en waterrijke wijken in Katwijk als Rijnsoever en de Zanderij kunnen er over mee praten.

De naam IJsvogel is wel een beetje te begrijpen. Juist in strenge winters verzamelen IJsvogels zich bij de laatste plekjes open water, en komen dan beter in beeld Voor de IJsvogel is het te hopen dat de huidige vorstperiode niet te lang duurt.

door Gijsbert van der Bent

Tuinvogeltelling

Januari 2017

En doe mee!

Wees gerust. Dit is geen oproep voor de extra midwinter-trekking van de Postcodeloterij. Het is wel een oproep aan de bewoners van alle postcodes van Katwijk. Zaterdag 28 en zondag 29 januari is namelijk de Nationale Tuinvogeltelling. Iedereen met een tuin(tje) of een balkon kan daaraan meedoen, door gedurende een half uur alle vogels in de tuin of op het balkon te tellen, en de soorten en aantallen door te geven via de website www.tuinvogeltelling.nl, of via de app Tuinvogels.

tuinvogeltelling natuurcentrumkatwijk 2017

Vogelbescherming Nederland organiseert de Tuinvogeltelling al sinds 2003. Het is aan de ene kant een leuk, laagdrempelig instapmodel tot de vogelhobby. Maar uit al die tellingen verspreid over heel Nederland komt na al die jaren ook naar voren hoe goed of hoe slecht het gaat met bepaalde vogels. De Huismus bijvoorbeeld is landelijk gezien nog steeds de meest getelde vogel. Vooral omdat ze in groepjes leven. De Merel is de soort die het meest verspreid is over Nederland, en in de grote steden en de provinciesteden (zoals Katwijk) heeft de Huismus zijn eerste plaats moeten afstaan aan respectievelijk de Koolmees en de Kauw.

Dus bent u benieuwd wie dit jaar de nummer 1 wordt in Katwijk, Zuid-Holland en Nederland, doe mee! Scholen, kinderboerderijen en andere groepen die niet met het weekend uit de voeten kunnen. kunnen van tevoren tellen en hun telling eerder insturen. Volgende week zullen we zien wie gewonnen heeft in Katwijk.

door Gijsbert van der Bent

Regelmatig onregelmatige gast

November 2016

Op sommige vogelsoorten kun je de kalender gelijk zetten. Ze verschijnen en verdwijnen op vaste tijden Als je de eerste Nachtegaal weer hoort: april! De eerste overtrekkende Kramsvogels: oktober!. De Pestvogel doet aan die regelmaat niet mee, en houdt het liever spannend. Een paar jaar achter elkaar zien we er geen enkele, en dan ineens komt er een jaar waarin ze overal opduiken. Nou ja, overal; er moeten wel bessen in de buurt zijn. Als er namelijk één vogel is met een eenzijdig bessendieet, dan is het de Pestvogel wel.

Pestvogel Foto Ed Schouten

Foto: Ed Schouten

Vogels met zo’n regelmatig onregelmatig voorkomen (de veel zeldzamere Notenkraker heeft dat ook) noemen we invasiegasten. Ooit zorgde die invasies van Pestvogels voor onrust bij de bewoners van de Lage Landen. Die rare vogels moesten wel uit onbestemde gebieden komen en vreselijke ziektes met zich meebrengen. Vandaar de naam: Pestvogels.

Die vervelende naam laat zich moeilijk rijmen met de haast on-Nederlandse schoonheid van deze vogels. Omdat Pestvogels vooral bessenstruiken in tuinen in de bebouwde kom prefereren, kan die schoonheid ook vaak zonder verrekijker vastgesteld worden. Vogelkenners kunnen uit de lengte van de kuif, de grootte van de keelvlek, de tekening van de handpennen en de hoeveelheid rode ‘lakplaatjes’ op de vleugel afleiden of het om een mannetje of vrouwtje en jonge of oude vogel gaat.

De afgelopen week zijn uit het hele land, inclusief Katwijk, zoveel meldingen gekomen, dat we zeker kunnen spreken van een invasie. Hoe groot die invasie wordt is nog de vraag. Vooral mensen met Gelderse roos in de tuin moeten goed opletten. Pestvogels zijn daar gek op. Maar ook andere bessen gaan naar binnen, in z’n geheel.

Gijsbert van der Bent

Gewoon hartstikke zeldzaam

Oktober 2016

Je maakt nog eens wat mee als niets vermoedende deelnemer aan een strand/duin-excursie van het Natuurcentrum Katwijk. Goed kijken wat de garnalenvissers behalve garnalen nu weer boven water hebben gehaald is altijd aan te raden. Zwemkrabbetjes: kennen we. Verschil tussen mannetje en vrouwtje krab: weten we inmiddels. Zeenaaldjes: vaste prik. Jong Grietje: altijd leuk. Heremietkreeftjes in hun schelpenschuilplaats: geen geheim meer voor de excursiedeelnemers.

Zeestekelbaars

Foto: Gijsbert van der Bent

He, maar dat is leuk. Een Zeestekelbaars! In het bakje dat we speciaal hebben meegenomen om interessante beestjes goed te kunnen bekijken zwemt een dun en zeer langgerekt visje van ongeveer 12 centimeter. Het snuitje doet een beetje denken aan een Zeepaardje, maar verder is het op en top een stekelbaarsachtige. Maar dan wel een hele zeldzame dus. Het aantal waarnemingen langs de Nederlandse kust de afgelopen decennia is op de vingers van twee handen te tellen.

Ooit was de Zeestekelbaars algemeen in Nederland, en figureerden ze ook in de Verkade-albums. Zoals alle stekelbaarzen maakt het mannetje op de zeebodem een nestje voor de jongen, die fel verdedigd worden. Ze leefden vooral in zeegras. Toen dat zeegras na de realisering van de Afsluitdijk in 1932 vrijwel geheel verdween uit de Nederlandse kustwateren, verdwenen ook de Zeestekelbaarzen. De soort staat  nu als ernstig bedreigd op de Nederlandse Rode Lijst. Ja ja, het visje is levend en al weer terug in het water gezet.

Let op aankondigingen van nieuwe strand- en duinexcursies. Zo’n zeldzame waarneming smaakt natuurlijk naar meer.

Gijsbert van der Bent