Kijk - Nu in de Natuur

Sperwers buiten en binnen de bebouwde kom

Foto: Truus van Duijvenboden, Katwijk, december 2020

De laatste weken zijn er opvallend veel meldingen van Sperwers. Veel van die waarnemingen hebben betrekking op Sperwers die ongegeneerd met hun maaltijd bezig zijn, in de tuin of gewoon op straat. Die maaltijd is dan altijd een mees, Vink, Spreeuw, Turkse Tortel of andere vogelsoort van die grootte. Sperwers eten eigenlijk allleen maar vogels, die ze vangen door een complete overrompeling of na een heel korte en onstuimige achtervolging.

Er broeden maar een of twee paartjes in en rond Katwijk. In de trektijd zijn ze algemener; in oktober gaan er soms tientallen per dag over de telposten. Als overwinteraar is de Sperwer ook niet zeldzaam, en in dit jaargetijde zitten ze zowel binnen als buiten de bebouwde kom.

Bij geen enkele Nederlandse vogelsoort is het verschil in grootte tussen mannetjes en vrouwtjes zo groot al bij de Sperwer (en de Havik). De mannetjes (foto) zijn maar net groter dan een Merel, terwijl de vrouwtjes veel groter zijn. Mannetjes hebben een mooie rose gloed op de onderzijde, die vrouwtjes missen.

Mussen met Kerstmu(t)s

Een influx van de brubo!

Foto: Joost van der Sluijs. Cantineweg, Katwijk, december 2020

De afgelopen twee maanden was er in Nederland en zeker ook in Katwijk iets bijzonders aan de gang: een influx van brubo’s. Influx? Brubo’s? Influx staat voor het plotseling opvallend veel voorkomen van een vogelsoort, en brubo is vogelaarsjargon voor Bruine Boszanger. Nu gaat het bij deze vogelsoort ook bij een influx niet om heel veel vogels. Het blijft een bijzonder vogeltje, waarvan de eerste voor Nederland pas zo recent als in 1978 werd gezien, op Terschelling. Veel vogelaars zagen hun eerste pas in oktober 1987, op Texel.

De Bruine Boszanger is familie van de bekende Tjiftjaf en ongeveer net zo klein. De naam dekt de lading: het vogeltje is geheel bruin en houdt zich op, of liever gezegd schuil(!), in bosschages. De soort broedt in Siberië en overwintert normaliter in Noord-India en Zuidoost-Azië, en hoort hier dus helemaal niet te zijn. Maar op de najaarstrek willen ze nog wel eens afdwalen, en dat noemen we dan dwaalgasten. De laatste twintig jaar is het aantal waarnemingen, vrijwel altijd in oktober en november, echter zo sterk toegenomen dat we de Bruine Boszanger meer een regelmatige schaarse najaarsgast kunnen noemen. Het zijn ontzettend stiekeme vogeltjes, en ze vallen vaak als eerste op door hun zachte, smakkende roepjes.

Dit jaar was echt een topjaar, met over heel Nederland een honderdtal waarnemingen, waarvan een twintigtal in Katwijk, dat zich dus met recht een hotspot mag noemen. De laatste in ons gebied zat tot begin december langs de Westerbaan/Cantineweg. Joost van der Sluijs wist deze Brubo op de gevoelige plaat vast te leggen. De foto geeft een goede indruk van het kruip-door-sluip-door-vogeltje. Let op het wenkbrauwstreepje! Het is de vraag hoe lang het de koude dagen en nachten hier kan verdragen.

Laat maar gewoon staan!

Foto: Gijsbert van der Bent, Coepelduynen, november 2020

Het is nu dé tijd voor paddestoelen! In onze duinen komen vele honderden soorten voor, van heel algemeen tot heel zeldzaam, van generalist tot specialist en…..van eetbaar tot (zeer) giftig. Tot de meest algemene soorten behoren de drie soorten zwavelkopjes: Gewone zwavelkop, Dennenzwavelkop en Rode zwavelkop. Van deze drie is alleen de Dennenzwavelkop eetbaar, en de andere twee zijn giftig. Maar omdat ze zoveel op elkaar lijken kun je ze maar beter gewoon laten staan (bij twijfel niet inhalen!). Alle drie de soorten groeien in bundeltjes op rottend hout, zoals goed te zien is op bijgaande foto van de Gewone zwavelkop.

Kijk niet zo zielig/chagrijnig!

Foto: Gijsbert van der Bent, aan de Noordzeekust, oktober

Kijkt-ie nou zo zielig, of juist chagrijnig, of smachtend misschien? Hoe dan ook, het Goudhaantje heeft een bijzonder expressieve gezichtsuitdrukking, door het grote rond koppie, die neerhangende lijntjes bij de snavel en natuurlijk ook door die prachtige grote donkere ogen. Oktober is de maand waarin veel Goudhaantjes op trek zijn. We kunnen ze dan op allerlei plaatsen aantreffen; op de Boulevard, in struikjes in de zeereep, midden in het dorp. Dat is niet hun natuurlijke habitat. Ze houden vooral van dennenbossen. Die proberen ze natuurlijk zo snel mogelijk te vinden nadat ze hier vermoeid van een lange reis vanuit noordelijker streken zijn neergestreken. Het Goudhaantje is met z’n lengte van 9 centimeter het kleinste vogeltje van Europa. Zeldzaam zijn ze niet. Zoals gezegd: zoek ze in dennenbossen. Ze zitten vaak tussen groepjes mezen, en speuren met die grote kooloogjes de hele dag door naar allerlei kleine insecten. Dat zal niet altijd meevallen in de winter....

Trekvogeltjes aan boord!

Foto: Koos de Visser, Noordzee - september 2020

Het is weer de tijd van de vogeltrek. Ook de vissers op de Noordzee merken dat. De trekvogels die in deze tijd aan boord komen zijn meestal de soorten die wij in Katwijk nu ook uit het noorden zien binnenkomen. Het gaat dan vooral om Graspiepers, Goudhaantjes, Roodborsten, Zanglijsters en ook af en toe een Sperwer of Torenvalk. Garnalenvisser Koos de Visser van de GO 58, die vaak vlak voor de kust Katwijk vist, kreeg deze week onder meer een Graspieper aan boord. Hij schrijft: 'Een gevleugelde vriend kwam even uitrusten in het stuurhuis, en heeft me nog een half uurtje vergezeld. Thumbs up voor ze vertrok'. De Graspieper is bij ons een van de talrijkste doortrekkers in de trektijd, zeker in het voorjaar maar ook in het najaar. NU dus! .

 

De Grote Vriendelijke Stadsreus

Foto: Ed Schouten, Katwijk - augustus 2020

Kijk uit, wat een grote enge wesp! Bij nader inzien blijkt het zwart met gele insect toch geen enge wesp, maar een onschuldige zweefvlieg. Wel een hele grote, want dit insect, die ook wel passend Hoornaarzweefvlieg wordt genoemd maar tegenwoordig beter bekend staat onder de naam Stadreus, kan wel 2,5 centimeter lang worden.

De Stadreus kwam oorspronkelijk vooral voor in zuidelijk en centraal Europa. Met het warmer worden van onze zomers wordt de Stadsreus echter steeds vaker gezien in Nederland. Deze soort heeft een opvallend voorkeur voor het stedelijk gebied, vandaar de naam. Afgelopen dagen werden er diverse Stadsreuzen gezien op de Zanderij, onder meer bij de imker.

De Oranje Zandoogjes komen er aan!

Foto: Truus van Duijvenboden, Katwijk - juli 2020

Jarenlang hebben we het wat zandoogjes betreft moeten doen met het algemene Bruin Zandoogje en het bijna net zo algemene Hooibeestje. In de jaren negentig kwam het Bont Zandoogje opzetten, en wel zodanig dat het nu een van de meest talrijke en meest verspreide dagvlinders is bij ons. Als er maar een begroeid en zonnig hoekje is. De laatste jaren komt er nog een zandoogje opzetten: het Oranje Zandoogje. Net even wat sprekender getekend, met vooral meer oranje op de bovenkant van de vleugels, dan het saaie Bruin Zandoogje en wat minder agressief dan het Bont Zandoogje.

Ze komen letterlijk vanuit het zuiden opzetten. De eerste waarnemingen van blijvers kwamen enkele jaren geleden uit het zuiden van Berkheide, en nu hebben ze Katwijk al bereikt en zitten ze ook in de bebouwde kom. Let er maar op!

 

 

Rietorchis in bloei

Foto's: Gijsbert van der Bent/Truus van Duijvenboden, Katwijk – juni 2020

Nu in bloei: de Rietorchis. De familie der orchideeën mag zich vanouds verheugen in een grote belangstelling. Als typische planten van natte duinvalleien worden ze ook nauwgezet gevolgd door duinbeheerders. Pogingen om door middel van ‘regeneratie’ de natuurlijke situatie in de duinen terug te krijgen, dus met veel natte duinvalleien, zijn immers niet geslaagd als er geen orchideeën (terug)komen. Wat dat betreft gaat het goed met deze familie. Kwamen er twintig jaar geleden nog maar twee soorten orchideeën voor in onze omgeving, inmiddels zijn dat er wel twaalf. Veel soorten die verdwenen waren zijn weer terug.

De Rietorchis is een van de algemeenste soorten, en kan soms massaal de kop opsteken in uitgestrekte natte duinvalleien. Maar ook elders waar gunstige omstandigheden zijn (zonnig, vochtig, niet al te voedselrijk maar liefst wel kalkrijk) kan men deze soort aantreffen. Zoek ze vooral in de overgangssituaties van water naar land in lichtglooiende oevers.

truus 1

De jonge Spreeuwen vliegen bijna uit

Foto: Arnold Meijer, Katwijk - mei 2020

Het is een bekend gezicht. Ga op de Rijnmond staan of langs de Tjalmaweg, en je ziet veel Spreeuwen vanuit het dorp naar de omliggende weilanden en velden vliegen en weer terug komen. In die kenmerkende rechtlijnige vlucht, waar de meeste andere kleine vogels golvend vliegen. Ze vertrekken met een lege snavel en komen terug met een volle snavel voer voor de jongen in het nest. Bijna alle Spreeuwen broeden in dezelfde periode, bijna allemaal hebben ze nu jongen in het nest, die straks over een week massaal uitvliegen. Die klitten bij elkaar, waardoor er vroeg in de zomer al grote groepen ontstaan die zich klaarmaken voor de trek.

De meeste Spreeuwen broeden in gaten en nissen in bebouwing, vaak onder de pannen. Maar soms worden ook natuurlijke holen gebruikt. Zie de foto! Het gaat niet zo best met de Spreeuw in heel Europa. Wie de Spreeuwen zo heen en weer ziet vliegen begrijpt hoe belangrijk de omliggende graslanden zijn voor deze soort. Maar iedereen weet ook dat in onze reeds dichtbevolkte duin- en bollenstreek geen enkel groen gebied veilig is voor de huizenhonger.....

Toen (in 2018) in de Natuur

In april is het themanummer van Holland’s Duinen verschenen met daarin de resultaten van het in het Nationaal park Hollandse Duinen gehouden 5000-soortenjaar. In dit  bijna 100 pagina's dikke nummer staan artikelen over vaatplanten, mossen, zeedieren, wantsen, bijen, bodemfauna en nog veel meer. Iedereen die in 2018 waarnemingen heeft verzameld in de Hollandse Duinen (de duinen van Hoek van Holland tot en met Noordwijk) kan dit nummer gratis  krijgen door zijn of haar adres achter te laten (adres achterlaten) via deze link:

 https://m9.mailplus.nl/genericservice/code/servlet/React?wpEncId=5wUhRUtKpt&wpMessageId=1165&userId=3900485&command=viewPage

Lok de bijen naar je tuin

Op zaterdag 18 en zondag 19 april is het nationale bijentelling, waarbij overigens ook hommels, zweefvliegen en wespen geteld worden. Zie: https://www.nationalebijentelling.nl

Het is natuurlijk leuk als er in je eigen tuin vanuit je eigen huis wat te tellen valt. Hoe lok je die bijen naar de tuin? Wat heb je daarvoor nodig? Plantjes natuurlijk! Hierbij enkele tips van Esther Schonenberg.

Wilde bijen hebben een klein leefgebied, van enkele tientallen meters tot maximaal zo’n 100 meter. Ze moeten dus dicht bij huis kunnen eten. In dorpen en steden is dat goed te organiseren door bijvoorbeeld het aanbrengen van gevelgroen en door het beplanten van boomspiegels. Je helpt daar de wilde bijen enorm mee, omdat ze dan kunnen hoppen van het ene tuintje naar het andere tuintje.
Bedenk wel dat een geveltuin en een boomspiegel meestal nogal droog zijn. Het is dan ook handig om planten te gebruiken die daar goed tegen kunnen. Een bij-vriendelijke beplanting van een geveltuin in de zon met een lange bloeiperiode is bijvoorbeeld met muurbloem, stokroos, slangenkruid, wolfsmelk, hemelsleutel, spoorbloem en distel, en voorjaarsbollen zoals sterhyacint, krokus en narcis.
Op een schaduwrijke plek moet je denken aan klokjesbloem, bosanemoon, akelei, narcis, maarts viooltje, loodkruid, silene, salomonszegel, adderwortel, wolfsmelk.

Belangrijk is dat je een beplanting samenstelt met een lange bloeiperiode, zodat er van het vroege voorjaar (bolletjes) tot in het late najaar wat te eten valt.
Heel veel mooie planten voor in de tuin zijn aantrekkelijk voor bijen. Een handige stelregel is dat bij een plant met een open bloem de nectar gemakkelijker te halen valt dan bij een plant met een gevulde bloem.

Op www.drachtplanten.nl kun je meer lezen over de favoriete planten van bijen.