Op naar de 2.500 soorten

Op naar de 2.500 soorten

OP NAAR DE 2.500 SOORTEN

Op 1 juni zijn wij gestart met de BioBlitz in de gemeente Katwijk. Bio staat voor biodiversiteit en Blitz verwijst naar een korte, intense periode. Het doel van de BioBlitz Katwijk is onderzoeken, ontdekken en kennis maken met de grote biodiversiteit in en om Katwijk. De organisatoren, Natuurcentrum Katwijk en Staatsbosbebeer, betrekken daarbij experts en natuurkenners, maar zeker ook het grote publiek.

Voorgaande jaren was de BioBlitz beperkt tot een lang weekend maar in 2023 worden er in de hele maand juni activiteiten georganiseerd. Denk daarbij aan allerlei excursies, een speurtocht en slootje vissen met schoolklassen. Daarnaast is het doel gesteld om in juni tenminste 2500 soorten vast te stellen.

Ondertussen is het eerste driekwart van de maand juni voorbij en op het moment van schrijven gaan we richting de 1.600 soorten, verdeeld over bijna 9.000 waarnemingen, ingevoerd door ruim 400 waarnemers op de website waarneming.nl. Tussen de soorten zitten net als voorgaande jaren weer behoorlijk wat bijzonderheden. Denk daarbij aan nieuwe soorten voor het gebied en aan soorten die landelijk of plaatselijk zeldzaam zijn.

 

De eerste twee weken van juni leverden een aantal bijzondere vogels op. Het staartje van de vogeltrek de eerste periode van juni staat er om bekend dat er nog wel eens bijzondere soorten in op kunnen duiken. Op 4 juni werd een zingende Grauwe fitis gevonden in Berkheide, op 7 juni een zingende Grote karekiet, gevolgd door een Struikrietzanger op 11 juni in de ruigte langs de binnenduinrand. Kleurrijkere soorten werden opgemerkt vanaf de telpost in duingebied Berkheide in de vorm van een aantal overvliegende Wielewalen en op 10 juni een overvliegende Bijeneter. De laatste soort wordt tegenwoordig jaarlijks opgemerkt, maar het blijft toch altijd weer erg leuk en bovendien een schitterende vogel.

De zeldzaamste vogelsoort van de maand kwam op 13 juni. Vanaf de telpost werd een mannetje Turkestaanse klauwier opgemerkt. Dit betreft het 7e geval voor Nederland en een nieuwe soort voor het waarnemingsgebied. Deze dwaalgast broedt in Centraal-Azië, van Iran en Kazachstan tot China. De soort wordt daar vooral gevonden in halfwoestijnen, steppes en droge berggebieden.

 

In juni beginnen allerlei planten te bloeien. Veel planten die in de kalkrijke duinen en in de zeereep groeien zijn landelijk zeldzaam en sommige zelfs zeer zeldzaam. Een bijzondere soort is de Blauwe bremraap. Ondanks de droogte van laatste weken zijn er toch een heel aantal bloeiende Blauwe bremrapen gevonden. Deze parasiet onttrekt voedingsstoffen bij andere planten vandaan. Bij ons zijn dat Duinaveruit en Duizendblad.

 

Een soort die in juni een groot deel van de duinen met roze bloemen bedekt is Kruipend stalkruid. Als deze planten beginnen te bloeien, verschijnt ook het Stalkruidmotje. Met name in de avonduren kun je wel honderden van deze motjes tegen komen rondom de planten. Let dan ook meteen op één van de mooiste micronachtvlinders, het Prachtsmalsnuitje. Deze soort is geelrood van kleur en vind je vooral rondom de waardplant Echt bitterkruid.

 

In de duinen komt Heggenrank veel voor. Deze plant heeft ranken en kan daardoor hogere planten uit groeien. Op deze planten komt een schitterend vliegje voor. Het gaat om de Heggenrankboorvlieg. De larven leven in de vruchten van de plant.

Naast nachtactieve soorten, komen er ook dagactieve nachtvinders voor. Een landelijk zeldzame soort die vooral langs de kust wordt gezien is de Lichte daguil. Deze soort kun je overdag tegenkomen rondom bloeiende plant, bijvoorbeeld Slangenkruid.

 

 

De meeste poelen en plassen in de duinen zijn van goede kwaliteit en veelal voor een groot deel gevuld met allerlei waterplanten. Ook voor allerlei fauna zijn dit interessante plekken. Larven van libellen ontwikkelen zich in het water. Sommige soorten hebben een aantal jaar nodig voordat ze uitvliegen. Daarnaast zijn er ook zogenaamde zwervende soorten. Deze libellen kunnen grote afstanden afleggen. In het zuidelijk deel van Berkheide werd een heel aantal leuke soorten opgemerkt. Het gaat om Smaragdlibel, Sierlijke witsnuitlibel, Gevlekte witsnuitlibel en Beekoeverlibel. De Sierlijke witsnuitlibel en de Beekoeverlibel zijn niet eerder aangetroffen in het waarnemingsgebied. Met name de laatste is een bijzondere omdat deze soort vooral in oost-Nederland voorkomt. In 2022 is de soort ook in Meijendel gevonden en sinds 2021 zit er een kleine populatie in Noord-Holland.

 

Een nieuwe soort die is opgedoken in het waarnemingsgebied is de Sierlijke schildwants. Deze fraaie wants, afkomstig uit het zuiden, werd in 1992 voor het eerst in Nederland opgemerkt. Laatste jaren lijkt de soort zich uit te breiden. De meest noordelijke waarneming is gedaan ter hoogte van Castricum.

In de duinen zijn ook allerlei soorten bijen en wespen actief. Een soort met een kenmerkende tekening is de Kleine wolbij. Deze soort is landelijk zeldzaam en wordt vooral gevonden langs de kust en in Zuid-Limburg. In de duingebieden rondom Katwijk wordt de soort regelmatig opgemerkt.

De Grote panterspin is niet nieuw voor het gebied, maar wel voor duingebied Berkheide. Het is een wolfspin die voorkomt in open duinen en op schaars begroeide plekken in heide. De spin leeft in een met zijde bedekte woonbuis en is vooral ’s nachts actief.

 

 

Het is al een tijdje geleden dat de eerste Boommarters in het waarnemingsgebied werden opgemerkt. Het zijn nachtdieren en het zijn er niet veel dus de trefkans is niet zo groot. Toch waren er ook deze maand weer een aantal gelukkigen die een Boommarter te zien kregen.

 

De lat ligt met 2.500 soorten hoog en het gaat nog een behoorlijk karwei worden om dat te halen. Na de eerste helft van de maand kunnen we echter al vaststellen dat het ook dit jaar weer een groot succes is. Naast allerlei leuke vondsten zijn er veel mensen geënthousiasmeerd en dat is waar we het vooral voor doen!

 

Wim Langbroek

Geslaagde première natuurpraetje

Strandschelp op 1 op Schelpenteldag