Het Natuurcentrum is geopend
op zaterdag en zondag van 12.00 - 17.00 uur

Kardinaalsmuts gedijt ondanks aanvallen

Foto en informatie: Gerrit van Ommering, Katwijk, november 2021

De Kardinaalsmuts is momenteel een van de opvallendste struiken in onze duinen. De struik is makkelijk te herkennen aan zijn vruchten. Die lijken een beetje op de traditionele hoofddeksels van hoge geestelijken, vandaar ook de naam Kardinaalsmuts. Voor de mens zijn de vruchten giftig, maar vogels eten er wel van.

De Kardinaalsmuts heeft het niet makkelijk, want het lijkt wel of alle dieren deze struik lekker vinden. Met name Konijnen en Reeën vreten hele stukken bast en takken weg. En dan is er ook nog de Kardinaalsmutsstippelmot. De rupsen van deze vlinder kunnen in de voorzomer een hele struik kaalvreten en vervolgens bedekken met die griezelige spinseldraden. Zielig voor de struik, denk je dan, maar deze laat een bewonderenswaardig herstelvermogen zien. Zeker dit jaar lijkt de Kardinaalsmuts goed te gedijen.

Toen in de Natuur....

Foto: Gijsbert van der Bent, Katwijk, oktober 2021

We hebben het op deze plek al jaren over NU in de natuur, maar er is natuurlijk ook een TOEN in de natuur. In het Natuurcentrum Katwijk is binnenkort een nieuwe tentoonstelling te zien, over de laatste IJstijd in het gebied tussen het huidige Nederland en Engeland. Wat nu de Noordzee is was toen een droge vlakte, met een groot aantal zeer bijzondere bewoners. De Wolharige Mammoet was daar een opvallende vertegenwoordiger van.

Binnenkort in dit theater!

Wat een groot weeskind!

Foto: Gijsbert van der Bent, Katwijk, september 2021

Wat een verrassing was dat, diverse waarnemingen van het prachtige Blauwe Weeskind in Katwijk en omstreken. Dat heet een zeldzame soort te zijn, maar het aantal waarneming van deze opvallend grote nachtvlinder neemt de laatste jaren toe, vooral in de duinstreek, en ook bij ons. Misschien ook wel omdat de studie en het lokken van nachtvlinders (met licht en met zoetigheid) steeds populairder wordt. Het Blauwe Weeskind is te onderscheiden van andere weeskinderen uit de familie (je hebt bijvoorbeeld ook het Rood Weeskind en het Karmozijnrood Weeskind) door de zwarte achtervleugel met de blauwe band. Ze kunnen nog tot in oktober gezien worden. Ze leggen nu eitjes, de rupsen komen vanaf april uit de eitjes en de eerste vlinders verschijnen begin juli.

 

Niet allemaal even blauw

Foto en tekst: Gerrit van Ommering, augustus 2021

Deze tijd van het jaar vliegen de drie soorten blauwtjes van onze duinen volop. Laat je niet misleiden door de naam: ze zijn niet allemaal (even) blauw. Het blauwste blauwtje in onze duinen is het mannetje van het Icarusblauwtje (zie foto). Het vrouwtje van deze soort is een stuk bruiner, en soms zo bruin dat ze wel op een Bruin Blauwtje lijkt. Het blauw (en bruin) van beide soorten zit aan de bovenkant. De onderkanten van beide soorten zijn veel fletser, met veel stippen, en lijken behoorlijk op elkaar. Voor de nauwkeurige kijker zijn de verschillen wel duidelijk. Beide vlindersoorten zijn vooral te vinden in duingraslanden.

Het derde blauwtje dat bij ons voorkomt, het Boomblauwtje, is meer gebonden aan bossen en komt ook in tuinen voor. Deze soort is van boven ook mooi blauw, maar van onderen meer zilvergrijs, met kleine zwarte stipjes. Er zijn in Nederland en elders in Europa heel veel soorten blauwtjes. Maar met drie soorten blauwtjes in onze duinen is het al mooi en moeilijk genoeg!

Harkwespen op de hellingen

Foto's: Maarten Langbroek, Katwijk, juli 2021

Op droge, zandige en enigszins bemoste zuidhellingen is het op dit moment een gezoem van jewelste. Op deze plekjes zijn in deze tijd van het jaar veel bijen- en wespensoorten actief, zoals de Gladde spieswesp, de Gouden slakkenhuisbij en de Bleekvlekwespbij. Het is nu ook de goede tijd om Harkwespen tegen te komen.

De Harkwesp is een opvallende verschijning; vrij groot, met een ietwat afgeplat achterlijf, een geelzwarte bandering en grote groengele ogen. Harkwespen komen in juni tevoorschijn, eerst de mannetjes en daarna de vrouwtjes. De vrouwtjes beginnen na de paring direct met het uitgraven ofwel uitharken van meerdere holletjes, om zo te testen welke locatie het meest geschikt is. Op de in haar ogen perfecte plek legt een vrouwtje één larve. Totdat deze groot genoeg is wordt die gevoed met allerlei kleine insecten, zoals zweefvliegen.

De Harkwesp ziet er best indrukwekkend uit, maar is, in tegenstelling tot de Gewone wesp, helemaal niet agressief. Wanneer je de soort vaker tegen bent gekomen kun je ze al ontdekken op basis van het geluid; een hard, gonzend gezoem, vlak boven het kale zand van droge zuidhellingen of op schelpenpaden.

Harkwesp griezel

Vanuit het zuiden.....

Foto: Johan Verloop, Katwijk, juni 2021

In Nederland komt vanouds de Spotvogel voor. In Katwijk en omstreken is dat een schaarse zomervogel, die vooral te vinden is in struwelen aan de randen van de bebouwde kommen en langs wegen en bij boerderijen in het landelijk gebied. In de warmere delen van het zuidwesten van Europa komt in plaats van de Spotvogel de Orpheusspotvogel voor. Waarschijnlijk door de klimaatverandering rukt deze soort op naar het noorden. Ook in Nederland wordt deze zuidwestelijke tegenhanger van de Spotvogel steeds vaker waargenomen. Vorig jaar (2020) werd de soort voor het eerst in Katwijk gezien, op Lentevreugd. Dit voorjaar heeft er eentje een plekje in Berkheide uitgekozen. De Orpeusspotvogel lijkt heel veel op de Spotvogel qua uiterlijk. De zang is echter heel anders. Waar de Spotvogelzang-zang uitblinkt in mooie immitaties en typische nasale tonen, bestaat de zang van de Orpheusspotvogel uit een razendsnel gebrabbel/gestjilp. Wel heel enthousiast voorgedragen. Beide soorten brengen de winter door in Afrika en arriveren vrij laat (medio mei) in Europa om te broeden.

 

Camouflage!

Foto: Truus van Duijvenboden, Katwijk, mei 2021

We kennen allemaal, het verbluffende vermogen van de kameleon om zich onzichtbaar te maken. Dichter bij huis: de eieren van de Kievit, een Roerdomp in paalhouding in het riet, een Nachtzwaluw op een boomtak. De Citroenvlinder kan er ook wat van. Deze dagvlinder is algemeen in Katwijk en omstreken. Als ze vliegen vallen ze erg op en zijn ze niet te missen. Als ze geland zijn wordt dat een ander verhaal. Op de foto twee parende Citroenvlinders. Een gevalletje camouflage tot in de puntjes!

Volop bloei in de kou

Foto en tekst: Gerrit van Ommering, Wassenaar/Katwijk, april 2021

Het is lente! Oftewel de tijd van sneeuw, hagel, kou, donder en bliksem, regen en veel wind. De afgelopen weken tenminste. Maar het is ook de tijd dat de duinen volop in bloei staan. Het valt niet direct op, maar toch staan ze er massaal, vooral op zandige plekken: kleine plantjes met kleine witte bloemetjes. Die hebben het prima naar hun zin met dit weer, want hitte en droogte zijn hun grootste vijanden. Daarom voltooien ze hun levenscyclus, van zaad tot zaad, in het winterhalfjaar. Ze kiemen in het late najaar, brengen de winter door als klein plantje, gaan bloeien in het vroege voorjaar en nog voor de zomer hebben ze zaad gezet en sterven ze af.

Van een afstandje lijken ze erg op elkaar, maar als je goed kijkt (een loep kan helpen) zijn de verschillen in de bloemen toch wel duidelijk. Zo heeft de Vroegeling vier kroonblaadjes die diep gespleten zijn, de Zandhoornbloem heeft vijf kroonblaadjes die aan de top onregelmatig zijn uitgerand en zijn broertje de Scheve Hoornbloem is viertallig, met kroonblaadjes die ondiep zijn ingesneden. Er zijn en komen nog veel andere soorten met witte bloemetjes in bloei, waaronder Kleine Veldkers, Kandelaartjes, Zandmuur en Zandraket. Zoek de verschillen! En hoe klein ze ook zijn, de meeste verspreiden een fijn geurtje. Probeer maar eens. En als je niet meteen iets ruikt hoef je niet direct te vrezen dat je corona hebt, want kleine bloemetjes verspreiden maar kleine geurtjes.

Op de foto's staat een van deze dappere kleine plantjes, de Vroegeling.

Vroegeling overzicht kleiner

Zeepaardjes gestrand

Foto: Arie Twigt, Katwijk, april 2021

Het onstuimige weer in de eerste week van april heeft de Noordzee en de zeebodem flink beroerd. Als gevolg daarvan lag ons strand vol met aangespoelde schelpdieren en andere zeedieren. Bijzonder waren de tientallen zeepaardjes die op het strand tussen Wassenaar en Katwijk zijn gevonden. Zeepaardjes zijn eigenlijk een soort zeenaalden, maar met een zodanig bijzondere vorm dat ze altijd erg tot de verbeelding spreken. Bij de vondsten ging het om het Kortsnuitzeepaardje, de enige soort zeepaard die in de Nederlandse Noordzee voorkomt. De laatste jaren lijken ze algemener te worden in de Nederlandse wateren. Zeepaardjes leven graag tussen het wier. Ze worden maximaal maar 15 centimeter. Het zijn slechte zwemmers, en waarschijnlijk zijn ze door de harde wind zijn aangespoeld op het strand.

Gelukkig hebben heel veel zeepaardjes de storm wel overleeft; vissers zien er soms honderden in de Waddenzee. Op de foto rechts een volwassen Kortsnuitzeepaardje en links jongere dieren.

 

Instagram @natuurcentrumkatwijk