Ook het Natuurcentrum Katwijk ontkomt er niet aan om maatregelen te nemen in verband met het corona-virus. Daarom is in ieder geval tot 1 juni het Natuurcentrum gesloten, en gaan geplande activiteiten niet door. Wij vinden dat natuurlijk heel erg jammer. Uiteraard volgt nadere berichtgeving als de ontwikkelingen daartoe aanleiding geven.

Lekker nog in het zonnetje

Foto: Gijsbert van der Bent, Katwijk - april 2020

Wat is dat leuke gele plantje daar? Speenkruid. En die daar? Ook Speenkruid. En dat dan? Ja, dat is ook Speenkruid. Waarmee maar gezegd is dat het in deze tijd van het jaar een heel gewoon plantje is bij ons in de buurt. Door al dat gepraat over vroege lente zou je denken dat het in de natuur al een bloemenzee van jewelste is. Nou, dat valt tegen. Duinen en bossen zijn nog vooral kaal! Des te meer vallen die grote plakken Speenkruid op de bosbodem op.

Het spreenkruid bloeit als de bodem en struiken nog zonder bladeren zitten en het zonlicht nog tot de bosbodem doordringt. Het is dan ook een van de vroegst bloeiende planten. Bij regenachtig weer blijven de bloemen gesloten en bij zonnig weer gaan ze open. Met zoveel zonlicht als we de laatste weken hebben kan het niet anders of het Speenkruid heeft het best naar z’n zin.

Speenkruid in Panbos dichtbij kleiner formaat

Sleedoorn is een vroege bloeier

Foto: Gijsbert van der Bent, Katwijk/Noordwijk - maart 2020

Tussen de nog kale loofbomen en struiken vallen de struiken die al vroeg bloeien op. Een van de vroegste bloeiers is de Sleedoorn, met zijn mooie en welriekende witte bloemetjes. Deze struik is op verschillende plaatsen langs de binnenduinrand en ook in de zeereep te vinden. In Nederland komt de Sleedoornpage voor, die geheel afhankelijk is van deze struik. Helaas komt deze mooie vlindersoort alleen in het oosten van het land voor (maar we blijven wel opletten...).

Bloei Zwarte Pad overzicht klein

Drieteenstrandlopers schuilen voor de storm

Foto's: Nel Vlieland, Katwijk - februari 2020

De eerste echte winterstorm van het seizoen is een feit. Dat betekent voor veel Katwijkers uitwaaien op het strand of de Boulevard, en daarna gauw weer lekker aan de koffie, de soep of een ander hartversterkertje. Kust- en zeevogels moeten de storm gewoon uitzitten; ver op zee, binnenheen op de weilanden of gewoon op strand.

Voor de Drieteenstrandloper wordt het dribbelen langs de waterlijn met windkracht 9 en harder een beetje problematisch. Ze schuilen bij elkaar op de stenen van de buitenwatering en binnenwatering, en proberen iets in de luwte te blijven, zoals te zien is op de fraaie foto van Nel Vlieland. Wachten tot de storm overwaait. 

Drieteentes schuilen Uitwatering Foto Nel Vlieland

Grote Tepelhoorn tussen het aanspoelsel

Foto: Esther Schonenberg, Katwijk – januari 2020

Er zijn heel wat mensen die (vrijwel) dagelijks het Katwijkse strand afstruinen, met gebogen hoofd speurend in het aanspoelsel. Dat kan bijzondere vondsten opleveren. Het huisje van de Grote Tepelhoorn is niet echt zeldzaam, maar wel heel mooi. De Grote Tepelhoorn is een zogenoemde marine huisjesslak. Ze zijn een beetje gelig, met roodbruine vlekjes op de windingen. Het gaat hier om een roofslak, die leeft van tweekleppige schelpdieren. De slak boort daar met zijn rasptong een gaatje in en zuigt dan als het ware zijn slachtoffer leeg. Op ons strand spoelen meestal alleen de lege horentjes van de Grote Tepelhoorn aan en zelden levende dieren. Vaak wordt zo’n leeg tepelhoorn-huisje bewoond door een Heremietkreeftje (rechts op de foto net nog te zien). Dit kreeftje heeft een week achterlijf, dat het beschermt door te gaan wonen in een verlaten hoorntje.

In de achtertuin...

Foto:Gijsbert van der Bent -  Katwijk, december 2019

Doordat veel ruige overhoekjes in de gemeente worden opgeruimd, het bomen- en het struikbestand in Katwijk overal ernstig wordt gedund en de verstening van voor- en achtertuinen nog steeds doorwoekert, kan het zomaar gebeuren dat je kleine maar groene achtertuin een steeds aantrekkelijkere plek wordt voor vogels. Hou de verrekijker bij de hand, want daar kunnen ook wel eens zeldzame vogels tussen zitten. Zoals het geval was deze maand in een achtertuin in de wijk De Zanderij. Hier bleek opeens een Dwerggors te zitten! Deze vogelsoort broedt op de taiga, vanaf het uiterste noordoosten van Europa tot in Siberie. In tegenstelling tot vogels als de Koperwiek en de Barmsijs trekt de Dwerggors in de wintermaanden naar zuidoostelijker streken. Ze horen hier in de winter dus helemaal niet te zitten, maar ergens in Zuid-Azie. Desondanks is de Dwerggors een zeldzame, maar wel jaarlijkse gast in Nederland. Ook in Katwijk zijn ze al vaker gezien. Maar nog nooit in een achtertuin. Dus mensen: hou het groen!  

Huismus in de buurt

Foto: Gijsbert van der Bent - Katwijk, november 2019

Moeten we dat voortuintje van het Natuurcentrum Katwijk niet eens een beetje opknappen? Ja hoor, dat kan (is inmiddels ook gebeurd), als we die stekelstruik en dat zand maar zo laten. En dat is gelukkig ook gebeurd. Die stekelstruik is niets meer maar ook niets minder dan de Duindoorn; in de Katwijkse duinen heel algemeen maar elders in Nederland helemaal niet zo gewoon. En dat kale zand is natuurlijk puur natuur. We zitten op de Boulevard! Maar dat niet alleen. Het kale zand is ook het bad van de Huismussen in de buurt. Ook als het druk is in het centrum zitten er vaak zo'n twintig Huismussen boven in de struik. Dreigt er gevaar, een Sperwer bijvoorbeeld, dan kunnen ze de stekels induiken. Het zand wordt druk gebruik als bad. Waarschijnlijk zijn die Huismussen ooit volgers van woestijnnomaden geweest, en zijn ze hun voorliefde voor lekker mul zand niet verloren. Overigens nemen veel vogel een stof- of zandbad; schijnt goed te zijn tegen ongediertje dat de huid en het verenpak van de vogels belaagt.

Huismus neemt een bad kleiner

We moeten zuinig zijn op de Huismus, die het in onze dorpen, waar alle gaten en kiertjes zo dicht mogelijk gestopt worden, niet makkelijk heeft. Het overdadig isoleren van huizen en alom dichte dakpannen kosten de Huismussen hun nestplaats. Het opruimen van struiken en onkruidhoekjes hun voedsel en schuilplaatsen.

 

 

Sijzen op trek

Foto: Rene van Rossum - Katwijk, oktober 2019

Op dit moment kunnen we genieten van een bijzonder fenomeen: heel veel Sijzen op trek. Nu worden er in Katwijk altijd wel groepjes Sijzen op doortrek gezien, maar de getelde aantallen in de eerste helft van deze oktober zijn wel heel bijzonder. Tijdens Euro Birdwatch op zaterdag 5 oktober stond de Sijs in Katwijk al in de Top 3 van die dag, met 3.686 getelde Sijzen. Alleen van de Vink werden er die dag meer geteld, maar dat is normaal.

Sijzen zijn kleine, sierlijk en mooi geel-groen gekleurde vink-achtigen. Het zijn levendige en luidruchtige vogels, met hoge roepen. Ze broeden niet in Nederland. In het winterhalfjaar zijn Elzen en Berken de beste bomen voor hongerige Sijzen die naar ons land afzakken. Af en toe zijn er dan groepjes ook in Katwijk en omstreken te zien. Eens in de zoveel jaar gaan Sijzen uit noord- en oost-Europa massaal op pad. We spreken dan van een invastie, zoals we dat ook wel eens hebben met Vlaamse Gaaien, mezen, Grote Bonte Specht en zeldzamer Pestvogels en nog zeldzamer Notenkrakers. Voedsel zal daar mee te maken hebben. Dit najaar is er sprake van een echte Sijs-invastie. Een kleine 10.000 Sijzen overtrekkend, zoals op 12 oktober, zien we hier echt niet vaak!

Fotogenieke Rosse Woelmuis

Foto: Ed Schouten – Katwijk, september 2019

Wel eens een Rosse Woelmuis gezien? Probeer het eens in het Panbos! Dit jaar schijnt een goed muizenjaar te zijn. Dat blijkt ook wel uit de aantallen jagende Buizerds en Torenvalken op het voormalig vliegveld Valkenburg. Ook voor de Rosse Woelmuis lijkt het een goed jaar. Ze zijn niet echt schuw en laten zich het hele jaar zien. Dat valt nog niet altijd mee; let op geritsel in de strooisellaag! Ze maken gebruik van vaste routes. Handig voor de waarnemer ook! Zoals de naam al aangeeft heeft de Rosse Woelmuis een mooie roodbruine zweem over nek en rug. Het diertje heeft duidelijk zichtbare ogen en oren (maar niet zulke flaporen als de Bosmuis) en een redelijk lange staart (maar ook niet zo lang als die van de Bosmuis). Ze eten allerlei plantaardig materiaal, waarvan ze ook voorraden aanleggen, en in de zomer ook insecten. Rosse Woelmuizen kunnen zich razendsnel voortplanten, maar vormen zelf een belangrijk voedsel voor roofvogels en roofdieren. Dus zo druk zal het niet worden met die muizen in Panbos.

Piektijd voor de Parnassia

Foto: Gerrit van Ommering – Katwijk, augustus 2019

Terwijl in het droge duin al veel planten zijn uitgebloeid, laten de vochtige duinvalleien nog een zee van bloemen zien. Althans, waar die niet zijn opgegeten door de grote grazers, die wel weten waar de meest sappige hapjes zijn te halen.

Blikvanger is de Parnassia, met zijn vijftallige witte bloemen. Het is een echte nazomerbloeier, die tot in september bloeit. Met de bloemen is van alles aan de hand, maar de ruimte hier is te kort om dat te beschrijven. Bekijk in het veld maar eens een aantal bloemen van dichtbij, dan vallen je vanzelf een heleboel dingen op. De beste plekken om Parnassia te zien bevinden zich in onze eigen ‘Kalahari’, in het zuiden van Berkheide. Vanaf de voormalige koffietent loopt het laarzenpad naar noord en zuid dwars door diverse vochtige valleien met dit mooie plantje.

Instagram @natuurcentrumkatwijk