Ook het Natuurcentrum Katwijk ontkomt er niet aan om maatregelen te nemen in verband met het corona-virus. Daarom is in ieder geval tot 1 juni het Natuurcentrum gesloten, en gaan geplande activiteiten niet door. Wij vinden dat natuurlijk heel erg jammer. Uiteraard volgt nadere berichtgeving als de ontwikkelingen daartoe aanleiding geven.

Zeldzame schelp, gewoon op strand

schelp-sleutelgathoren-katwijk-marjaboekkooi-2017.jpg

Foto: Marja Boekkooi – Katwijk, oktober 2017

Regelmatig worden er hele leuk vondsten gedaan op het strand van Katwijk. Soms ook hele zeldzame. Vorige maand vond Marja Boekkooi op het strand van Katwijk bij Skuytevaert een Sleutelgathoren (wetenschappelijke naam: Diodora graeca). Deze horen heeft een opvallende vorm. Hij is niet, zoals bijvoorbeeld het Wenteltrapje, gewonden maar lijkt eerder op een omgekeerd schaaltje. De soort is verder te herkennen aan het sleutelgat in het midden van de schelp; vandaar de naam uiteraard. In Zeeland worden ze wat vaker gevonden, maar op de Zuid-Hollandse kust zijn ze heel zeldzaam. Mooi is ook dat de door Marja gevonden horen nog helemaal puntgaaf is. De meeste Sleutelgathorens die gevonden worden zijn beschadigd. Kortom; een zeldzame vondst kan gewoon op het Katwijkse strand. Kom ook zoeken!

Hartvormig met knobbels

geknobbelde-hartschelp-katwijk-henkvanduijn-2017.jpg

Geknobbelde hartschelp

Foto: Henk van Duijn – Katwijk, september 2017

Ook op stormachtige dagen kan het heerlijk zijn om een strandwandeling te maken. Een van de schelpensoorten die je regelmatig aantreft op het Katwijkse strand is de Geknobbelde hartschelp. Wetenschappelijke naam: Acanthocardia tuberculata. Let op de stevige bouw, driehoekige vorm, de brede ribbels en de knobbeltjes daarop. Ze kunnen tot 9 centimeter lang worden, maar zijn meestal veel kleiner.

De soort komt levend vooral voor in de Atlantische Oceaan tot in Het Kanaal en in de Middellandse Zee. Wat we hier op strand vinden zijn fossielen, en de kleppen zijn door het eeuwenlang verblijf onder het zand vrijwel altijd grijs-wit verkleurd. Let op: je hebt ook nog de Gedoorne hartschelp en de Grote hartschelp!

Een bijzondere eigenschap van hartschelpen is dat ze over het zand kunnen rollen zonder te beschadigen; erg handig op plekken waar veel stroming staat.

Duindoorns dik van de bessen

duindoorn-natuurcentrum-katwijk-gijsbertvanderbent.jpg

Foto: Gijsbert van der Bent – Katwijk, september 2017

Het valt op. Dit jaar zitten de Duindoorns vol met bessen. Het nazomerse duin fleurt helemaal op van die mooie, zacht oranje bessen. Als de zon een beetje schijnt en je loopt langs zo’n vruchtdragende struik, dan kun je ze gewoon ruiken! Vanwege de akelige doorns is het plukken niet zo makkelijk als bramen plukken. Jammer, want de bessen schijnen tjokvol te zitten met vitamine C en andere gezonde stoffen. Ze zijn wel heel erg zuur.

In onze kalkrijke duinen is de Duindoorn heel algemeen; in de rest van Nederland een stuk minder. Als de Duindoorns ook in de winter nog vol bessen zitten is dat mooi voor trekvogels uit het hoge noorden als de Kramvogel, de Koperwiek en de Zanglijster. Die zijn gek op Duindoornbessen. Maar ook Merels, kraaiachtigen en zelfs Waterhoentjes!

Gierzwaluw maakt ommetje

Gierzwaluw Rene van Rossum.jpg

Foto: René van Rossum – Katwijk, juni 2017

Vergeet die uilen, onze meest mysterieuze vogelsoort is de Gierzwaluw. Ze zijn nu in het land, maar ze zijn er nog maar net (begin mei) en gaan al bijna weer weg (in de loop van juli). In de tussentijd proberen ze onder onze dakpannen hun jongen groot te brengen. Gierzwaluwen eten uitsluitend insecten die ze in de vlucht vangen. Is het guur weer en vliegen er nauwelijks insecten, en dat gebeurt in de Nederlandse zomermaanden nogal eens, dan zijn deze vliegkunstenaars niet te beroerd om een ommetje van een paar honderd kilometer te maken naar plekken waar wel insecten vliegen.

Als de jonge Gierzwaluw vliegvlug is verlaat hij/zij het nest, meestal in de schemering. Moederziel alleen vangen ze de reis aan naar de overwinteringsgebieden in Afrika. In de twee of drie jaar dat het duurt voordat ze geslachtsrijp zijn blijven ze in Afrika en zijn ze continu in de lucht, ook ’s nachts! Als ze per ongeluk op de grond terecht komen kunnen ze vanwege hun extreem korte pootjes en lange, sikkelvormige vleugels niet eens zelf opvliegen. Dan moeten we ze als een vlieger opgooien.

Wespbij doet kunstje Koekoek na

natuurcentrumkatwijk-kortsprietwespbij-vrouwopzanderij-foto-edschouten.jpg

Foto: Ed Schouten – Katwijk, mei 2017

In onze duinen is op dit moment het onmiskenbare geluid van de Koekoek regelmatig te horen. Deze prachtige zomervogel is een zogenoemde broedparasiet: het vrouwtje legt haar eieren in de nesten van (veel kleinere) zangvogels en het uitgekomen Koekoeksjong flikkert alle eieren en jonkies van de pleegouders uit het nest en heeft daardoor al het aangedragen voedsel voor zich alleen. No problem!.

Er zijn meer dieren met dat nare trekje, zoals de wespbijen, waarvan in Nederland maar liefst 46 soorten bekend zijn. Ze lijken sprekend op een gewone wesp, maar in plaats van zelf een mooi nest te maken en de eigen jongen groot te brengen zoeken de wespbijen een kolonie van een andere bijensoort en leggen daar de eitjes in. De uitgekomen larven doen ze zich vervolgens te goed aan eieren, larven en voedselvoorraad van de gastkolonie. No problem! De foto is gemaakt op de Zanderij, en laat en Kortsprietwespbij zien bij een kolonie van Grasbijen.

De ene fuut is de andere niet

Roodhalsfuut Katwijk - René van Rossum

Foto: Rene van Rossum – Katwijk, april 2017

Het is ontegenzeglijk een fuut, maar toch klopt-ie niet helemaal. Inderdaad, dit is niet de Fuut die we hier het hele jaar kunnen zien op plassen, sloten en andere watertje. Deze heeft niet van die mooie bakkebaarden, maar weer wel een mooie rode hals. Het is een Roodhalsfuut. In de wintermaanden wordt deze soort in Katwijk af en toe gezien; meestal op zee en bijna altijd in het saaie grijs-witte winterkleed. De vogel die nu op het Valkenburgse Meer zit is echter helemaal in zomerkleed, en zo zien we ze hier bijna nooit. Broeden doen ze maar heel zelden in Nederland. In en om Katwijk kunnen vijf soorten futen worden waargenomen: Fuut en Dodaars (hele jaar door, zijn ook broedvogel) en Roodhalsfuut, geoorde Fuut en Kuifduiker (schaarse wintergasten en doortrekkers).

Ruig viooltje is er vroeg bij

natuurcentrum katwijk ruig viooltje maarten langbroek april 2017

Foto: Maarten Langbroek – Katwijk, april 2017

Het is een van de vroegst bloeiende plantensoorten van ons kalkrijke duin: het Ruig viooltje. In de duingraslanden van de duinen rond Katwijk komen drie soorten viooltjes voor: Duinviooltje, Hondsviooltje en dus het Ruig viooltje. Om het makkelijk te maken hebben ze allemaal paarsblauwe bloempjes. Het Ruig viooltje is echter de enige met behaarde blaadjes. Daarnaast heeft het Ruig viooltje stompe kelkblaadjes; de andere soorten hebben spitse kelkbladen.

Landelijk gezien is het Ruig viooltje best zeldzaam. De groeiplaatsen concentreren zich met name in de duinen tussen Goeree en Bergen aan Zee. De Ruig viooltjes vind je vaak op weinig belopen noordhellingen (de hellingen die de minste zon vangen), bijvoorbeeld bij de Vrieze wei of in het Vlaggenduin.

Zwammen uit je stronk

panbos zwam paddestoel gijsbertvanderbent

Foto: Gijsbert van der Bent – Katwijk, maart 2017

De Pan van Percijn oftewel het Panbos is in deze tijd van het jaar nog vooral kaal. Heel kaal. Op het vele dode hout in dit mooie binnenduinrandbos ten zuiden van Katwijk zijn echter wel veel zwammen te vinden, ook in deze tijd van het jaar. Een vrij gewone soort is de Witte bultzwam, die vooral te vinden is op dode stronken van beukenbomen. Door algen slaat de witte zwam een beetje groenig uit, wat mooi te zien is op de foto. Een goed kenmerk is ook de bobbel/bult bij de aanhechting aan het hout. Deze houtzwam verteert als het ware het dode hout, en is in die in een opruimer van het bos.

Burgemeesters op bezoek!

Meeuw burgermeester Katwijk

Foto: Menno van Duijn – Katwijk, januari 2016

Het is de goede tijd van het jaar, en er staat een stormachtige wind recht op de kust. Goede omstandigheden voor hoog bezoek uit het hoge noorden. Tijdens het barre weer op vrijdag 13 en zaterdag 14 januari werden op het Katwijkse strand rond de Uitwatering maar liefst drie Grote Burgemeesters en een Kleine Burgemeester gezien. Dit zijn meeuwen die rond de poolcirkel broeden en normaliter ook in de winter op hogere breedtes blijven. Beide soorten zijn te herkennen aan de lichte vleugelpunten (waar de meeste meeuwen meestal zwart hebben). Zoals de naam al zegt is de Grote groter dan de Kleine Burgemeester, met een opvallend tweekleurige, zwart met roze snavel. Op de foto staat de Grote vooraan, en rechtsachter deze vogel de Kleine Burgemeester te zien.

  

Instagram @natuurcentrumkatwijk