Natuurcentrum Katwijk is geopend op donderdag van 16.00 tot 18.00 en van 18.00 tot 20.00, op vrijdag, zaterdag en zondag van 12.00 tot 14.30 en van 14.30 tot 17:00

Ontluikende natuur

Foto: Maarten Langbroek – Katwijk, maart 2019

De ontluikende natuur kan niemand ontgaan zijn. Het wordt lente! De narcissen, krokussen en sneeuwklokjes zijn bijna uitgebloeid, en binnenkort zullen deze zogenoemde stinzeplanten weer plaatsmaken voor de inheemse flora. Ook de insecten komen tijdens deze zonnige dagen weer uit hun winterslaap. Er moet dan natuurlijk wel iets voor ze te halen zijn. Daar heeft de natuur over nagedacht: de eerste bloeiende bomen en struiken zijn verschillende kers- (Prunussen) en wilgensoorten (Salicaceae), die vanaf half maart beginnen te bloeien. In de gemeente Katwijk kan men nu her en der de witte bloesem van de Sleedoorn zien en in de duinen, langs de meertjes, in Rijnsoever of langs de Cantineweg vindt men bloeiende wilgenstruiken.

De bloesem van de Sleedoorn en de bloeiende katjes van de wilgen hebben een grote aantrekkingskracht op veel soorten bijen, hommels, zweefvliegen en bromvliegen, waardoor het er soms een gezoem van jewelste kan zijn. Er zijn ook al enkele dagvlinders waargenomen, waaronder de Atalanta, de Citroenvlinder, de Dagpauwoog en de Kleine Vos. Houd bij zonnig weer de bloeiende planten en struiken in uw tuin in de gaten houden; grote kans dat het ook daar een waar feestmaal is!

Mossen op hun mooist

Foto: Gerrit van Ommering – Katwijk, januari 2019

 In Berkheide is altijd wat te doen. Ook nu is het er groen, want de winter is de tijd dat de mossen er op hun mooist bijstaan. Mossen zijn heel kleine mini-plantjes, met hechtworteltjes, stengeltjes en blaadjes. Zoals de naam al suggereert dienen de hechtworteltjes alleen voor de aanhechting aan het oppervlak (bodem, hout of steen). Ze kunnen geen voedsel opnemen. Voor hun voedsel zijn mossen daarom afhankelijk van water. Dat is meestal hemelwater, in de vorm van regen, mist of dauw, en soms oppervlaktewater. Het water wordt opgenomen door de blaadjes, die dus niet alleen functioneren als échte blaadjes (fotosynthese), maar ook als wortels zoals we die bij hogere planten aantreffen.

Mossen groeien het beste in vochtige omstandigheden. Op beschaduwde plaatsen kunnen we ze het hele jaar in volle glorie zien, maar in het open duin zijn ze op hun groenst in het winterhalfjaar. Nu dus! Ga dus eens kijken, en neem een loep mee (of je telefoontje met loep-app) om ze goed te bekijken. Want ook al vormen mossen grote pollen of plakkaten, de individuele plantjes zijn echt heel klein. Op de foto zien we het Duinsterretje, het bekendste duinmos.

Sneeuwgorzen op de Buitensluis

Foto: Johnny van der Zwaag - Katwijk, november 2018

Van alle zangvogels op de wereld broedt de Sneeuwgors (en ja, ook de IJsgors) het meest noordelijk, het dichtst bij de Noordpool. Als daar de winter aanbreekt zakken ze af naar het noorden. Vroeger vaker, maar ook nu nog doen ze in de wintermaanden ook wel eens Katwijk aan. Waar ze zich ophouden doet altijd denken aan hun kale, boomloze en kille broedgebieden. Meestal zien we ze op het strand of in het open duin, waar ze zaden zoeken in schrale begroeiing, met snelle en rusteloze bewegingen. Ze hebben mooie, melodieuze roepjes. Het talud van de Buitensluis in Katwijk aan Zee is een gekende plek voor de Sneeuwgors. Eind november werden hier wel tien van deze mooie vogeltjes bij elkaar gezien. De Sneeuwgors is ongeveer zo groot als een Huismus, maar iets slanker. In het verenkleed zit veel wit, bij de mannetjes meer dan bij de vrouwtjes. Vooral als ze opvliegen is het wit in de vleugels goed te zien. Sneeuwgorzen worden dan ook wel eens vliegende sneeuwvlokjes genoemd. 

Sperwers over de telpost

Foto: Rob Floor – Katwijk, oktober 2018

De Sperwer broedt maar met een enkel paartje in onze streek. In de broedtijd zijn ze meestal nog heel stiekem ook. Een grotere kans om een Sperwer in beeld te krijgen heb je deze weken op de Katwijkse trektelposten, zoals De Puinhoop. Vanaf september tot in november trekken bij ons Sperwers door die in de noordelijkste delen van Europa broeden en zuidelijker in Europa overwinteren. Sperwers zijn vrij makkelijk te herkennen roofvogels: vrij klein formaat (wel is het vrouwtje een stuk forser dan het mannetje!), vrij korte en afgeronde vleugels en een vrij lange staart. Allemaal goed te zien op bijgaande foto. De vlucht is heel kenmerkend: een reeks snelle vleugelslagen afgewisseld met een glijvlucht.

Een ochtendje met goede vogeltrek levert in deze tijd van het jaar altijd wel een handvol Sperwers op, en op topdagen wel tientallen. Soms krijgen ze onderweg honger en kan men de Sperwer in doldrieste actie achter een vogel aan zien gaan. Het dieet van Sperwers bestaat voor 99,9 procent uit vogels, die in de vlucht overmeesterd worden. De kleine mannetjes slaan vooral mezen en vinken, de grotere vrouwtjes vogels tot de grootte van een Turkse Tortel. Sperwers schuwen de bebouwde kom niet. Dat roofvogeltje met die felle gele ogen die in uw achtertuin een arme mees of duif aan het plukken is; dat is een Sperwer.

Zanglijsters op trek

Foto: Leendert van der Bent – Katwijk, oktober 2018

De Zanglijster is een van de algemeenste vogels van Europa. Op dit moment, de maand oktober, zoeken letterlijk miljoenen Zanglijsters uit noord- en noordoost-Europa met de komst van de winter een beter heenkomen in het zuiden van Europa en Noord-Afrika. In Nederland en zeker ook Katwijk werden de eerste week van oktober duizenden Zanglijsters op trek waargenomen. De trek gaat ook ’s nachts door. De vogel op de foto is in de nacht of vroege ochtend waarschijnlijk uitgeput van over zee aan komen vliegen, en per ongeluk tegen een vensterruit gevlogen. Na te zijn bijgekomen van de klap is deze Zanglijster een uurtje later weer weggevlogen.

Vliegkunstenaars op voormalig vliegveld

Foto: Theo Westra – Katwijk, september 2018

De uittocht naar Afrika is al lang en breed begonnen en de komende weken zullen de laatste Boerenzwaluwen ons land verlaten. Weg uit de kou, lekker naar de warmte. Wel zo prettig voor een vogel die uitsluitend leeft van in de lucht gevangen insecten. Ook rond Katwijk hebben dit jaar weer Boerenzwaluwen gebroed. We vinden ze vooral in menselijke opstallen in de zuidoosthoek van de gemeente Katwijk, en zeker ook rond het voormalige Vliegkamp Valkenburg. De frêle Boerenzwaluwen maken jaarlijks trektochten van tienduizenden kilometers. Het zijn dus echt vliegkunstenaars. Wat is er dan mooier dan opgroeien op een voormalig vliegveld, zoals de twee zwaluwen op deze foto die nog gevoerd worden door een oudervogel.

Ook de vlinders hebben dorst

Foto: Gijsbert van der Bent - Katwijk, augustus 2018

Vlinders houden van warmte. In Zuid- en Midden-Europese landen zie je ook altijd meer vlinders dan bij ons. Die heerlijke zomer van 2018 moet dan ook wel heerlijk zijn voor vlinders. Zou je denken. Maar het kan ook te warm en vooral te droog zijn. Er zijn in en rond Katwijk op dit moment aardig wat vlinders te zien, maar door de droogte zijn veel planten waar de vlinders hun nectar uit halen verdord. Geef die vlinderstruik in de tuin een beetje extra water. Wie weet komt er wel een Gehakkelde Aurelia op zitten!

 

Libellen bij de vleet

Foto: Casper Zuyderduyn – Katwijk, juli 2018

Deze zomermaanden zijn de maanden bij uitstek voor het waarnemen van libellen. En daarvoor zit je in Katwijk en omstreken goed. Onze duingebieden Berkheide en de Coepelduynen en het nieuwe natuurgebied Lentevreugd behoren tot de beste-libellengebieden van Nederland. Rond Katwijk zijn bijna 40 verschillende soorten libellen waar te nemen, van hele algemene, zoals de Grote Keizerlibel, tot hele zeldzame, zoals de Vuurlibel en de Zuidelijke Glazenmaker. Op de foto een van de meer algemene soorten: de Paardenbijter. Deze libel is met name in de maanden juli en augustus aan te treffen in bijvoorbeeld het Panbos. Een goed kenmerk is dat ze jagen in grote groepen rond de bomen.

De Kleine Mantelmeeuwen zijn weer terug

Foto: Maart van der Bent - Katwijk

Meeuwen horen bij Katwijk, de strand en de zee. Sinds het broeden in de duinen vooral door de komst van de Vos in de jaren zeventig niet meer mogelijk is, hebben de meeuwen het hogerop gezocht. Zilvermeeuw en Kleine Mantelmeeuw broeden nu op daken in het zeedorp. De Zilvermeeuw (zilvergrijs dek) is een vogel die het hele jaar in Nederland te zien is. De Kleine Mantelmeeuw (zwartachtig dek) is een zomergast. In de winter verblijven ze in zuidelijke Europa en Noord-Afrika. In de loop van maart komen ze weer terug naar Nederland om hier te broeden. Hoewel de meeste Kleine Mantelmeeuwen dicht bij elkaar in grote kolonies op uitgestrekte daken broeden, zitten er over Katwijk verspreid ook meerdere solitaire paartjes op schoorstenen, dakkapellen, daken en dergelijke.

Instagram @natuurcentrumkatwijk