Natuurcentrum Katwijk is geopend op donderdag van 16.00 tot 20.00 en vrijdag, zaterdag en zondag van 12.00 tot 17:00

Grote Tepelhoorn tussen het aanspoelsel

Foto: Esther Schonenberg, Katwijk – januari 2020

Er zijn heel wat mensen die (vrijwel) dagelijks het Katwijkse strand afstruinen, met gebogen hoofd speurend in het aanspoelsel. Dat kan bijzondere vondsten opleveren. Het huisje van de Grote Tepelhoorn is niet echt zeldzaam, maar wel heel mooi. De Grote Tepelhoorn is een zogenoemde marine huisjesslak. Ze zijn een beetje gelig, met roodbruine vlekjes op de windingen. Het gaat hier om een roofslak, die leeft van tweekleppige schelpdieren. De slak boort daar met zijn rasptong een gaatje in en zuigt dan als het ware zijn slachtoffer leeg. Op ons strand spoelen meestal alleen de lege horentjes van de Grote Tepelhoorn aan en zelden levende dieren. Vaak wordt zo’n leeg tepelhoorn-huisje bewoond door een Heremietkreeftje (rechts op de foto net nog te zien). Dit kreeftje heeft een week achterlijf, dat het beschermt door te gaan wonen in een verlaten hoorntje.

In de achtertuin...

Foto:Gijsbert van der Bent -  Katwijk, december 2019

Doordat veel ruige overhoekjes in de gemeente worden opgeruimd, het bomen- en het struikbestand in Katwijk overal ernstig wordt gedund en de verstening van voor- en achtertuinen nog steeds doorwoekert, kan het zomaar gebeuren dat je kleine maar groene achtertuin een steeds aantrekkelijkere plek wordt voor vogels. Hou de verrekijker bij de hand, want daar kunnen ook wel eens zeldzame vogels tussen zitten. Zoals het geval was deze maand in een achtertuin in de wijk De Zanderij. Hier bleek opeens een Dwerggors te zitten! Deze vogelsoort broedt op de taiga, vanaf het uiterste noordoosten van Europa tot in Siberie. In tegenstelling tot vogels als de Koperwiek en de Barmsijs trekt de Dwerggors in de wintermaanden naar zuidoostelijker streken. Ze horen hier in de winter dus helemaal niet te zitten, maar ergens in Zuid-Azie. Desondanks is de Dwerggors een zeldzame, maar wel jaarlijkse gast in Nederland. Ook in Katwijk zijn ze al vaker gezien. Maar nog nooit in een achtertuin. Dus mensen: hou het groen!  

Huismus in de buurt

Foto: Gijsbert van der Bent - Katwijk, november 2019

Moeten we dat voortuintje van het Natuurcentrum Katwijk niet eens een beetje opknappen? Ja hoor, dat kan (is inmiddels ook gebeurd), als we die stekelstruik en dat zand maar zo laten. En dat is gelukkig ook gebeurd. Die stekelstruik is niets meer maar ook niets minder dan de Duindoorn; in de Katwijkse duinen heel algemeen maar elders in Nederland helemaal niet zo gewoon. En dat kale zand is natuurlijk puur natuur. We zitten op de Boulevard! Maar dat niet alleen. Het kale zand is ook het bad van de Huismussen in de buurt. Ook als het druk is in het centrum zitten er vaak zo'n twintig Huismussen boven in de struik. Dreigt er gevaar, een Sperwer bijvoorbeeld, dan kunnen ze de stekels induiken. Het zand wordt druk gebruik als bad. Waarschijnlijk zijn die Huismussen ooit volgers van woestijnnomaden geweest, en zijn ze hun voorliefde voor lekker mul zand niet verloren. Overigens nemen veel vogel een stof- of zandbad; schijnt goed te zijn tegen ongediertje dat de huid en het verenpak van de vogels belaagt.

Huismus neemt een bad kleiner

We moeten zuinig zijn op de Huismus, die het in onze dorpen, waar alle gaten en kiertjes zo dicht mogelijk gestopt worden, niet makkelijk heeft. Het overdadig isoleren van huizen en alom dichte dakpannen kosten de Huismussen hun nestplaats. Het opruimen van struiken en onkruidhoekjes hun voedsel en schuilplaatsen.

 

 

Sijzen op trek

Foto: Rene van Rossum - Katwijk, oktober 2019

Op dit moment kunnen we genieten van een bijzonder fenomeen: heel veel Sijzen op trek. Nu worden er in Katwijk altijd wel groepjes Sijzen op doortrek gezien, maar de getelde aantallen in de eerste helft van deze oktober zijn wel heel bijzonder. Tijdens Euro Birdwatch op zaterdag 5 oktober stond de Sijs in Katwijk al in de Top 3 van die dag, met 3.686 getelde Sijzen. Alleen van de Vink werden er die dag meer geteld, maar dat is normaal.

Sijzen zijn kleine, sierlijk en mooi geel-groen gekleurde vink-achtigen. Het zijn levendige en luidruchtige vogels, met hoge roepen. Ze broeden niet in Nederland. In het winterhalfjaar zijn Elzen en Berken de beste bomen voor hongerige Sijzen die naar ons land afzakken. Af en toe zijn er dan groepjes ook in Katwijk en omstreken te zien. Eens in de zoveel jaar gaan Sijzen uit noord- en oost-Europa massaal op pad. We spreken dan van een invastie, zoals we dat ook wel eens hebben met Vlaamse Gaaien, mezen, Grote Bonte Specht en zeldzamer Pestvogels en nog zeldzamer Notenkrakers. Voedsel zal daar mee te maken hebben. Dit najaar is er sprake van een echte Sijs-invastie. Een kleine 10.000 Sijzen overtrekkend, zoals op 12 oktober, zien we hier echt niet vaak!

Fotogenieke Rosse Woelmuis

Foto: Ed Schouten – Katwijk, september 2019

Wel eens een Rosse Woelmuis gezien? Probeer het eens in het Panbos! Dit jaar schijnt een goed muizenjaar te zijn. Dat blijkt ook wel uit de aantallen jagende Buizerds en Torenvalken op het voormalig vliegveld Valkenburg. Ook voor de Rosse Woelmuis lijkt het een goed jaar. Ze zijn niet echt schuw en laten zich het hele jaar zien. Dat valt nog niet altijd mee; let op geritsel in de strooisellaag! Ze maken gebruik van vaste routes. Handig voor de waarnemer ook! Zoals de naam al aangeeft heeft de Rosse Woelmuis een mooie roodbruine zweem over nek en rug. Het diertje heeft duidelijk zichtbare ogen en oren (maar niet zulke flaporen als de Bosmuis) en een redelijk lange staart (maar ook niet zo lang als die van de Bosmuis). Ze eten allerlei plantaardig materiaal, waarvan ze ook voorraden aanleggen, en in de zomer ook insecten. Rosse Woelmuizen kunnen zich razendsnel voortplanten, maar vormen zelf een belangrijk voedsel voor roofvogels en roofdieren. Dus zo druk zal het niet worden met die muizen in Panbos.

Piektijd voor de Parnassia

Foto: Gerrit van Ommering – Katwijk, augustus 2019

Terwijl in het droge duin al veel planten zijn uitgebloeid, laten de vochtige duinvalleien nog een zee van bloemen zien. Althans, waar die niet zijn opgegeten door de grote grazers, die wel weten waar de meest sappige hapjes zijn te halen.

Blikvanger is de Parnassia, met zijn vijftallige witte bloemen. Het is een echte nazomerbloeier, die tot in september bloeit. Met de bloemen is van alles aan de hand, maar de ruimte hier is te kort om dat te beschrijven. Bekijk in het veld maar eens een aantal bloemen van dichtbij, dan vallen je vanzelf een heleboel dingen op. De beste plekken om Parnassia te zien bevinden zich in onze eigen ‘Kalahari’, in het zuiden van Berkheide. Vanaf de voormalige koffietent loopt het laarzenpad naar noord en zuid dwars door diverse vochtige valleien met dit mooie plantje.

Mooi blauw is niet lelijk

Foto: Gijsbert van der Bent – Katwijk, juli 2019

Wie op dit moment mooie bloeiende Wilde cichorei wil zien moet eens over de dijk lopen langs de Westerbaan, aan de kant van de woonwijk. De Wilde cichorei doet zijn bijnaam ‘Wegenwachter’ eer aan, want de stevige plant met de opvallende, hemelsblauwe bloemen staat in rijen langs de paden. Na augustus is het over met het blauwe feest.

Oudere Katwijkers kennen de Wilde cichorei misschien nog uit de oorlogsjaren. Van de wortels van de plant, waarin veel bitterstoffen zitten, werd surrogaatkoffie gemaakt. Waarschijnlijk niet te drinken, maar in tijden van gebrek aan echte koffie waarschijnlijk beter dan niks. De cichorei is familie van de witlof en de andijvie; ook al van die bittere planten.

En masse en van heel ver

Foto: Truus van Duijvenboden – Katwijk, juni 2019

Het is een bijzonder fenomeen: de aankomst van de Distelvlinder in Nederland in deze tijd van het jaar. Soms zijn ze met enkele, soms met letterlijk honderdduizenden. Het zijn grote en makkelijk te herkennen vlinders; bleek oranje en met zwart en wit in de vleugelpunten. Vliegen kunnen ze als de beste. Dat moet ook wel, want de meeste Distelvlinders die we hier zien komen uit Afrika, en het merendeel daarvan zelfs van gebieden ten zuiden van de Sahara. Net uit de pop gekropen gaan ze op trek, en geholpen door gunstige meewinden in hogere luchtstromen doen ze er een tot twee weken over om in onze streken te geraken. Ze kunnen zelfs IJsland bereiken! Eenmaal gearriveerd bij ons gaan ze op zoek naar geschikte planten om eitjes op te leggen, meestal distels of brandnetels, en die hebben we hier genoeg. In juli, augustus en september kunnen we dan Distelvlinders zien die hier geboren zijn. Overwinteren kunnen ze hier niet. Waarschijnlijk gaan de meeste vlinders dood en weet maar een enkeling het warmere zuiden te bereiken. Elke Distelvlinder die we hier nu (juni) zien is dus afkomstig uit het (heel) verre zuiden.

 

Hotel Panbos

Foto: Gijsbert van der Bent – Katwijk, mei 2019

Behalve enkele woonhuizen en een goed restaurant herbergt Panbos sinds kort ook een hotel! Schrik niet, het is een bijenhotel, compleet met een bord met uitleg, op de zogenoemde Grote Weide van dit mooie binnenduinrandbos van Berkheide..

Dergelijke ‘hotels’ voor bijen en andere insecten mogen zich vandaag de dag verheugen in een grote populariteit, ingegeven door de oprechte zorg die er is voor het lot van onze wilde bijen. Bijen en andere bestuivende insecten zijn belangrijk voor de natuur en zeker ook voor de mensheid. Onze gewassen moeten immers bestoven worden.

Een hotel is mooi, maar laten we hopen dat er ook een goed restaurant bij zit voor de insecten, in de vorm van bloeiende nectarplanten en waardplanten.

Instagram @natuurcentrumkatwijk