Natuurcentrum Katwijk is geopend op
vrijdag, zaterdag en zondag van 12.00 tot 17:00

En masse en van heel ver

Foto: Truus van Duijvenboden – Katwijk, juni 2019

Het is een bijzonder fenomeen: de aankomst van de Distelvlinder in Nederland in deze tijd van het jaar. Soms zijn ze met enkele, soms met letterlijk honderdduizenden. Het zijn grote en makkelijk te herkennen vlinders; bleek oranje en met zwart en wit in de vleugelpunten. Vliegen kunnen ze als de beste. Dat moet ook wel, want de meeste Distelvlinders die we hier zien komen uit Afrika, en het merendeel daarvan zelfs van gebieden ten zuiden van de Sahara. Net uit de pop gekropen gaan ze op trek, en geholpen door gunstige meewinden in hogere luchtstromen doen ze er een tot twee weken over om in onze streken te geraken. Ze kunnen zelfs IJsland bereiken! Eenmaal gearriveerd bij ons gaan ze op zoek naar geschikte planten om eitjes op te leggen, meestal distels of brandnetels, en die hebben we hier genoeg. In juli, augustus en september kunnen we dan Distelvlinders zien die hier geboren zijn. Overwinteren kunnen ze hier niet. Waarschijnlijk gaan de meeste vlinders dood en weet maar een enkeling het warmere zuiden te bereiken. Elke Distelvlinder die we hier nu (juni) zien is dus afkomstig uit het (heel) verre zuiden.

 

Hotel Panbos

Foto: Gijsbert van der Bent – Katwijk, mei 2019

Behalve enkele woonhuizen en een goed restaurant herbergt Panbos sinds kort ook een hotel! Schrik niet, het is een bijenhotel, compleet met een bord met uitleg, op de zogenoemde Grote Weide van dit mooie binnenduinrandbos van Berkheide..

Dergelijke ‘hotels’ voor bijen en andere insecten mogen zich vandaag de dag verheugen in een grote populariteit, ingegeven door de oprechte zorg die er is voor het lot van onze wilde bijen. Bijen en andere bestuivende insecten zijn belangrijk voor de natuur en zeker ook voor de mensheid. Onze gewassen moeten immers bestoven worden.

Een hotel is mooi, maar laten we hopen dat er ook een goed restaurant bij zit voor de insecten, in de vorm van bloeiende nectarplanten en waardplanten.

Oranje boven!

Foto: Truus van Duijvenboden – Katwijk, april 2019

Koningsdag (en voorheen Koninginnedag) hebben voor vogelaars en vlinderaars een aparte betekenis. Eind april, en meestal op Koningsdag zelf, als iedereen vrij is, zien vogelaars meestal hun eerste Gierzwaluwen van het jaar. En het Oranjetipje laat zich, hoe toepasselijk, ook meestal voor het eerst zien rond de oranjefeesten. Het Oranjetipje is in en rond Katwijk zeker geen algemene vlinder. Het voorkomen is op z’n best grillig te noemen; zo zie je er op een plekje tien op een dag en zo zie je ze jaren niet meer. De laatste jaren lijkt de vlinder in het westen van Nederland en ook bij ons in Katwijk toe te nemen. Je moet ze zoeken waar de waardplanten staan: Look zonder Look of Pinksterbloem. Ze houden van warmte, en bosranden in de zon zijn dan ook favoriet. Het Panbos is momenteel bij ons de beste plek om ze te zien, maar je moet snel zijn, want de vlinders leven maar heel kort!

De eerste Oranjetipjes komen eind april tevoorschijn. Het mannetje is onmiskenbaar, maar het vrouwtje lijkt meer op een gewoon koolwitje. Totdat je de mooie groen gemarmerde onderkant ziet natuurlijk. Eind mei zie je ze al niet meer. Voor de vlinders is het werk dan gedaan. De mannetjes hebben de vrouwtjes bevrucht, en de vrouwtjes hebben eitjes gelegd op de waardplanten. De rupsen eten daarvan, verpoppen zich en brengen zo, stevig ingebakerd als pop, het lange winterseizoen door. Totdat het oranjezonnetje ze wakker maakt.

Beflijsters; je kunt er de kalender op gelijk stellen

Foto: Johnny van der Zwaag - Katwijk, april 2019

De maand april betekent op de Katwijkse vogelkalender: doortrek van Beflijsters. Deze lijstersoort lijkt op onze gewone Merel, maar is wat stoerder in z'n bewegingen, heeft een lichte zweem over de gesloten vleugel, een gelere snavel, een snellere vlucht, een hardere droge roep en natuurlijk....we zouden het bijna vergeten....een grote halvemaanvormige lichte vlek op de borst waaraan de vogel zijn naam ontleent.

De Beflijster broedt in de bergen van Midden-Europa en ook in de wat hogere gebieden in Schotland en Scandinavie. Overwinteren doen ze rond de Middellandse Zee, en dan met name in Noordwest-Afrika (Marokko en Algerije). Begin april worden rond Katwijk de eerste Beflijsters gemeld, meestal in de duinvalleien van Berkheide en de Coepelduynen. Ze hebben zo hun favoriete plekjes: de Vrieze Wei bijvoorbeeld (waar bijgaande foto ook genomen is). De Beflijsters die we in Katwijk zien zijn hoogstwaarschijnlijk op weg naar Schotland en Scandinavie. Het gaat soms om tientallen vogels in de directe omgeving van Katwijk. Het gaat overigens niet zo goed in de Britse broedgebieden met deze soort. Begin mei (soms tot eind mei) zijn de laatste Beflijsters doorgetrokken. In het najaar zien we ze veel minder; waarschijnlijk nemen ze dan een andere route naar het zuiden.

Ontluikende natuur

Foto: Maarten Langbroek – Katwijk, maart 2019

De ontluikende natuur kan niemand ontgaan zijn. Het wordt lente! De narcissen, krokussen en sneeuwklokjes zijn bijna uitgebloeid, en binnenkort zullen deze zogenoemde stinzeplanten weer plaatsmaken voor de inheemse flora. Ook de insecten komen tijdens deze zonnige dagen weer uit hun winterslaap. Er moet dan natuurlijk wel iets voor ze te halen zijn. Daar heeft de natuur over nagedacht: de eerste bloeiende bomen en struiken zijn verschillende kers- (Prunussen) en wilgensoorten (Salicaceae), die vanaf half maart beginnen te bloeien. In de gemeente Katwijk kan men nu her en der de witte bloesem van de Sleedoorn zien en in de duinen, langs de meertjes, in Rijnsoever of langs de Cantineweg vindt men bloeiende wilgenstruiken.

De bloesem van de Sleedoorn en de bloeiende katjes van de wilgen hebben een grote aantrekkingskracht op veel soorten bijen, hommels, zweefvliegen en bromvliegen, waardoor het er soms een gezoem van jewelste kan zijn. Er zijn ook al enkele dagvlinders waargenomen, waaronder de Atalanta, de Citroenvlinder, de Dagpauwoog en de Kleine Vos. Houd bij zonnig weer de bloeiende planten en struiken in uw tuin in de gaten houden; grote kans dat het ook daar een waar feestmaal is!

Mossen op hun mooist

Foto: Gerrit van Ommering – Katwijk, januari 2019

 In Berkheide is altijd wat te doen. Ook nu is het er groen, want de winter is de tijd dat de mossen er op hun mooist bijstaan. Mossen zijn heel kleine mini-plantjes, met hechtworteltjes, stengeltjes en blaadjes. Zoals de naam al suggereert dienen de hechtworteltjes alleen voor de aanhechting aan het oppervlak (bodem, hout of steen). Ze kunnen geen voedsel opnemen. Voor hun voedsel zijn mossen daarom afhankelijk van water. Dat is meestal hemelwater, in de vorm van regen, mist of dauw, en soms oppervlaktewater. Het water wordt opgenomen door de blaadjes, die dus niet alleen functioneren als échte blaadjes (fotosynthese), maar ook als wortels zoals we die bij hogere planten aantreffen.

Mossen groeien het beste in vochtige omstandigheden. Op beschaduwde plaatsen kunnen we ze het hele jaar in volle glorie zien, maar in het open duin zijn ze op hun groenst in het winterhalfjaar. Nu dus! Ga dus eens kijken, en neem een loep mee (of je telefoontje met loep-app) om ze goed te bekijken. Want ook al vormen mossen grote pollen of plakkaten, de individuele plantjes zijn echt heel klein. Op de foto zien we het Duinsterretje, het bekendste duinmos.

Sneeuwgorzen op de Buitensluis

Foto: Johnny van der Zwaag - Katwijk, november 2018

Van alle zangvogels op de wereld broedt de Sneeuwgors (en ja, ook de IJsgors) het meest noordelijk, het dichtst bij de Noordpool. Als daar de winter aanbreekt zakken ze af naar het noorden. Vroeger vaker, maar ook nu nog doen ze in de wintermaanden ook wel eens Katwijk aan. Waar ze zich ophouden doet altijd denken aan hun kale, boomloze en kille broedgebieden. Meestal zien we ze op het strand of in het open duin, waar ze zaden zoeken in schrale begroeiing, met snelle en rusteloze bewegingen. Ze hebben mooie, melodieuze roepjes. Het talud van de Buitensluis in Katwijk aan Zee is een gekende plek voor de Sneeuwgors. Eind november werden hier wel tien van deze mooie vogeltjes bij elkaar gezien. De Sneeuwgors is ongeveer zo groot als een Huismus, maar iets slanker. In het verenkleed zit veel wit, bij de mannetjes meer dan bij de vrouwtjes. Vooral als ze opvliegen is het wit in de vleugels goed te zien. Sneeuwgorzen worden dan ook wel eens vliegende sneeuwvlokjes genoemd. 

Sperwers over de telpost

Foto: Rob Floor – Katwijk, oktober 2018

De Sperwer broedt maar met een enkel paartje in onze streek. In de broedtijd zijn ze meestal nog heel stiekem ook. Een grotere kans om een Sperwer in beeld te krijgen heb je deze weken op de Katwijkse trektelposten, zoals De Puinhoop. Vanaf september tot in november trekken bij ons Sperwers door die in de noordelijkste delen van Europa broeden en zuidelijker in Europa overwinteren. Sperwers zijn vrij makkelijk te herkennen roofvogels: vrij klein formaat (wel is het vrouwtje een stuk forser dan het mannetje!), vrij korte en afgeronde vleugels en een vrij lange staart. Allemaal goed te zien op bijgaande foto. De vlucht is heel kenmerkend: een reeks snelle vleugelslagen afgewisseld met een glijvlucht.

Een ochtendje met goede vogeltrek levert in deze tijd van het jaar altijd wel een handvol Sperwers op, en op topdagen wel tientallen. Soms krijgen ze onderweg honger en kan men de Sperwer in doldrieste actie achter een vogel aan zien gaan. Het dieet van Sperwers bestaat voor 99,9 procent uit vogels, die in de vlucht overmeesterd worden. De kleine mannetjes slaan vooral mezen en vinken, de grotere vrouwtjes vogels tot de grootte van een Turkse Tortel. Sperwers schuwen de bebouwde kom niet. Dat roofvogeltje met die felle gele ogen die in uw achtertuin een arme mees of duif aan het plukken is; dat is een Sperwer.

Zanglijsters op trek

Foto: Leendert van der Bent – Katwijk, oktober 2018

De Zanglijster is een van de algemeenste vogels van Europa. Op dit moment, de maand oktober, zoeken letterlijk miljoenen Zanglijsters uit noord- en noordoost-Europa met de komst van de winter een beter heenkomen in het zuiden van Europa en Noord-Afrika. In Nederland en zeker ook Katwijk werden de eerste week van oktober duizenden Zanglijsters op trek waargenomen. De trek gaat ook ’s nachts door. De vogel op de foto is in de nacht of vroege ochtend waarschijnlijk uitgeput van over zee aan komen vliegen, en per ongeluk tegen een vensterruit gevlogen. Na te zijn bijgekomen van de klap is deze Zanglijster een uurtje later weer weggevlogen.

Instagram @natuurcentrumkatwijk